Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Behavioural and physiological adaptations of precocial shorebird chicks to Arctic environments

14 december 2012

Promotie: mw. K.L. Krijgsveld, 11.00 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Behavioural and physiological adaptations of precocial shorebird chicks to Arctic environments

Promotor(s): prof.dr. S. Verhulst, prof.dr. R.E. Ricklefs

Faculteit: Wiskunde en Natuurwetenschappen

Steltloperkuikens warmen zich vaker onder een oudervleugel dan gedacht

Het onderzoek van Karen Krijgsveld gaat in op de vraag hoe de ‘nestvliedende’ kuikens van grotere en kleinere soorten steltlopers de balans vinden tussen groei aan de ene kant en functioneel vermogen (foerageren, warm blijven) aan de andere kant. Dit onderzocht zij aan de hand van het gedrag en de fysiologie van kuikens die opgroeien op de arctische toendra in het Canadese Churchill en zich daar aanpassen aan de vaak veeleisende weersomstandigheden.

Nestvliedende kuikens zoals die van steltlopers verlaten vanaf dag één het nest en scharrelen zelf hun voedsel bij elkaar. Omdat ze zichzelf in eerste instantie nog niet warm kunnen houden, keren ze regelmatig terug naar de oudervogel om onder diens veren op te warmen. Dit betekent dat deze kuikens bij uitstek gevoelig zijn voor weersomstandigheden en voedselaanbod.

Krijgsveld ontdekte dat kuikens van kleinere soorten steltlopers afhankelijker zijn van hun vermogen om energie en daarmee warmte te produceren; en dat grotere soorten, dankzij hun grotere volume, meer warmte vasthouden en daardoor toe kunnen met een lager functioneel vermogen. Tegelijkertijd groeien kleinere soorten ook sneller, waardoor ze steeds minder snel hun warmte verliezen. De snellere groei in combinatie met hogere functionele capaciteit bij kleinere soorten ten opzichte van grotere soorten, impliceert dat van een trade-off tussen groei en functionele capaciteit geen sprake is voor steltloperkuikens, zoals tot dan toe gedacht werd. In plaats daarvan lijkt de nodige ruimte te bestaan om de relatie tussen groeisnelheid en functionele capaciteit te veranderen. Daarbij lijken grotere en kleinere soorten verschillende strategieën te volgen.

Ook toonde Krijgsveld aan dat steltloperkuikens hun lichaamstemperatuur niet onder ca. 35ºC laten zakken tijdens het foerageren. Hoewel ze zonder blijvende schade veel lagere lichaamstemperaturen kunnen overleven. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat nestvliedende kuikens hun lichaamstemperatuur tijdens het foerageren veel verder laten zakken, omdat dat mogelijk is. Maar door tijdig weer op te warmen onder de oudervleugel hoeven de kuikens relatief minder tijd te besteden aan opwarmen, waardoor ze in totaal meer tijd overhouden om te foerageren.

Karen Krijgsveld (Roden, 1969) studeerde biologie aan de RUG, waar zij haar promotieonderzoek uitvoerde bij de afdeling Gedragsbiologie, in geringe mate Onderzoeksschool BCN. En bij de University of Missouri-St.Louis, VS. Haar werk valt onder het onderzoeksproject: Ecophysiological limits to northern breeding distributions of Arctic sandpipers (Scolopacidae). Het werd gefinancierd door RUG en National Science Foundation, VS. Sinds 2002 is zij werkzaam bij Bureau Waardenburg, als projectleider en onderzoeker Vogelecologie.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:41
printView this page in: English

Meer nieuws