Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Over de toekomst van de politieke partij

18 september 2012

Oratie: dhr. prof.dr. G. Voerman, 16.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Titel: Over de toekomst van de politieke partij

Leeropdracht: Ontwikkeling en functioneren van het Nederlandse en Europese partijstelsel

Faculteit: Rechtsgeleerdheid

 

‘Dinosaurussen van de democratie’ zijn ze in Duitsland genoemd, en in Nederland ‘oude olifanten op weg naar hun laatste rustplaats’. Het einde van de politieke partijen wordt al lang voorspeld, maar ze zijn er nog altijd – zoals weer bleek tijdens de jongste campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen.

Partijen zullen niet zo snel verdwijnen, stelt prof.dr. Gerrit Voerman in zijn oratie, maar als gevolg van hun afnemende maatschappelijke worteling (dalende ledentallen, sterk toegenomen volatiliteit) veranderen ze wel. De vraag in welke richting ze koersen, beantwoordt Voerman mede aan de hand van de analyses van de partijen zelf, afkomstig van partijcommissies die de afgelopen twintig jaar na zware verkiezingsnederlagen zijn ingesteld, en de interviews die hij dit voorjaar hield met de directeuren van bijna alle partijbureaus en wetenschappelijke bureaus.

De organisatorische scheidslijn tussen partij en maatschappij die is gebaseerd op het partijlidmaatschap wordt poreuzer; in dit permeabiliseringsproces wordt er meer en meer een beroep gedaan op niet-leden. Om kiezers te mobiliseren worden de verkiezingscampagnes steeds professioneler. Aangezien de inkomsten van de leden achterblijven, worden partijen steeds afhankelijker van subsidies van de staat.

De persoon van de partijleider wordt niet alleen door de professionalisering steeds belangrijker, maar ook als gevolg van de toenemende dominantie van de fractie, en – paradoxaal genoeg – van zijn directe verkiezing door de leden. Deze personalisering en centralisering van de partij zal een verdere impuls krijgen wanneer de interne democratisering wordt gecombineerd met de permeabilisering en niet-partijleden in primaries kunnen meestemmen bij de verkiezing van de partijleider – zoals momenteel in de PvdA wordt overwogen.

Als gevolg van deze trends lijken in ieder geval de grote partijen in Nederland zich te ontwikkelen tot electoraal-professionele, gecentraliseerde organisaties, waarin de persoon van de partijleider steeds meer gewicht krijgt en overheidssubsidies de ledencontributies als voornaamste inkomstenbron aflossen. Partijen lijken daardoor in een vicieuze cirkel te geraken: door het afbrokkelen van hun maatschappelijke basis worden zij afhankelijker van de staat en boeten zij aan herkenbaarheid in, waardoor hun basis in de samenleving weer verder kan krimpen.

 

Zie ook: 'Invloed leden neemt af, partijleider steeds belangrijker' op de RUG-website

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:42

Meer nieuws