Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

‘Verstandhouding tussen tsaar Peter de Grote en Nederlandse regenten was ronduit slecht’

22 mei 2013

Misverstanden, blunders en verkeerde inschattingen kenmerkten de snel teruglopende politieke invloed van de Republiek der Verenigde Nederlanden in de Oostzee in de eerste helft van de achttiende eeuw. Dit terwijl het economisch belang van de handel met de gebieden rondom de Oostzee (de zogeheten moedernegotie) voor de Republiek onverminderd cruciaal was. Het verhaal van de Nederlandse invloed op de tanende macht van Zweden en de groeiende macht van het Rusland van tsaar Peter de Grote is vooral een verhaal van slechte persoonlijke verstandhoudingen en gemiste kansen.

Dat stelde historicus en Ruslandkenner Hans van Koningsbrugge in zijn oratie aan de Rijksuniversiteit Groningen op dinsdag 21 mei. In het Nederland-Ruslandjaar biedt zijn onderzoek een inzichtelijke reflectie op vier eeuwen betrekkingen tussen Den Haag en het Kremlin.

Tsaar Peter de Grote ‘te nieuwsgierig’

Het is een bijna iconisch beeld: tsaar Peter de Grote op bezoek bij scheepswerven in de Nederlanden, op zoek naar kennis voor zijn maritieme oorlogsmachine. Zo bekend als dit plaatje voor veel Nederlanders nog is, zo onbekend is het feit dat de verstandhouding tussen de tsaar en de Nederlandse regenten ronduit slecht was. Van Koningsbrugge: ‘Alle Russische doelen liepen stuk op onwil in de Republiek. De Nederlanders vonden de tsaar te nieuwsgierig en waren mede daarom niet bereid veel voor de Russen te doen.’

Complete mislukking

Het bezoek van 1716-1717 werd daardoor volgens Van Koningsbrugge een complete mislukking. Wanneer de zwangere echtgenote van de tsaar tijdens het bezoek bevalt maar het kind kort daarna overlijdt, resulteert dit op het Binnenhof in opluchting: er hoefde nu geen doopgeschenk meer te worden aangeschaft. De suggestie van een geschenk van duizenden dukaten aan de tsarina werd door de Amsterdamse Oostzeehandelaren openlijk naar de prullenbak verwezen.

Nederlandse neutraliteit leidt tot politiek fiasco

De machtsbalans in het Oostzeegebied veranderde op het moment dat het Rusland van Peter de Grote succes begon te behalen in de Grote Noordse Oorlog. Die oorlog, met Rusland en Zweden als voornaamste tegenstanders, zou de definitieve neergang van Zweden als grote mogendheid inluiden. De Republiek der Verenigde Nederlanden hanteerde formele neutraliteit ten opzichte van de strijdende partijen, al werd tegelijkertijd Rusland heimelijk van wapens voorzien en vielen Zweedse kapers Nederlandse handelsschepen aan.

Tegen het einde van die oorlog in 1721 had de Republiek bij Zweden noch Rusland politieke invloed van betekenis meer over. De pertinente weigering om kleur te bekennen was een belangrijke reden voor dit fiasco: zowel Zweden als Rusland concludeerde dat van de Republiek geen reële steun te verwachten viel.

Emoties boven rationaliteit

Volgens Van Koningsbrugge lieten Nederlandse regenten zich op beslissende momenten te zeer door emoties lieten leiden. Men ergerde zich aan de Zweedse kaapvaart op Hollandse handelsschepen en aan het machtsmisbruik van Russische commandanten ten opzichte van Hollandse handelaren, die werden mishandeld terwijl hun handelswaar maandenlang werd vastgehouden. Dat gevoel werd versterkt door diplomatieke schandalen zoals de openlijke Russische ontvoering van een officier van het Groningse garnizoen en de uitwijzing van een Nederlandse diplomaat uit St. Petersburg.

Doordat Hollandse diplomaten formele excuses voor dergelijke praktijken bleven eisen als voorwaarde voor politieke zaken, plaatste de Republiek zichzelf steeds verder buiten de ontwikkelingen die er werkelijk toe deden. ‘Er zijn nogal wat afslagen gemist’, stelt Van Koningsbrugge op basis van uitgebreid bronnenonderzoek. Anno 2013 zijn de verhoudingen veel beter, stelt de Ruslandkenner. ‘De handelsbetrekkingen zijn uitstekend en men benadert elkaar rationeel. We staan er beter voor dan toen.’

Curriculum Vitae

Hans van Koningsbrugge is hoogleraar Russische geschiedenis en politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als historicus is hij gespecialiseerd in de Nederlandse Oostzee-betrekkingen in de 18de eeuw en in contemporaine Russische geschiedenis en politiek. Tevens is hij directeur van het Nederland-Rusland Centrum en het Centre for Russian Studies, beide verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Bekijk ook de Unifocus-video waarin Van Koningsbrugge vertelt over De ziel van de Russen

Laatst gewijzigd:10 januari 2018 16:50
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws