Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

6de Gronings Letselschadecongres: De waarde van smartengeld

08 oktober 2012

Wat is heden ten dage de functie van smartengeld? Moeten de smartengeldbedragen omhoog, en zo ja waarom en hoe? Is het gesloten stelsel van smartengeld-vergoedingen toereikend, of is uitbreiding gewenst? Deze en andere vragen staan centraal tijdens het congres, dat wordt georganiseerd door de Rijksuniversiteit Groningen samen met ANWB Verkeersrecht.

Het congres 'De waarde van smartengeld' zal plaatsvinden op 8 oktober 2012 in het Academiegebouw van de RUG in Groningen.

Enkele citaten uit de congresmap

‘Er ligt een wereld van verschil tussen de wijze waarop juristen in de letselschade praktijk aankijken tegen het recht op smartengeld en de manier waarop dit door slachtoffers wordt beleefd.

Eigenlijk gaat het al direct fout bij aanvang van de zaak. Slachtoffers hebben een heel andere definitie van smartengeld dan juristen. Velen van hen denken dat het woord “smartengeld” staat voor de totale compensatie van hun schade, dus ook de materiële schade. Zij koesteren daarbij vaak (te) hoge verwachtingen en denken dat de praktijken uit Amerika ook in Nederland gelden.

Hem moet worden uitgelegd dat ons rechtssysteem minder ruimhartige vergoedingen redelijk acht dan in de Verengde Staten gebruikelijk zijn. Dat brengt mee dat een slachtoffer al bij aanvang van de zaak heel wat teleurstellingen moet incasseren. Hij krijgt te horen dat hij zijn dure artikelen, zoals iPhone, kleding of bril die door het ongeluk kapot zijn gegaan, niet terug krijgt, maar dat hij zich tevreden moet stellen met de dagwaarde daarvan’. ( panellid mr. Geertruid van Wassenaer (Beer Advocaten Amsterdam)

‘Voor slachtoffers kleeft er een sterk emotioneel aspect aan de waardering van het hen toekomende smartengeld. Het is een slachtoffer haast niet uit te leggen dat er in de blauwe smartengeldbundel wordt gezocht naar één of meerdere lotgenoten die soortgelijk letsel opliepen. Want hoe vind je ooit een vergelijkbare casus en hoe rechtvaardig je de gemaakte keuze om aansluiting te zoeken bij het ene of het andere geval? Aan die methodiek kleeft in ieder geval een sterk “vinger in de lucht” gehalte. Een dertigjarig vrouwelijk slachtoffer van een motorongeval verwoordde het aldus:

“Het is echt een prachtverhaal om mensen te vertellen dat jij als mijn advocaat de verzekeraar hebt kunnen overtuigen dat ik op een vorkheftruckchauffeur en een bejaarde vrouw lijk die van haar balkon is gedonderd inclusief gebroken ribben, hersenschudding en klaplong5), maar onzinniger kan ik het me niet bedenken”.’( panellid mr. Geertruid van Wassenaer ( Beer Advocaten Amsterdam)

‘Rechters hebben het zich de afgelopen jaren wat dat betreft te gemakkelijk gemaakt en hebben zich blind gestaard op wat hun collega-rechters in soortgelijke zaken hebben toegewezen, terwijl de gepubliceerde uitspraken niet representatief zijn. Immers, het grootste deel van de letselschadedossiers speelt zich af buiten het blikveld van de rechter, in het onderhandelingstraject tussen belangenbehartiger en verzekeraar. Derhalve lopen rechters achterop bij rechtsontwikkelingen die zich in de dagelijkse praktijk afspelen’. ( panellid mr. Geertruid van Wassenaer ( Beer Advocaten Amsterdam)

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:34

Meer nieuws