Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Persoonlijke factoren en ernst ongeval bepalen uiteindelijke gevolgen licht hersenletsel

20 juni 2017

Niet alleen de ernst van het ongeval, maar ook persoonlijke factoren hebben grote invloed op de uiteindelijke gevolgen van licht traumatisch hersenletsel. Deze factoren zijn al vroeg na het ongeval vast te stellen, waardoor voor deze patiënten de juiste therapie en begeleiding te bepalen is. Dit kan voorkomen dat zij niet-volledig herstellen. Dit blijkt uit onderzoek van neuroloog Joukje van der Naalt van het Universitair Medisch Centrum Groningen, neuropsycholoog Joke Spikman en statisticus Marieke Timmerman van de afdeling Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij publiceren hierover in Lancet Neurology.

Hersenletsel veroorzaakt door een ongeval komt veel voor en de meeste patiënten lopen licht hersenletsel op na een ongeval. Veel patiënten herstellen niet-volledig en houden langdurig klachten die van invloed zijn op hun dagelijks functioneren. De onderzoekers gingen in de UPFRONT-studie na of het mogelijk is te bepalen welke patiënten het grootste risico hebben op een niet-volledig herstel. Van alle patiënten met licht hersenletsel stelden zij twee weken na het ongeval vast hoe ze omgingen met hun klachten (coping) en of zij stemmingsproblemen hadden. Deze gegevens combineerden zij met demografische gegevens en de ernst van het letsel. Na 6 maanden keken zij welke patiënten een niet-volledig herstel hadden. In de periode januari 2013 tot januari 2015 deden in totaal meer dan duizend patiënten mee aan het onderzoek, dat in het Elizabeth Ziekenhuis in Tilburg, Medisch Spectrum Twente en het UMCG werd uitgevoerd.

Uit de studie blijkt dat behalve de ernst van het ongeval, vooral persoonsgebonden factoren als het omgaan met de gevolgen van het hersenletsel, naast leeftijd, opleiding en eventuele psychische problemen vóór het ongeval, belangrijke factoren zijn die de mate van herstel bepalen 6 maanden na het ongeval. Volgens de onderzoekers zijn er twee belangrijke momenten om de patiënten te identificeren die hoger risico lopen op niet-volledig herstel. Allereerst is dit mogelijk op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis, maar het is nauwkeuriger in de eerste weken na het ongeval de verschillende risicofactoren in kaart te brengen via een gesprek of vragenlijst. Doordat deze factoren al vroeg na het ongeval te bepalen zijn, geeft dit de behandelaars mogelijkheden om tijdig de juiste therapie en begeleiding voor deze groep patiënten te bieden.

Het onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Hersenstichting.

Bron: nieuwsbericht UMCG

Laatst gewijzigd:26 juni 2017 15:37
printView this page in: English

Meer nieuws

  • 18 februari 2019

    Ook onderzoek dóen draagt bij aan de zorg

    GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut Klaske Glashouwer is science-practitioner. Bij GGZ-instelling Accare behandelt ze kinderen en jongeren met eetstoornissen en coördineert ze onderzoek. Aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen...

  • 15 februari 2019

    Stynke Castelein wint de Vrouw in de Media Award Groningen 2018

    Stynke Castelein, bijzonder hoogleraar herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofd onderzoek bij Lentis, ontvangt de Vrouw in de Media Award 2018 voor de provincie Groningen.

  • 12 februari 2019

    UMCG start onderzoek naar tevredenheid vrouwen over hun borsten

    Drie afdelingen van het UMCG starten een onderzoek naar de tevredenheid van vrouwen over hun borsten. Het gaat hierbij om vrouwen die nooit geopereerd of behandeld zijn aan hun borsten. Met de resultaten van dit onderzoek wil de afdeling plastische...