Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Coping with climate change. Energetic costs of avian timing of reproduction

27 april 2012

Promotie: dhr. L. te Marvelde, 12.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Coping with climate change. Energetic costs of avian timing of reproduction

Promotor(s): prof.dr. M.E. Visser

Faculteit: Wiskunde en Natuurwetenschappen

Koolmezen vertikken het nóg eerder te broeden

Luc te Marvelde onderzocht waarom koolmezen het vertikken om hun broedperiode nóg verder aan te passen aan de klimaatsverandering dan dat ze tot nu toe al gedaan hebben. Zijn resultaten wijzen in de richting van een tekort aan insecten om vroeg genoeg te kunnen leggen. Te laat leggen is daardoor waarschijnlijk de best mogelijke optie.

Het broedsucces van veel bosvogels, waaronder koolmezen, hangt af van de timing van het broeden ten opzichte van de jaarlijkse rupsenpiek. Door klimaatsverandering vindt de rupsenpiek nu gemiddeld drie weken eerder plaats dan 30 jaar geleden. Koolmezen zijn ook vroeger gaan broeden, maar niet vroeg genoeg om de verschuiving van het voedselaanbod voor hun jongen bij te benen.

Een mogelijke verklaring is dat er niet voldoende voedsel aanwezig is om vroeg genoeg te kunnen broeden. Te Marvelde onderzocht dit door tegelijk de insectenbeschikbaarheid en het foerageergedrag van koolmeesvrouwtjes te meten. Hij constateert dat de koolmezen vooral foerageerden in bomen waar op dat moment de meeste insecten te vinden zijn, ondanks het feit dat er volop zaden aanwezig zijn die relatief veel meer energie bevatten dan insecten. Opvallend is dat veel koolmezen beginnen met leggen op het moment dat de insectenaantallen in snel tempo toenemen na een periode van lage insectenbeschikbaarheid. Dit duidt op een mogelijke eiwitbeperking voor eiproductie.

Vroeger leggen kan waarschijnlijk niet zonder een verhoging van de energetische uitgaven, omdat eieren dan geproduceerd moeten worden onder koudere omstandigheden, bij een lage voedselbeschikbaarheid en lage efficiëntie van voedselzoeken. Als de fitnessvoordelen van vroeg broeden niet opwegen tegen de fitnesskosten van de verhoogde energetische uitgaven, is het beter later te broeden om de totale fitness te maximaliseren. Helaas kon Te Marvelde niet aantonen dat koolmezen door ‘te laat’ te broeden - en daardoor de voedselpiek deels te missen - hun fitness maximaliseren. Het lukte hem niet om de koolmezen vroeger te laten broeden.

Luc te Marvelde (Groenlo, 1980) studeerde ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij promoveert op onderzoek dat hij uitvoerde bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Dit onderzoek werd gefinancierd met gelden uit de Vici-beurs van zijn promotor Marcel Visser.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:42
printView this page in: English

Meer nieuws

  • 20 februari 2019

    De ongebruikelijke erfelijkheid van telomeerlengte

    Bij de overerving van telomeerlengte spelen epigenetische effecten een belangrijke rol. Zeker een derde van de overerving is epigenetisch van aard. Dat concluderen Groninger onderzoekers, die voor het eerst een schatting van dit fenomeen konden maken...

  • 19 februari 2019

    Nanoporiën maken massaspectrometer voor eiwitten mogelijk

    RUG-onderzoekers hebben nanoporiën ontwikkeld waarmee ze direct de massa van kleine eiwitjes (peptiden) kunnen meten. Een artikel over deze ontdekking is op 19 februari jl. gepubliceerd in het tijdschrift Nature Communications.

  • 15 februari 2019

    Groningse ingenieurs studeren straks af in Drachten

    De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) start in het collegejaar 2019-2020 met een masteropleiding Mechanical Engineering; oftewel werktuigbouwkunde. Prof. dr. ir. Jacquelien Scherpen, voorzitter van het Groningen Engineering Center (GEC) noemde het eerder...