Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

The biocognitive spectrum. Biological cognition as variations on sensorimotor coordination

12 januari 2012

Promotie: dhr. M. van Duijn, 14.30 uur, Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: The biocognitive spectrum. Biological cognition as variations on sensorimotor coordination

Promotor(s): prof.dr. T.A.F. Kuipers

Faculteit: Wijsbegeerte

Zijn bacteriën cognitieve organismen?

Marc van Duijn ontwikkelt in zijn proefschrift een nieuwe theorie over biologische cognitie, oftewel biocognitie. In tegenstelling tot de meest gangbare theorieën die natuurlijke cognitie als een relatief recente evolutionaire ontwikkeling beschouwen, biedt Van Duijn een alternatieve verklaring voor biocognitie die gegrondvest is in sensorimotorcoördinatie; een vorm van adaptatie die evolutionair zeer oud is. Het onderzoek laat zien dat menselijke cognitie en bacteriële cognitie op hetzelfde mechanisme berusten, namelijk sensorimotorcoördinatie, dat door grote selectiedruk meerdere malen is geëvolueerd op verschillende niveaus van biologische organisatie.

Een centrale claim in Van Duijns dissertatie is dat de fylogenetische basis van biocognitie ligt in sensorimotorcoördinatie: het vermogen van organismen om zich voort te bewegen en zich te oriënteren in hun omgeving om zo de externe factoren voor hun metabolisme te optimaliseren. Bacteriële chemotaxis is een goed voorbeeld van minimale cognitie, de meest elementaire vorm van biocognitie. Chemotaxis helpt bacteriën zoals E. coli om een optimaal fysisch-chemisch milieu te vinden door met behulp van een moleculair geheugen kleine concentratieverschillen van chemicaliën te detecteren en zich langs deze chemische gradiënten voort te bewegen. Een andere centrale claim van Van Duijn is dat het brede spectrum van biocognitieve mechanismen, van bacteriële taxis tot menselijke cognitie, het best kan worden begrepen als verschillende vormen van sensorimotorcoördinatie. Sensorimotorcoördinatie vormt de ontogenetische basis voor menselijke cognitie: objectherkenning, imitatie, taal, en zelfbewustzijn berusten in belangrijke mate op de ontwikkeling van verschillende vormen van sensorimotorcoördinatie. Bacteriële cognitie en menselijke cognitie zijn variaties op hetzelfde mechanisme dat door grote selectiedruk vele malen opnieuw is geëvolueerd op verschillende niveaus van biologische organisatie. Deze theorie over biocognitie vormt de basis van de groeiende consensus dat de kern van cognitie in sensorimotorcoördinatie ligt, en verankert de cognitiewetenschappen stevig in de biologie.

Marc van Duijn (Katwijk aan Zee, 1976) studeerde cognitieve psychologie aan de Universiteit van Leiden. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de sectie theoretische filosofie, aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:42

Meer nieuws