Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Merels in de stad minder gezond, maar leven langer

21 maart 2018

Lentenieuws! Merels in de stad leven langer dan hun soortgenoten in de bossen. Maar hun telomeren, de stukjes DNA die de uiteinden van chromosomen beschermen, laten zien dat de stadsbewoners minder gezond zijn dan hun familie op het platteland. Dat blijkt uit een studie van biologen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in vijf Europese steden die op de eerste dag van de lente (21 maart) is gepubliceerd in het tijdschrift Biology Letters.

Juan Diego Ibáñez Álamo
Juan Diego Ibáñez Álamo

In stadstuintjes zijn merels een alledaagse verschijning. De soort heeft zich prima aangepast aan het leven bij mensen. “Maar ze komen ook veel voor in hun oorspronkelijke leefgebied, de bossen. En daardoor zijn ze ideaal om het effect van steden op gezondheid te ondezoeken”, zegt bioloog Juan Diego Ibáñez-Álamo, postdoc aan de RUG (Groningen Institute for Evolutionary Life Sciences / GELIFES). Hij reisde naar Granada, Sevilla, Madrid, Dijon en Turku om bloedmonsters te verzamelen van merels uit deze steden en de omliggende bossen.

Telomeren

Ibáñez-Álamo werkt bestudeert het effect dat leven in de stad heeft op de gezondheid van vogels binnen onderzoeksinstituut GELIFES. “Er zijn veel verschillende manieren om de gezondheid van vogels te bepalen, bijvoorbeeld via de aanwezigheid van parasieten of de werking van het afweersysteem. Maar kunnen in de tijd sterk variëren.” De enige echt harde maatstaf voor gezondheid tijdens het hele leven is de lengte van de telomeren. Dit zijn DNA structuren die, het als de plastic kapjes van schoenveters, de uiteinden van de chromosomen beschermen tegen beschadiging.

Simon Verhulst | Foto Verhulst
Simon Verhulst | Foto Verhulst

Door veroudering worden de telomeren korter. Maar allerlei vormen van stress versnellen dit proces. Daarom vergeleek Ibáñez-Álamo, samen met RUG hoogleraar evolutiebiologie van veroudering Simon Verhulst, de telomeerlengte bij merels uit de stad en de bossen er omheen. “Je kunt geen algemene conclusies trekken uit metingen bij één stad”, benadrukt Verhulst. De lokale populatie is niet per se representatief voor alle merels. Dat was nog een reden om met merels te werken: die komen overal in Europa voor, van Spanje tot in Finland.

Veren

In de vijf steden die Ibáñez-Álamo bezocht werkte hij samen met lokale biologen. Ze vingen vogels in mistnetten en namen bloedmonsters af om de telomeerlengte te bepalen. Dat gebeurde in Groningen, aangezien het lab van Verhulst toonaangevend is in de meting van telomeerlengte. Ibáñez-Álamo onderzocht ook de veren van de gevangen vogels om hun leeftijd te schatten. “Door het rui patroon is het mogelijk vogels van een jaar te onderscheiden van oudere vogels. Op die manier konden we het percentage oudere vogels in de populatie schatten.”

De metingen lieten zien dat de telomeren van eenjarige vogels uit de stad korter waren dan die van leeftijdsgenoten in de bossen. En die verschillen waren groter bij oudere vogels. “De bospopulaties leefden zo’n dertig kilometer buiten de steden”, vertelt Verhulst. Merels kunnen die afstand in een uurtje afleggen, maar doorgaans blijven ze binnen een straal van zo’n drie kilometer, dus is er niet of nauwelijks contact tussen de populaties in de stad en in de omliggende bossen.

Merel | Foto Richard Ubels, RUG
Merel | Foto Richard Ubels, RUG

Sterfte

De stadsmerels vertoonden dus een versnelde veroudering, een teken dat hun gezondheid minder goed is dan die van vogels uit de bossen. Maar paradoxaal genoeg leefden in de stad relatief meer oude vogels. Ibáñez-Álamo: “Dit wijst erop dat de sterfte in de steden lager is, dus dat de voordelen van het stadsleven opwegen tegen de nadelen voor de gezondheid.” Waarom dit zo is, is nog niet duidelijk. Wat er mogelijk aan bijdraagt, is dat er in de steden minder roofdieren zijn die merels belagen en dat er meer voedsel is.

Meer onderzoek is nodig om precies te achterhalen wat er aan de hand is met de telomeren van stadsmerels, zegt Verhulst. “Het kan zijn dat ze met kortere telomeren uit het ei kruipen, of dat het verschil in het eerste levensjaar ontstaat omdat steden nu eenmaal een ongezond zijn. Maar het kan ook zo zijn dat vogels met korte telomeren uiteindelijk in steden terechtkomen en daar een populatie met korte telomeren vormen.”

Referentie: Juan Diego Ibáñez-Álamo, Javier Pineda-Pampliega, Robert L. Thomson, José I. Aguirre, Alazne Díez-Fernández, Bruno Faivre, Jordi Figuerola, and Simon Verhulst: Urban blackbirds have 1 shorter telomeres. Royal Society Biology Letters, 21 Maart 2018

Laatst gewijzigd:29 maart 2018 09:27
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws