Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

De crisis van de jaren dertig: verloren jaren of een grote sprong voorwaarts?

11 december 2012

Oratie: dhr. prof.dr. H.J. de Jong, 14.00 uur, Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Titel: De crisis van de jaren dertig: verloren jaren of een grote sprong voorwaarts?

Leeropdracht: Economische geschiedenis

Faculteit: Economie en Bedrijfskunde

Sinds het uitbreken van de financiële, economische en meer recentelijk de eurocrisis is regelmatig de vraag gesteld in hoeverre deze lijkt op die van de jaren dertig, de Grote Depressie, en of wij daar van kunnen leren. Zijn er analogieën waar we lessen uit kunnen trekken? En kunnen op basis daarvan zinvolle beleidsadviezen worden gegeven? Is kennis van de economische geschiedenis een noodzakelijke aanvulling op de gekoesterde maar ook vaak tegengestelde economisch-theoretische inzichten?Andersom werpen de huidige ervaringen weer een nieuw licht op de vorige crisis, m.a.w. de geschiedschrijving en de economische analyse van de vorige crisis verandert, mede onder invloed van de huidige.

De beide crises kennen verschillen, maar vooral ook grote overeenkomsten. Beide crises begonnen in de Verenigde Staten en werden allebei voorafgegaan door een hoogconjunctuur gevoed door speculatie op de onroerend goed markt. Een tweede overeenkomst is de afnemende overheidsregulering van de financiële sector en/of een lakse houding van de overheid om regels te handhaven. Door de hoogconjunctuur werden nieuwe financiële instrumenten ontwikkeld en werd er meer risico genomen. Voorts was er in beide perioden een uitzonderlijke groei van de geldhoeveelheid. In beide perioden heeft de crisis geleid tot aanhoudende daling van de productie en de werkgelegenheid.

In veel landen werd er aanvankelijk te weinig ondernomen door regeringen en door de monetaire autoriteiten. Dit heeft geleid tot een enorme verdieping van de depressie. Dat het niet tot daden kwam heeft te maken met de economische inzichten van die tijd. Beleidsmakers waren niet in staat de omstandigheden goed te interpreteren.

Moderne analyse van de jaren dertig geeft aan dat er beleidsopties waren; het vereiste een andere manier van denken om die te beproeven. Ook nu zien we de ironie van de recessie-economie om ons heen: beleid dat nodig is om landen uit een recessie te halen (het laten oplopen van het overheidstekort en de staatsschuld) staat haaks op beleid dat lange termijn groei stimuleert. Politici en beleidsmakers moeten schipperen in de mist, in de meest letterlijke zin van het woord.

Nederland

In de jaren dertig heeft de Nederlandse overheid vanuit liberaal economische principes ervoor gekozen om de crisis te laten uitzieken, d.w.z. dat de ongezonde delen van de economie moesten afsterven. Tegelijkertijd beschermden steunmaatregelen van diezelfde overheid andere sectoren. De heelmeesters waren dus niet consequent. Het effect hiervan op de korte termijn heeft voor de werkgelegenheid waarschijnlijk winst noch verlies opgeleverd. Voor de lange termijn heeft dit beleid een slechte invloed gehad op de noodzakelijke vernieuwing van de economie. De Duitse bezetting heeft dit nog eens verergerd, maar was dus niet de enige oorzaak.

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten hebben de crisismaatregelen, anders dan in Europa, de arbeidsproductiviteit – en daarmee de belangrijkste voorwaarde voor welvaartsgroei - gunstig beïnvloed in de jaren dertig. Maar er was nog veel meer aan de hand. De economisch-historicus Alexander Field heeft in een aantal publicaties op overtuigende wijze aangetoond dat in de ‘lange’ Depressie periode tussen 1929 en 1941 het productieve vermogen van de Amerikaanse economie sterk is toegenomen, mede door het toepassen van talloze innovaties en overheidsinvesteringen in de infrastructuur, met name wegen. Het geeft een intrigerende draai aan het debat over de oorzaken en gevolgen van de Grote Depressie. Wat er gebeurd is in deze periode kan daarom ook niet los gezien worden van de enorme welvaartsgroei in Amerika na 1945.

De Amerikaanse economie liet in de tweede helft van de jaren dertig een snelle ontwikkeling op het gebied van research and development, chemie, elektrotechniek en communicatie zien. Er was een aanzienlijk uitbouw van het rail- en wegvervoer. De jaren dertig zagen de vervolmaking en combinatie van de technologieën die eind 19e eeuw waren uitgevonden. Technologische en organisatorische verbeteringen in de economie lagen ten grondslag aan een hogere productie per uur en daarmee ook hogere reële lonen voor arbeiders. De economie van de Verenigde Staten onderging een stiekem transformatieproces, dat achteraf goed te verklaren is, maar op het moment zelf niet zichtbaar was, vanwege de depressie.

De technologische groei in deze periode speelde zich af over een breed front van de economie. In die zin was het karakter hiervan ook anders dan bijvoorbeeld de ICT revolutie van onze tijd, die zich over een veel kleiner deel van de economie uitstrekt. Field noemt de jaren dertig transformatie met enige ironie De Grote Sprong Voorwaarts. De depressie was niet noodlottig voor de lange termijn ontwikkeling van de Amerikaanse economie, integendeel, toen werd juist de basis gelegd voor Amerika’s welvaartsmodel van na 1945.

Grote sprong voorwaarts

Eigen onderzoek dat wij hier in Groningen hebben gedaan laat zien dat de voorsprong van de Verenigde Staten op Europa in deze jaren verder is vergroot. In de Verenigde Staten heeft de grote interne thuismarkt en de wil om bedrijven te laten concurreren de vernieuwing meer ruimte gegeven. De grote sprong voorwaarts in Europa kwam pas in de jaren zestig, bijna dertig jaar later dan in de VS.

Er was nog een andere grote sprong voorwaarts, die zich net zo stiekem leek te voltrekken als de technologische vernieuwing in de V.S. Het verschil is dat deze sprong voorwaarts zich in veel meer landen heeft voltrokken. Want hoewel de economische prestaties tijdens de crisis in veel landen bedroevend waren kenmerkt de periode rond de crisisjaren zich door een sterke verbetering van de biologische conditie van de wereldbevolking. Dat is wellicht een wrange constatering voor een periode waarin zoveel mensen in de loopgravenoorlog van 1914-1918 en de verschrikkingen van 1939-1945 inclusief de misdaden van Hitler en Stalin niet de kans kregen om oud te worden. Maar er was sprake van een heuse transformatie.

Economisch groei niet altijd nodig

Concentreren wij ons voor het gemak op Europa dan zijn de feiten voor het interbellum verbazingwekkend. Ondanks de wereldoorlogen, etnische zuiveringen, emigratie en vermeend slechte economische omstandigheden groeide de Europese bevolking met 100 miljoen inwoners. Dit was een effect van een snelle groei van de gemiddelde levensverwachting en een stijgend niveau van de levensstandaard.

Gaan wij uit van een breder welvaartsbegrip dan laat het interbellum en daarbinnen de crisis van de jaren dertig zien dat er niet altijd economische groei nodig is om menselijke welvaart te creëren. Dat is een intrigerende vraagstelling voor toekomstig onderzoek.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:42
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws