Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Risk assessment of antiepileptic drug use in pregnancy

09 december 2011

Promotie: mw. J. Boersma-Jentink, 14.30 uur, Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Risk assessment of antiepileptic drug use in pregnancy

Promotor(s): prof.dr. L.T.W. de Jong- van den Berg, prof.dr. H. Dolk

Faculteit: Wiskunde en Natuurwetenschappen

Gebruik anti-epilectica aanpassen vóór eventuele zwangerschap

Vrouwen die anti-epileptica nodig hebben en zwanger willen worden moeten ruim voor de conceptie de neuroloog consulteren en hun kinderwens kenbaar maken, zodat de medicatie, het handhaven of veranderen van de therapie, hierop afgestemd kan worden. Want uiteindelijk kan de beste therapie alleen individueel worden bepaald. Dit concludeert Janneke Boersma-Jentink op basis van haar promotieonderzoek.

Boersma-Jentink deed drie case-controlestudies naar associaties tussen specifieke aangeboren afwijkingen (gebaseerd op signalen uit de literatuur) en gebruik van de meest voorgeschreven anti-epilectica lamotrigine, valproinezuur en carbamazepine. Ze maakte gebruik van de internationale EUROCAT database voor aangeboren afwijkingen.

Tijdens de zwangerschap halen vier tot vijf op de duizend vrouwen ten minste één anti-epilepticum bij de apotheek. De studiepopulatie waarmee Boersma-Jentink werkte, omvatte 3,8 miljoen zwangerschappen. Er was specifieke informatie beschikbaar van 98 duizend zwangerschapsuitkomsten met aangeboren afwijkingen. Voor lamotrigine vond zij in EUROCAT geen bewijs voor een associatie met een hazenlip (orofacial cleft). Voor carbamazepine waren eerder vijf signalen gevonden, waarvan alleen een associatie met spina bifida is bevestigd in de case-controle studie van Boersma-Jentink. Voor valproinezuur waren veertien signalen gevonden in de literatuur, waarvan er door Boersma-Jentink zes zijn bevestigd: spina bifida, ASD, cleft palate, hypospadie, polydactyly en craniosynostosis. Ook werd het beschermende effect van foliumzuur op het voorkomen van spina bifida onderzocht onder vrouwen die valproinezuur gebruikten tijdens de zwangerschap. Boersma-Jentink vond, in een zeer kleine studie, vooralsnog geen preventief effect. Het is daarom volgens haar erg belangrijk dat er verder onderzoek gedaan wordt naar het werkingsmechanisme van zowel valproinezuur als foliumzuur op de neuraalbuis.

Naast epidemiologische studies heeft Boersma-Jentink voor carbamazepine, lamotrigine en valproinezuur een economische studie uitgevoerd. Hieruit bleken relatief gunstige kosten-effectiviteitsratio voor carbamazepine, welke voortvloeien uit de relatieve veiligheid van dit middel en de lage prijs.

Boersma-Jentink vindt het verrassend dat, hoewel er bij het maken van richtlijnen voor het voorschrijven van medicijnen alle wereldwijd beschikbare bewijs wordt meegenomen, er toch in verschillende Europese regio’s een andere afweging gemaakt wordt bij het voorschrijven.

Janneke Boersma-Jentink (Balkbrug, 1983) studeerde medisch farmaceutische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar zij haar promotieonderzoek uitvoerde bij de vakgroep Farmaco-Epidemiologie en Farmaco-Economie, onderzoeksschool SHARE. Haar onderzoek werd gefinancierd via EUROCAT. Inmiddels is zij werkzaam bij Drug Safety Specialist bij Celgene BV.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:40
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws