Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Het Saramacca project. Een plan van Joodse kolonisatie in Suriname

25 november 2010

Promotie: dhr. A. Heldring, 14.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Het Saramacca project. Een plan van Joodse kolonisatie in Suriname

Promotor(s): prof.dr. D.F.J. Bosscher

Faculteit: Letteren

 

Naoorlogse vestiging van joden in Suriname liep stuk op communistenvrees

Van 1946 tot 1948 onderhandelde een Amerikaans-Joodse organisatie, de Freeland League, met de Nederlandse en Surinaamse regeringen over de vestiging in Suriname van 30.000 joodse ontheemden uit Europa. Na een aanvankelijk positieve opstelling zetten beide regeringen de onderhandelingen stop: de Nederlandse regering vreesde dat zich onder de joodse immigranten uit Centraal- en Oost-Europa veel ‘communistische infiltranten’ zouden bevinden. Voormalig ambassadeur Alexander Heldring zet in zijn proefschrift de redenen waarop het plan afketste op een rij en toont aan waarom die merendeels op misvattingen berustten.

De joden die in Suriname gevestigd zouden worden, zouden Surinaamse onderdanen worden, maar wel zoveel mogelijk hun eigen joodse cultuur en jiddische taal behouden. Voor de Freeland League was vestiging in Palestina geen onmiddellijke optie, omdat zij, in tegenstelling tot de zionisten, niet naar het creëren van een onafhankelijke joodse staat streefde. Eind juni 1947 stemden de Staten van Suriname in principe ermee in om 30.000 joodse immigranten in Suriname toe te laten. Deze zouden zich vestigen in het Saramaccadistrict, ten westen van Paramaribo.

Er was echter veel tegenstand van zionistische zijde. Zolang Palestina onder Brits mandaat stond en de Britten massale joodse immigratie uit Europa belemmerden, zou Suriname immers als een aanvaardbaar alternatief voor een toevluchtsoord voor joodse ontheemden kunnen dienen. Ook de creoolse Nationale Partij Suriname (NPS) verzette zich tegen het plan. De NPS was bang voor mogelijke politieke en economische overheersing door de joodse immigranten. Na een aanvankelijk positieve opstelling besliste de Nederlandse regering dat het plan niet door mocht gaan. De regering vreesde dat zich onder de joodse immigranten uit Centraal- en Oost-Europa veel ‘communistische infiltranten’ zouden bevinden. Kort na de stichting van Israël (mei 1948) en onder Nederlandse druk besloten de Staten de onderhandelingen over de joodse immigratie ‘op te schorten’. Dit betekende in feite ‘stopzetten’. Nog tot begin 1956 heeft de Freeland League geprobeerd de onderhandelingen te heropenen, doch vergeefs.

Alexander Heldring (Amsterdam, 1939) studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Heldring was ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in Burkina Faso, Niger, Ghana, Togo en Benin. In zijn meer dan dertigjarige carrière in de diplomatieke dienst was hij ook actief in Polen, België (NAVO), de Verenigde Staten, Zwitserland (Verenigde Naties) en Suriname. Eind januari 2011 verschijnt bij uitgeverij Verloren te Hilversum een handelseditie van het proefschrift.

Zie ook http://www.jewcy.com/arts-and-culture/saramacca_project

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:39

Meer nieuws