Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

De stad als interface. Digitale media en stedelijke openbaarheid

23 januari 2012

Promotie: dhr. B.G.M. de Waal, 16.15 uur, Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: De stad als interface. Digitale media en stedelijke openbaarheid

Promotor(s): prof.dr. R.W. Boomkens, prof.dr. J.F.T.M. van Dijck

Faculteit: Wijsbegeerte

 

Nieuwe media veranderen gebruik stedelijke ruimte

De opkomst van digitale en mobiele media heeft belangrijke gevolgen voor de manier waarop mensen stedelijke ruimtes gebruiken en ervaren. Dat blijkt uit onderzoek van promovendus Martijn de Waal. Het gebruik van onder meer de mobiele telefoon, gps-navigatie en sociale netwerken op de smartphone heeft met name grote gevolgen voor de manier waarop de ‘stedelijke openbaarheid’ functioneert: dié ruimtes in de stad die traditioneel functioneren als ‘ontmoetingsplaats’, als plekken waar stedelingen met uiteenlopende achtergronden met elkaar worden geconfronteerd. Denk bijvoorbeeld aan het centrale stadsplein, het park, de winkelstraat, de boulevard met haar terrasjes, de markt, het koffiehuis of het debatcentrum.

In het bredere debat over de stedelijke ontwerp- en beleidspraktijk krijgen centrale ontmoetingsplaatsen traditioneel een belangrijke rol toebedeeld in de democratische stedelijke samenleving. Zonder ontmoetingsplaatsen kan de stad niet als samenleving functioneren, maar valt ze uiteen in een eilandenrijk van verschillende bevolkingsgroepen die langs elkaar heen leven. Digitale media grijpen volgens De Waal op twee manieren in op de manier waarop deze stedelijke openbaarheid functioneert. Enerzijds gebruiken stedelingen technologieën als de mobiele telefoon om zich ruimtes toe te eigenen en van een openbare sfeer een private sfeer te maken. Koffiehuizen zijn bijvoorbeeld geen plekken meer voor een gesprek met onbekenden; klanten zitten er verzonken achter hun laptop of i-phone, al chattend of mailend. De nieuwste generatie mobiele telefoonsoftware kan deze tendens verder versterken, aldus De Waal. Speciale apps raden gebruikers plekken aan die overeenstemmen met persoonlijke voorkeuren. Dit kan volgens De Waal uiteindelijk leiden tot een verregaande ruimtelijke ‘verzuiling’ van verschillende levensstijlen. Stedelingen houden dan continu contact met leden uit hun eigen groep (ook al zijn zij fysiek afwezig), en bezoeken vooral plekken waar zij hun ‘soortgenoten’ tegenkomen.

Tegelijkertijd kunnen deze fysieke netwerken van verschillende levensstijlen ruimtelijk dwars door elkaar heen lopen. De smartphone loodst iemand naar die plekken die voor hem of haar relevant zijn. Verschillende subculturen en functies kunnen dus ook makkelijker langs elkaar heen leven of naast elkaar bestaan. Op die manier ontstaan ook weer nieuwe momenten waarop verschillende groepen elkaar - zij het kortstondig - ontmoeten. Digitale media kunnen vervolgens worden ingezet om de tijdelijke overlap tussen deze verschillende netwerken zichtbaar te maken en zo op een nieuwe manier een stedelijke openbaarheid in het leven te roepen. Stedelingen kunnen deze media ook inzetten om zelf een publiek domein in de stad tot leven te roepen door zich rond een specifieke issue te organiseren. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Facebook-revoluties’ in de Arabische Lente.

Martijn de Waal (Zeist, 1972) studeerde Film en televisiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de vakgroep Praktische filosofie aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen. De Waal werkt als zelfstandig onderzoeker, schrijver, adviseur en curator.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:41

Meer nieuws