Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Gedogen door bestuursorganen

02 september 2010

Promotie: dhr. F.B. Vermeer, 16.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Gedogen door bestuursorganen

Promotor(s): prof.dr. L.J.A. Damen

Faculteit: Rechtsgeleerdheid

 

Gedogen door bestuursorganen beter regelen

Frank Vermeer behandelt in zijn proefschrift het gedogen door bestuursorganen van overtredingen van wettelijke voorschriften. Een recentelijk veelbesproken voorbeeld hiervan is de zaak van ‘softdrugssupermarkt’ Checkpoint in Terneuzen, die jarenlang werd gedoogd door de gemeente en het OM, en toch werd vervolgd en veroordeeld. Vermeer meent dat nu het Openbaar Ministerie zelf langdurig van vervolging heeft afgezien en nauw betrokken is geweest bij het gedogen van Checkpoint door de bestuurlijke autoriteiten, de strafvervolging in strijd met het vertrouwensbeginsel moet worden geacht. Op grond hiervan had de rechtbank het OM niet-ontvankelijk moeten verklaren in de vervolging. Vermeer beschrijft in zijn proefschrift in de eerste plaats de materiële rechtvaardiging en de juridische grondslag van het gedogen. In zijn onderzoek staan daarnaast de bestuursrechtelijke mogelijkheden om te gedogen centraal. Volgens Vermeer kan gedogen onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn.

Gedogen is grotendeels jurisprudentierecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar rechtspraak medio jaren negentig van de vorige eeuw de ‘beginselplicht tot handhaving’ geïntroduceerd: het overheidsbestuur dient in beginsel handhavend op te treden tegen overtredingen van wettelijke voorschriften, behoudens bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen worden onderscheiden in een vijftal categorieën. Daarnaast behandelt Vermeer de formele vereisten die gelden voor het nemen van besluiten over gedogen, alsook de mogelijkheden van bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen beslissingen over gedogen. Bijzondere aandacht schenkt hij aan de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en civielrechtelijke consequenties van het gedogen voor het gedogende bestuursorgaan, de gedoogde overtreder, derden en de strafrechtelijke autoriteiten. De problematiek van het gedogen van coffeeshops krijgt wegens haar eigen karakter een afzonderlijk hoofdstuk. Vermeer besteedt ook aandacht aan de betekenis voor het gedogen van het recht van de Europese Unie en van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

In het slothoofdstuk gaat Vermeer na of het aanbeveling verdient wetgeving tot stand te brengen voor verschillende aspecten van gedogen. Hij concludeert onder meer dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te bepalen dat gedoogbeslissingen op schrift worden gesteld respectievelijk dat een beslissing over gedogen een besluit is in de zin van art. 1:3 Awb. Voorts is hij van oordeel dat in de Awb een verplichting voor bestuursorganen moet worden opgenomen om handhavingsbeleid vast te stellen.

Frank Vermeer (Bilthoven, 1949) studeerde rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Faculteit Rechtsgeleerdheid. Het proefschrift wordt uitgegeven door Kluwer.

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:39
printView this page in: English

Meer nieuws