Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Lessen over orgaandonatie aan kinderen zinvol

Kinderen willen best praten over orgaandonatie
12 september 2013

Kinderen vanaf 10 jaar kunnen al goed nadenken over orgaandonatie. Ze kunnen prima aangeven waarom ze wel of geen orgaandonor willen zijn. De lesmodule over orgaan- en weefseldonatie voor groep 7 van de basisschool blijkt een goede methode om bewustwording over dit thema op gang te brengen. Veel kinderen praten er daarna aan de keukentafel verder over met hun ouders. Dit blijkt uit het onderzoek van UMCG-onderzoeker Marion Siebelink. Zij bracht in kaart welke medische, juridische en maatschappelijke factoren van invloed zijn op en rond het proces van kind als donor. Op 18 september 2013 promoveert Siebelink op de resultaten van haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

“Sinds 1998 staat in de wet dat kinderen van 12 jaar en ouder zich als donor kunnen registreren. Dat betekent dat je ze informatie op maat moet geven om bewustwording en meningsvorming over dit onderwerp mogelijk te maken,” vertelt Siebelink. Haar onderzoek heeft geleid tot de lesmodule Donordenkers. “Vanaf de start in 2010 is de online lesmodule ruim 23.000 keer bezocht en gebruiken per maand ruim 500 leraren en leerlingen van het basisonderwijs de lesmodule in de klas. Het thema krijgt hierdoor maatschappelijk aandacht”. Siebelink heeft vastgesteld dat leerlingen die de lesmodule volgen, thuis vaker over orgaandonatie praten dan kinderen die er niet mee in aanraking komen op school.

Argumenten

Kinderen kunnen goed beargumenteren waarom ze wel of geen donor willen worden. “Ze denken vaak: als mij iets overkomt, dan wil ik graag dat een ander mij helpt en daarom wil ik ook een ander helpen,” vertelt Siebelink. “Kinderen die er niet voor voelen om donor te worden vinden het vaak een eng idee, of denken ‘dan laten ze me misschien eerder dood gaan’. De argumenten waarmee kinderen hun mening vormen, komen sterk overeen met die van volwassenen”.

Ouders

“Ik heb ouders vaak horen vragen: kan een kind ook donor zijn? Dat wist ik helemaal niet”, zegt Siebelink. Zij pleit ervoor dat ouders met elkaar en met hun kinderen in gesprek gaan over het geven en ontvangen van organen en weefsels. “Het kan je als ouder overkomen dat je ermee geconfronteerd wordt. Dan helpt het als je er al eens ‘aan de keukentafel’ over hebt gepraat. Met mijn onderzoek wil ik bereiken dat het normaal wordt om over het onderwerp orgaandonatie na te denken en te praten.” Siebelink erkent dat het een onderwerp is met lastige kanten. “Het betekent dat je automatisch nadenkt over je eigen sterfelijkheid. Het is mensen eigen om dat niet te willen doen, zeker als het om een kind gaat met nog een heel leven voor zich”.

Kinder IC

Uit het onderzoek van Siebelink blijkt dat van de kinderen die overlijden op de kinder-IC zo’n 10% geschikt is als orgaandonor. “Dit betekent dat ongeveer 20 kinderen per jaar geschikt zijn als orgaandonor,” vertelt Siebelink. “Voor artsen is het soms moeilijk om het kind als donor goed te herkennen, juist als het gaat om zeer jonge kinderen. Ook de medische professionals zijn gebaat bij meer bewustwording over de mogelijkheden en de procedures rondom orgaan- en weefseldonatie door kinderen. Als het proces in alle opzichten optimaal zou verlopen, dan zouden de wachtlijsten voor kinderen veel korter kunnen zijn,” stelt Siebelink. “Hopelijk draagt mijn onderzoek bij aan verbeteringen op dit terrein”.

Curriculum Vitae

Marion Siebelink (Groningen, 1963) studeerde verpleegkunde en specialiseerde in de kinderintensive care. Ze behaalde daarna de leraargraad verpleegkunde, Master of Education, en volgde de postdoctorale opleiding Ethiek in de zorgsector. Siebelink werkt als stafmedewerker/projectleider bij het Transplantatiecentrum van het UMCG. Haar promotieonderzoek voerde zij uit onder begeleiding van prof.dr. H.B.M. van de Wiel, prof.dr. P.F. Roodbol en dr. M.J.I.J. Albers. De titel van haar proefschrift is ‘The child as a donor; a multidisciplinary approach’.

Meer informatie

Noot voor de pers

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, bereikbaar op telefoonnummer (050) 361 22 00

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:32
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 06 december 2017

    Zenuwstimulatie in arm zorgt voor beter aanleren complexe bewegingen

    De juiste stimulering met elektronische prikkels van de zenuwen in de arm zorgt er voor dat mensen een complexe bewegingstaak beter kunnen aanleren. Hun hersenen blijken  tijdens het leren van de beweging bovendien actiever te zijn, waardoor mensen...

  • 05 december 2017

    Wim Veling benoemd tot adjunct-hoogleraar Psychiatrie

    Per 1 december 2017 is dr. Wim Veling benoemd tot adjunct-hoogleraar Psychiatrie bij de faculteit Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn leeropdracht betreft Psychose in de Sociale Context. Hij werkt als psychiater en hoofd...

  • 28 november 2017

    Samenwerking gemeenten bespaart geen geld

    Anders dan gedacht verlaagt samenwerking tussen gemeenten de uitgaven van gemeenten niet. Ook leidt samenwerking niet tot een meetbare verbetering van de gemeentelijke voorzieningen. Dat schrijven Maarten Allers en Tom de Greef van het Centrum voor...