Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Model helpt student wetenschappelijke artikelen doorgronden

18 juni 2013

Studenten hebben moeite om primaire wetenschappelijke literatuur goed te lezen. Universiteiten en hogescholen moeten studenten daarom onderwijzen in het lezen van wetenschappelijke teksten en trainen op het bijbehorende kritisch leesgedrag. Hierbij helpt het gebruik van het Scientific Argumentation Model in tutorgroepen, concludeert Edwin van Lacum. Hij promoveert 28 juni 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek naar deze onderwijsstrategie.

Wetenschappelijke artikelen lezen is een van de belangrijkste vaardigheden in het hoger onderwijs. Studenten blijken echter vaak moeite te hebben om deze literatuur goed te doorgronden. Eén van de redenen hiervoor is dat wetenschappelijke teksten fundamenteel verschillen van teksten die studenten op de middelbare school lazen.

Wetenschap is discussie

Edwin van Lacum: ‘Op de middelbare school krijgen leerlingen leerboekteksten voorgeschoteld waarin alle kennis als vaststaand wordt gepresenteerd. Dat staat haaks op primaire wetenschappelijke literatuur die persuasief is: wetenschap is discussie, de wetenschapper probeert de lezer van zijn of haar gelijk te overtuigen. Studenten vinden dat lastig. Bovendien kan een artikel fouten bevatten, iets dat de afgelopen tijd maar al te duidelijk is geworden door affaires met frauderende wetenschappers.’

Retorische moves

Van Lacum ontwikkelde daarom samen met Marcel Koeneman het Scientific Argumentation Model dat studenten helpt bij het doorgronden van wetenschappelijke literatuur. Het model gaat uit van ‘retorische moves’: tekstfragmenten die een specifieke communicatieve functie hebben (bijvoorbeeld de onderzoeksvraag). Om dit model op te stellen bepaalde hij aan de hand van een literatuurstudie wat voor retorische moves er voorkomen in exacte wetenschappelijke artikelen. De zeven moves die als meest belangrijk naar voren kwamen - motief, doelstelling, hoofdconclusie, implicatie, onderbouwing, tegenargumenten en verzwakkingen - combineerde hij met theorieën over argumentatieschema’s die de inhoud van wetenschappelijke artikelen beschrijft.

Tutorgroep

Eerstejaarsstudenten Levenswetenschappen testten het door Van Lacum opgestelde model tijdens de cursus Biomedisch onderzoek. Studenten werkten in tutorgroepen waar ze het model gebruikten om artikelen te analyseren. Van Lacum: ‘Ze lazen acht weken lang elke week een artikel aan de hand van het model met als opdracht het herkennen van de retorische moves. Het model geeft de studenten als het ware een handvat hoe een wetenschappelijke tekst is opgebouwd.’ Van Lacum onderzocht de wetenschappelijke leesvaardigheid voor en na de cursus.

Leesniveau omhoog

De aanpak van Van Lacum bleek succesvol. Aan het eind van de cursus bleek het retorisch inzicht - het herkennen van retorische moves - van de studenten verbeterd. Bovendien bleek de leesstrategie van de studenten veranderd. Van Lacum: ‘De studenten lazen aan het eind van de cursus sneller en minder vaak lineair. Je kunt dat laatste zien als een belangrijke graadmeter voor het leesniveau: experts lezen een artikel vaak niet lineair. Ze bekijken eerst de grafieken, trekken daar eigen conclusies uit en kijken vervolgens of de conclusie en discussie stroken met hun eigen analyse.’

Tegenargumenten

In het herkennen van tegenargumenten boekten de studenten echter geen progressie, vond Van Lacum. ‘Studenten verwachten geen tegenargumenten in een artikel, omdat ze het idee hebben dat de schrijver daarmee zijn eigen punt ondermijnt. Maar wetenschappers geven juist tegenargumenten om ze daarna zelf te ontkrachten. Ze zijn de tegenstanders daarmee een stapje voor.’

Ondergeschoven kindje

Taal is ondergeschoven kindje in het hoger onderwijs vindt Van Lacum. ‘Taal wordt door wetenschappers vaak enkel als communicatiemiddel gezien. Maar met taal overtuigen schrijvers de lezers van hun gelijk. Het goed en kritisch kunnen lezen van zulke wetenschappelijke literatuur is een wetenschappelijke basisvaardigheid. Om studenten hun studie succesvol te laten afronden, zou er daarom veel meer aandacht voor lees- en ook schrijfvaardigheid moeten zijn in het curriculum. Of misschien moet je al op de middelbare school beginnen met wetenschappelijke leesvaardigheid, zeker op havo en vwo, die voorbereiden op het hoger onderwijs.’

Curriculum Vitae

Edwin B. van Lacum (Groningen, 1981) studeerde medische biologie en wetenschapscommunicatie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na zijn studie begon hij zijn promotieonderzoek bij het Instituut voor Didactiek en Onderwijsontwikkeling van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Sinds augustus werkt Van Lacum als docent academische basisvaardigheden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveert tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen bij prof.dr. Martin J. Goedhart en copromotor dr.Miriam A. Ossevoort. De titel van zijn proefschrift luidt Reading Primary Literature –Introducing Undergraduate Life Science Students to the Rhetorical Structure of Research Articles.


Redactie

Afdeling Communicatie / Postbus 72, 9700 AB Groningen / 050-363 44 44 /communicatie@rug.nl / www.rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:31
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 07 december 2017

    Kwetsbare asielzoekerskinderen beter voorbereiden op terugkeer

    Hoe vergaat het kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers die al dan niet vrijwillig zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst? Uit het promotieonderzoek van Daniëlle Zevulun naar asielzoekerskinderen in Kosovo en Albanië blijkt dat niet alle kinderen...

  • 01 december 2017

    Nico van Yperen eerste hoogleraar Sportpsychologie in Nederland

    Hoe kan talent en creativiteit herkend worden, welke psychologische factoren en omstandigheden zijn van invloed op het optimaal kunnen presteren en plezier hebben in de sport, en hoe kunnen de mentale aspecten van sport en presteren verder gestimuleerd...

  • 28 november 2017

    Samenwerking gemeenten bespaart geen geld

    Anders dan gedacht verlaagt samenwerking tussen gemeenten de uitgaven van gemeenten niet. Ook leidt samenwerking niet tot een meetbare verbetering van de gemeentelijke voorzieningen. Dat schrijven Maarten Allers en Tom de Greef van het Centrum voor...