Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Gerrit Voerman over populisme en politieke partijen

'Geef politieke partijen meer vrijheid zich te organiseren'
02 mei 2018
Gerrit Voerman: 'Ik zou er voor zijn niet te veel eisen te stellen aan de organisatievorm van politieke partijen. Je moet niet het model van de politieke partij zoals die bijna anderhalve eeuw geleden ontstond dwingend voorschrijven.'

Politieke partijen, populisme, partijprogramma’s. Dat zijn zaken waar het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) zich mee bezighoudt. Directeur is Gerrit Voerman, hoogleraar Ontwikkeling en functioneren van het Nederlandse en Europese partijstelsel aan de RUG en auteur van meerdere boeken over politiek en politieke partijen. Hij pleit voor meer vrijheid voor politieke partijen om zich te organiseren zoals ze zelf willen. ‘De omstandigheden veranderen nu eenmaal.’

Tekst: Martin Althof, afd. Communicatie / Foto's: Elmer Spaargaren

De wil van het volk

‘Boer Koekoek was in de zestiger jaren misschien wel de eerste populist, vanwege zijn stijl van politiek bedrijven. Zij het dat hij niet de soevereiniteit van het volk vooropstelde, hij was afkomstig uit de CHU. Later volgden Janmaat en de Centrumdemocraten, de leefbaarbeweging, de vroege SP en vervolgens Fortuyn, PVV en Forum voor Democratie.’ Gerrit Voerman bestudeert het ontstaan en de kenmerken van het populisme in Nederland. Voerman: ‘Populisten zetten zich af tegen de elite, tegen het politiek establishment. Het volk wordt veronachtzaamd, naar de wil van het volk wordt volgens hen niet geluisterd. Zij zien politieke partijen als een tussenlaag, die eigenlijk zou moeten verdwijnen. Populisten spreken van het ‘partijkartel’ en streven directe democratie na (bijvoorbeeld in de vorm van referenda). Geert Wilders spreekt dan ook van de PVV als de ‘de ware belichaming van de volkswil’. Partij-ideoloog Martin Bosma geeft er een slimme draai aan door te stellen: ‘Wij zijn de meest moderne partij, zonder leden, maar met een directe lijn tussen volksvertegenwoordigers en volk.’

Volksvertegenwoordigers

De terechte vraag is vervolgens hoe zij weten wat het volk wil. Hoe kom je daarachter? Gerrit Voerman: ‘Fleur Agema van de PVV gaf eens opening van zaken. Zij vertelde elke morgen de trap af te lopen, de kranten te bekijken en op basis van deze informatie vervolgens Kamervragen te stellen. Op basis dus van de berichtgeving in de media.’ Dat de PVV geen leden kent brengt problemen met zich mee. Voerman: ‘De partij heeft grote moeite om goede kandidaten te vinden, voor de Tweede Kamer, maar zeker ook voor Provinciale Staten en de gemeenteraden. Er zijn geen partijleden, er is geen kader. Met als gevolg dat ze vaak op het laatste moment met onbekende mensen op de proppen komen. Met alle gevolgen van dien.’

Vrijheid voor politieke partijen

Voerman maakte deel uit van de commissie Veling, die enkele maanden geleden het rapport ‘Het publieke belang van politieke partijen’ presenteerde. Daarin staat onder andere dat bij de financiering van partijen het ledental zwaarder moet wegen. Tegelijkertijd vindt de commissie dat de ondergrens van 1000 leden, die nu wordt gehanteerd om voor overheidssubsidie in aanmerking te komen, moet verdwijnen. Voor subsidie moet een partij, volgens de commissie, wel minstens één Kamerzetel hebben. Giften uit het buitenland worden straks verboden. Ten slotte wil de commissie minder organisatorische eisen aan politieke partijen stellen.

Geen dwingende regels

Voerman: ‘Het is de vraag of het nodig is dat de overheid dwingende regels opstelt voor het oprichten van politieke partijen, die geacht worden diezelfde overheid te controleren. Om op de kieslijst te staan met een partijnaam is het nu nog nodig een vereniging met volledige bevoegdheid op te richten. Daar kun je wel om heen, maar dat heeft gevolgen. De PVV doet dat, zij kent geen leden maar ontvangt daarom ook geen overheidssubsidie. Ik zou er voor zijn niet te veel eisen te stellen aan de organisatievorm. De omstandigheden veranderen nu eenmaal; je moet denk ik niet het model van de politieke partij zoals die bijna anderhalve eeuw geleden ontstond, dwingend voorschrijven.’ Voerman pleit ervoor om dit soort regels nog eens helder op te schrijven, in een aparte wet. ‘Op dit moment staat het verspreid in verschillende wetten. Ruud Koole noemde dit de ‘sluipende codificatie’. Ik zou zeggen: verschaf duidelijkheid, met zoveel mogelijk vrijheid voor politieke partijen om zich te organiseren zoals zij zelf willen.’

Voerman: De Nederlandse politiek is momenteel stabiel in zijn instabiliteit.
Voerman: De Nederlandse politiek is momenteel stabiel in zijn instabiliteit.

Schommelingen in verkiezingsuitslagen

Heel graag zou Voerman nog eens een boek schrijven over de politieke ontwikkelingen in Nederland vanaf 1994 tot nu. ‘Een periode waarin Nederland als het ware stabiel is geweest in zijn instabiliteit. Meer dan in andere westerse landen zien we grote schommelingen in de verkiezingsuitslagen. De kiezer is veel beweeglijker geworden. Vroegere vanzelfsprekendheden zijn verdwenen, de verzuiling is doorbroken. De kiezer waaiert echter niet elke kant op; de links-rechts scheiding structureert het kiesgedrag nog altijd aanzienlijk. Maar stemmen is niet altijd een puur rationeel proces. Sommige mensen stemmen niet altijd op de partij die op het eerste gezicht het meeste voor hen zou kunnen doen. Soms wordt er strategisch gestemd. Ook gevoel en herkenbaarheid spelen een rol, vertrouwen in de lijsttrekker. En angst voor nieuwe ontwikkelingen, globalisering bijvoorbeeld.’

Hogere eisen aan de gemeenteraad

Dat zien we ook terug in de uitslagen van de laatste gemeenteraadsverkiezingen, waar de lokale partijen de grote winnaars waren. Zij slagen er beter in dan de landelijke partijen om plaatselijke thema’s echt op de agenda te zetten, vaak geholpen door kandidaten die bekend zijn uit bijvoorbeeld het lokale verenigingsleven. Voerman constateert dat het lastiger wordt voor partijen om goede kandidaten voor de gemeenteraad te vinden. ‘Terwijl dat belangrijker is dan ooit. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan de gemeenten, onder andere door de decentralisatie van taken. En daarmee ook aan de gemeenteraadsleden. Om goede mensen bereid te vinden zich kandidaat te stellen zou het echt helpen om de vergoedingen voor het werk in de gemeenteraad royaal te verhogen.’

Contact

Gerrit Voerman

Laatst gewijzigd:02 mei 2018 09:47

Meer nieuws