Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Vaak neveninkomsten niet-boeren op het platteland

25 april 2012
Nicolien Wols-Breens
Mw. Nicolien Wols-Breen heeft een koffie- en theeschenkerij in Kiel-Windeweer en verkoopt ook een selectie vaste en eenjarige planten/foto: Elmer Spaargaren

Gewone burgers op het platteland verdienen daar opmerkelijk vaak iets bij, naast hun gewone baan. Bijvoorbeeld met de verkoop van fruit, een hondentrimsalon in de garage, een minicamping of een antiekzaakje. Dat kan daar bij uitstek wegens de beschikbare ruimte en omdat het een goede manier is om het sociale leven op peil te houden. Omdat het nadrukkelijk om nevenactiviteiten gaat, zonder veel groeiambitie, hoeven gemeenten geen regels op te leggen om dit soort bedrijvigheid in te tomen. Dat blijkt uit veldonderzoek door sociaal geograaf Marianna Markantoni, die op 3 mei 2012 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het is een vertrouwd beeld voor wie door dorpen op het platteland rijdt: bordjes met de tekst ‘Aardappelen te koop’, het opschrift ‘Kapsalon’ bij een boerenschuur en aanduidingen van bed & breakfasts en minicampings. Achter die bordjes gaan vaak geen boeren schuil, maar gewone burgers. Het is een groep die door beleidsmakers totaal over het hoofd wordt gezien, ontdekte Markantoni: ‘Er is vreemd genoeg nooit onderzoek gedaan naar dit soort nevenactiviteiten op het platteland, terwijl er volop onderzoek is gedaan naar de nevenactiviteiten van boeren. Je kunt ze niet eenvoudig terugvinden bij de Kamer van Koophandel, bijvoorbeeld, want lang niet alles staat er geregistreerd en wat wel geregistreerd staat, is vaak geen nevenactiviteit. Daarom hebben we 45 studenten door alle straten van 36 gemeenten laten fietsen en elk bordje dat op zo’n mini-bedrijfje duidde laten uitzoeken.’

Lifestyle

Uit al deze enquêtes bleek dat maar liefst 506 niet-boeren er zo’n economische nevenactiviteit op na hielden. Dat wil zeggen: een bedrijfje aan huis waarvan ze niet afhankelijk zijn voor hun inkomen. Het overgrote deel heeft een jaaromzet van minder dan € 15.000 per jaar. Het is meer een kwestie van lifestyle dan van noodzaak. Markantoni: ‘Het moet natuurlijk wat opleveren, maar het moet wel leuk blijven. Daarom hoeft de overheid zich ook geen zorgen te maken dat hier bedrijven uit voortkomen die het platteland verpesten. Integendeel, dit soort activiteiten draagt enorm bij aan de leefbaarheid. Het zou zonde zijn het met extra regelgeving te belemmeren.’ Het blijkt dat 72% van de eigenaren geen enkele behoefte heeft om de zaak uit te breiden.

Sociaal verband

De bijdrage aan de economie van al deze bedrijfjes mag klein zijn, ze zorgen wel voor een sterker sociaal verband in de dorpen en lokken bovendien toeristen en andere klanten uit de stedelijke kernen naar het platteland. Juist de nabijheid van steden maakt dit soort activiteiten ook mogelijk. Vaak komen de ondernemende plattelanders ook pas op het idee om iets te verdienen met een galerietje of een ambachtelijke timmerzaak als ze er al wonen. Het draagt bij aan hun kwaliteit van leven, stelt Markantoni vast. En het toont bovendien aan dat het platteland wel degelijk een geschikte omgeving kan zijn om een bedrijfje te beginnen.

Deel van een groter onderzoek

Het onderzoek van Markantoni is het zoveelste puzzelstukje in het beeld dat haar promotor prof. dr. Dirk Strijker probeert te krijgen van het platteland. ‘Ik onderzoek als hoogleraar plattelandsontwikkeling speciaal de rol van niet-boeren op het platteland. Bijvoorbeeld hun participatie, of de behoefte aan een glasvezelnet. Over boeren is al veel bekend, over burgers veel minder. Het is geen onderzoek dat richting moet geven aan het plattelandsbeleid, maar wetenschappelijke interesse. Het is een manier om meer van het platteland te begrijpen.’

Curriculum vitae

Marianna Markantoni (Athene, 1980) behaalde respectievelijk masterdiploma’s in Agricultural Engineering aan de Universiteit van Athene en in Rurale Sociologie aan Wageningen Universiteit. Ze verrichtte haar promotieonderzoek bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de RUG. Inmiddels werkt ze bij de Rural Society Research group van het Scottish Agricultural College in Edinburgh, UK. De titel van het proefschrift luidt: ‘Side activities by non-farmers, In search for personal and rural development’. Haar promotor is prof.dr. Dirk Strijker.

Contact

Marianna Markantoni, tel. 00-44-7932085101 of marianna.markantoni@sac.ac.uk
Prof.dr. Dirk Strijker, tel 050-363 3726, e-mail: d.strijker@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:28
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws