Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

De eeuw van het debat. De ontwikkeling van het publieke debat in Nederland en Engeland 1800-1920

01 juli 2010

Promotie: dhr. J.J. van Rijn, 16.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: De eeuw van het debat. De ontwikkeling van het publieke debat in Nederland en Engeland 1800-1920

Promotor(s): prof.dr. H. te Velde

Faculteit: Letteren

 

Publieke debat in negentiende eeuw elitaire zaak

Een partij als D66 en ook Pim Fortuyn constateerde het al: het publieke debat in Nederland is een zaak van de elite. Jaap van Rijn onderzocht hoe het publieke debat in Nederland en Engeland zich in de negentiende eeuw heeft ontwikkeld. De deelname van brede lagen van de bevolking was in Engeland veel groter dan in Nederland, zo blijkt. De ontwikkeling van het publieke debat binnen het verenigingsleven in beide landen is in belangrijke mate gestuurd door regels en vormen die in het parlement gebruikelijk waren. Het waren vooral de debatingclubs of debating societies waar burgers het debat oefenden.

Van Rijns onderzocht de rol die debatingclubs speelden in de vorming van het publieke debat in Engeland en Nederland. Politiek debat kwam na de Franse Revolutie in de taboesfeer. De introductie van parlementaire regels in debatingclubs was daarom bedoeld om het debat een fatsoenlijk en eerbiedwaardig imago te geven. In Engeland werd de parlementaire debatstijl onderdeel van de Britse identiteit: Brits debat is parlementair debat. Deze stijl werd door grote delen van de bevolking in de praktijk gebracht binnen grote imitatieparlementen waar tienduizenden Britten lid van waren aan het einde van de negentiende eeuw, van arbeiders tot adel. Het werd wel een perfecte democratie genoemd omdat gedurende het debat iedereen voor even gelijk was. Een goed debater toonde zich een ware Brit en werd toegelaten tot de echte politieke elite. Zo integreerden de parlementen een grote groep nieuwe kiezers in het parlementaire systeem.

In Nederland waren het vooral elitaire liberale burgers die in kleinschalige debatingclubs het debat oefenden. Hen ging het met name om de kwaliteit van het debat. Alleen intellectuele en wetenschappelijke argumenten waren toelaatbaar. Met de opkomst van de ideologische groeperingen aan het einde van de negentiende eeuw (socialisten, orthodox-protestanten en katholieken) was deze stijl van debat ontoereikend en ontstond een meer diverse debatcultuur. Anders dan in Groot-Brittannië waar parlementair debatteren vooral als spel werd ervaren en waaraan ook de socialisten enthousiast meededen, ontwikkelden in Nederland de nieuwe politieke groepen een eigen stijl van publiek debat die veel minder parlementair was. Ook het doel van het debat werd anders, namelijk een oorlog met woorden. Vooral de orthodox-protestanten en de socialisten wilden hun achterban leren debatteren, maar slaagden daar maar gedeeltelijk in. Binnen politieke kringen pasten zij zich echter deels aan aan de liberale debatstijl waardoor op de lange termijn het debat een zaak van de elite bleef.

Jaap van Rijn (Mijdrecht, 1972) studeerde letteren aan de RUG. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de onderzoekschool Geesteswetenschappen Groningen aan de Faculteit der Letteren. Het onderzoek werd gefinancierd door NWO. Van Rijn is werkzaam als docent geschiedenis op CSG Comenius in Leeuwarden. Het proefschrift verschijnt in een handelseditie bij De Wereldbibliotheek.

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:39
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws