Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Effectiviteit algemene aanpak studiesucces twijfelachtig

14 november 2013

Er is alle reden om te twijfelen aan het nut van algemene maatregelen om studiesucces te verbeteren. Onderwijskundigen Jan Kamphorst en Ellen Jansen komen met deze waarschuwing op basis van onderzoek naar de prestaties van eerstejaarsstudenten aan vijf hogescholen in het noordoosten van het land. De factoren die het studiegedrag van studenten beïnvloeden, blijken niet bij elke opleiding even belangrijk. Daarmee dragen generieke maatregelen die zich richten op een enkele factor soms weinig tot niets bij aan studievoortgang. Studiesucces is volgens Kamphorst en Jansen dan ook meer gebaat bij maatwerk en aandacht voor de hele keten van factoren per opleiding. Kamphorst promoveert op donderdag 14 november aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De laatste jaren is met veel daadkracht gewerkt aan het verbeteren van rendementen van universiteiten en hogescholen. Zogeheten generieke maatregelen als het bindend studieadvies kregen daarbij veel nadruk. Dergelijke op instellingsniveau ingevoerde maatregelen hebben de omstandigheden en spelregels voor alle studenten veranderd, maar het blijft de vraag of zij per opleiding evenveel effect sorteren. Het onderzoek van Kamphorst doet vermoeden dat de mate waarin de samenhangende factoren het studiesucces voor eerstejaarsstudenten verklaren, verschilt voor specifieke opleidingen en groepen studenten. Volgens Kamphorst en Jansen sluiten deze bevindingen aan bij al bekende inzichten over universitaire eerstejaarsstudenten.

Aansluitingsmonitor

De door Kamphorst geanalyseerde data zijn vergaard door de werkgroep Aansluitingsmonitor, die elke twee jaar de overgang van middelbarescholieren naar opleidingen in het hoger onderwijs registreert. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat uitval en twijfel veel voorkomt tijdens deze overgang. In de periode 2005-2010 vond twee derde van de totale uitval plaats in het eerste jaar van HBO-opleidingen. De vijf onderzochte hogescholen laten een flinke dynamiek zien: 35 procent van de instromende eerstejaars gaat niet door in de opleiding van de eerste keuze. Voor drie verschillende studies in dit onderzoek zijn gegevens gebruikt uit vragenlijsten die zijn afgenomen bij eerstejaarsstudenten in het studiejaar 2008-2009 in het kader van deze Aansluitingsmonitor. Met een tweede vragenlijst verzamelde Kamphorst aanvullende data in cursusjaren 2006-2007 en 2008-2009.

Zelfvertrouwen en competentie

De Aansluitingsmonitor biedt een zee aan informatie over tal van factoren die in verband worden gebracht met studiesucces. Voorbeelden zijn het eindexamencijfer voor wiskunde op de middelbare school, de studiestijl, de contacturen, het zelfvertrouwen en de wil om een begonnen opleiding ook daadwerkelijk voort te zetten. Kamphorst gebruikte gecombineerde analytische modellen om conclusies te kunnen trekken voor zowel de volledige studentenpopulatie van de onderzochte studiejaren als uitgesplitste groepen. Zo blijkt uit psychologische modellen dat zelfvertrouwen en de intentie om te blijven sterke voorspellers zijn van studievoortgang. Faalangst en twijfel over de juistheid van de studiekeuze zijn gecorreleerd aan uitstelgedrag en daadwerkelijke uitval, maar niet voor alle studenten op dezelfde manier.

Verschillen per sekse, opleidingsgebied en afkomst

Uitgesplitst naar bijvoorbeeld sekse en specifiek opleidingsgebied ontstaat echter een ander beeld. Bij studenten met een allochtone achtergrond vergroot zelfvertrouwen juist de neiging tot uitstelgedrag en zijn het geloof in eigen kunnen en intrinsieke motivatie relatief belangrijk voor studievoortgang. Op die studievoortgang heeft uitstelgedrag bij deze groep geen effect, terwijl dit bij autochtone studenten wel het geval is.

Contacturen hebben effect op studievoortgang bij gezondheidszorg en sociale studies, terwijl bij economie nadruk op zelfstudie meer soelaas biedt. In de sector techniek is diversiteit geboden: contacturen zijn relatief belangrijk voor mannen, terwijl voor vrouwen juist mogelijkheid tot zelfstudie van belang is voor de studievoortgang. In de sector economie is in algemene zin tevredenheid over het onderwijs zowel wat betreft kennis en vaardigheden als actieve werkvormen bij studenten belangrijk, maar dat is weer minder het geval bij sociale studies en al helemaal niet bij gezondheidszorg. Ook een actieve voorbereiding op bijvoorbeeld actief leren heeft een gevarieerd effect bij de diverse opleidingsgebieden.

Twijfel

Een brede conclusie die Kamphorst nadrukkelijk onderschrijft, is het belang van de wil van een student om bij een opleiding te blijven. Een flink deel van de eerstejaarsstudenten bij veel opleidingen twijfelt aan het begin van de studie. Juist gedurende die eerste maanden wordt deze wil gevormd en bevestigd. Uit de diverse door Kamphorst gebruikte modellen blijkt dat de wil om door te gaan erg belangrijk is voor studiesucces. Het wegnemen van twijfel en versterken van de wil om te blijven, vraagt bij de verschillende opleidingen een verschillende aanpak: bij de ene opleiding is de uitbreiding van het aantal contacturen kansrijk, bij de andere juist zelfstudie. Een laatste nuchter inzicht in studiesucces ziet Kamphorst in persoonlijke doelgerichtheid die voor elke student telt: ‘Je moet het uiteindelijk zelf doen.’

Curriculum Vitae

Jan Kamphorst studeerde Onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en is onderwijskundig adviseur bij de Hanzehogeschool in Groningen. Kamphorst verdedigt donderdag 14 november zijn proefschrift ‘One size fits all?Differential effectiveness in higher vocational education’. Zijn promotor is prof. dr.W.H.A. Hofman. Copromotors zijn dr. Ellen Jansen, universitair hoofddocent aan de Universitaire Lerarenopleiding van de RUG, en C. Terlouw.
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:32
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws