Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Kans op baan voor intellectueel beperkten nog kleiner door chronische aandoeningen

16 november 2010

Adolescenten met een intellectuele beperking hebben vaak bijkomende chronische aandoeningen en daarmee een grotere kans op emotionele en gedragsproblemen. Deze factoren verkleinen hun kans om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Dat stelt Barth Oeseburg in zijn proefschrift, waarop hij woensdag 17 november 2010 promoveert.

Van de leerlingen (12–18 jaar) met een intellectuele beperking heeft 63 % daarnaast een of meer chronische aandoeningen, concludeert Oeseburg in zijn onderzoek. Dit kunnen zowel lichamelijke (zoals kinderreuma of astma) als mentale (autisme, ADHD en dergelijke) problemen zijn. Onder leerlingen zonder intellectuele beperking is het percentage dat een chronische aandoening heeft veel lager (12%).

 

Zelfstandig

Op verzoek van koepelorganisatie PROREC Noord onderzocht Oeseburg de leerlingen van scholen voor praktijkonderwijs en de Regionale Expertisecentra in Groningen en Drenthe. “Adolescenten worden daar voorbereid op het zelfstandig functioneren in de samenleving”, zegt Oeseburg. “Ze leren er de basale dingen, als boodschappen doen en eten koken. Maar ook arbeidsvaardigheden om later een kans te maken op een baan.”

Alle leerlingen in zijn onderzoeksgroep hebben in ieder geval een intellectuele beperking. Met vragenlijsten voor de ouders, mentoren op school en informatie van de huisartsen van de jongeren stelde Oeseburg vast welke bijkomende problemen de kinderen hebben. “Hierbij viel op dat de ouders meer problemen signaleerden dan de mentoren en de huisartsen van de leerling. Dat kan komen omdat de ouders zelf een diagnose stellen, maar ook omdat huisartsen en scholen niet alle informatie kennen.”

 

Gedragsproblemen

Van de leerlingen met een intellectuele beperking die ook een chronische aandoening hebben, blijkt - afhankelijk van het aantal en de aard van de chronische aandoeningen - 30 tot 64 % daardoor emotionele en gedragsproblemen te hebben, zo stelde Oeseburg vast. “Een kind met een intellectuele beperkingen kinderreuma kan bijvoorbeeld door overbelasting op school vaak last hebben van pijn en vermoeidheid en daardoor probleemgedrag vertonen. Tot nu toe wordt niet altijd onderkend dat de problemen door de chronische aandoening worden veroorzaakt”, legt Oeseburg uit. “Maar de emotionele - en gedragsproblemen verkleinen wel de toch al geringe kans op de arbeidsmarkt.”

In zijn onderzoek zag Oeseburg dat scholen vaak niet goed op de hoogte zijn van de chronische aandoeningen en de samenhang met emotionele - en gedragsproblemen van hun leerlingen. “Dat is wel belangrijk, want deze groep is erg kwetsbaar. Je wilt niet dat ze op hun achttiende thuis op de bank belanden. Of erger, in de criminaliteit of drugsverslaving terechtkomen.”

Daarom beveelt Oeseburg de scholen voor speciaal en praktijkonderwijs aan de leerlingen bij binnenkomst nog beter door te lichten en de ouders concrete vragen voor te leggen. Bijvoorbeeld de vragen die hij in zijn onderzoek ook gesteld heeft. Zo krijgt de school een beter beeld van een leerling. “Bovendien is het belangrijk al in een vroeg stadium een arbeidsmarktdeskundige te betrekken”, stelt Oeseburg. “Dan kun je al vroeg de capaciteiten en interesses van de leerling afstemmen met de eisen voor bepaalde functies op de arbeidsmarkt. En heeft de leerling nog genoeg tijd om de juiste vaardigheden te leren voor een baan die bij hem past.”

 

Curriculum vitae

Barth Oeseburg (Groningen, 1961) studeerde HBO-V in Groningen. Tijdens zijn werkzaamheden als verpleegkundige in het UMCG, studeerde hij in de avonduren sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nadat hij in 1993 afstudeerde, bleef Oeseburg werkzaam voor het UMCG. Hij was de eerste verpleegkundig consulent Multiple Sclerose van Nederland en startte verschillende zorgvernieuwingsprojecten, onder andere over thuiszorg. In 2001 maakte hij de overstap naar wetenschappelijk onderzoek bij de afdeling Gezondheidswetenschappen van de RUG. Inmiddels werkt Oeseburg in het UMCG Wenckebach Instituut als opleidingscoördinator verpleegkundige vervolgopleiding chronisch zieken.

Oeseburg promoveert tot doctor in de medische wetenschappen bij prof.dr. J.W. Groothoff en prof.dr. S.A. Reijneveld. Hij verdedigt zijn proefschrift, met de titel ‘Prevalence and impact of chronic diseases in adolescents with intellectual disability’ op woensdag 17 november om 16.15 in het Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen.

 

Noot voor de pers

Contact: via de persvoorlichters van het UMCG, tel. 050-361 2200, e-mail: voorlichting@bvl.umcg.nl

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:29
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 08 juni 2018

    Waardedaling woningen in aardbevingsgebied tot 2015 gemiddeld 9,3%

    Woningen in het Groningse aardbevingsgebied zijn tot 2015 gemiddeld 9,3% in waarde gedaald. Dat concluderen promovendus Nicolás Durán en hoogleraar Ruimtelijke Econometrie Paul Elhorst van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij analyseerden data van de...

  • 06 juni 2018

    RUG op plek 120 in QS ranking

    De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) staat dit jaar op plaats 120 in de QS World Top University Rankings 2019. Afgelopen twee jaar stond de RUG opplaats 113 in deze lijst van bijna 1.000 universiteiten wereldwijd. Op nationale schaal is Groningen dit...

  • 01 juni 2018

    Negen onderzoekers aan de RUG ontvangen een Vidi-beurs

    NWO heeft aan 86 ervaren onderzoekers ieder een Vidi-financiering van 800.000 euro toegekend. Maar liefst negen hiervan doen hun onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG); aan vier verschillende faculteiten. Met de beurs kunnen de vier vrouwelijke...