Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Het ontleedkundig laboratorium

31 januari 2012

Oratie: dhr. prof.dr. G.J.M. van Noord, 16.00 uur, Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Titel: Het ontleedkundig laboratorium

Leeropdracht: Taaltechnologie

Faculteit: Letteren

De oratie van Gertjan van Noord gaat over het automatisch ontleden van het Nederlands. Om een computer taal te laten begrijpen, is een belangrijke eerste stap automatische ontleding: welke woorden horen bij elkaar, en wat is de rol van de verschillende woorden en woordgroepen. Het maakt bijvoorbeeld nogal wat verschil of je onderwerp of lijdend voorwerp bent, getuige de volgende twee voorbeelden:

- de paus heeft gisteren een sappige biefstuk te eten gehad

- de paus heeft gisteren tweehonderd daklozen te eten gehad

In zijn rede legt Van Noord uit welke problemen de computer moet oplossen, en tot welke prestaties de computer momenteel in staat is. Daarbij worden twee - enigszins tegenstrijdige - conclusies getrokken. Aan de ene kant is de kwaliteit van de ontleding nog voor enorme verbeteringen vatbaar. Vooral als je kijkt naar de problemen die de computer heeft met allerlei onvolkomenheden in de invoer, zoals spelfouten en grammaticale fouten, of de taal van de nieuwe media zoals Twitter:

- tesssssx Normaal zou k me nu aant klaarmaken zyn vo scorro, mrgoed geen oog dicht gedaan vanacht &ben sick.. Dus f*ck school :-) #trusttteeeeeee

Ook als je gesproken taal zou willen kunnen ontleden, blijkt dat de automatische ontleding nog lang niet flexibel genoeg is. Spreektaal bestaat meestal niet uit nette zinnen:

- en verder een uh een opening God ik weet allemaal niet hoe dat heet een uh opening voor de 't luik.

De andere conclusie die in de oratie wordt getrokken is, dat de kwaliteit van de automatische ontleding voor verzorgde geschreven taal, bijvoorbeeld krantenberichten, al heel goed is, en vermoedelijk nauwelijks nog verbeterd zal kunnen worden.

In de toekomst zal het onderzoek zich daarom aan de ene kant richten op nieuwe technieken die veel flexibeler met onverwachte input om kunnen gaan. Aan de andere kant zal het onderzoek zich ook richten op de toepassing van de automatische ontleding, bijvoorbeeld als hulpmiddel bij ander taalkundig onderzoek.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:42

Meer nieuws

  • 20 september 2018

    Martijn Wieling gestart als bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal en cultuur

    Per 1 juli 2018 is Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur. Wieling (Emmen, 1981) is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat gedurende...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 11 september 2018

    Eerste biografie van Piet Mondriaans vroege jaren

    Sinds zijn dood in 1944 is er een groot aantal biografieën van Piet Mondriaan verschenen - en zijn er evenzoveel mythes rondom zijn kunstenaarschap ontstaan. Hij zou bijvoorbeeld een minzame asceet zijn, of juist een bon-vivant. De Amerikaanse promovendus...