Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

In Memoriam: Maarten van Gils (74)

31 mei 2010

On Thursday 20 May 2010 professor Maarten van Gils passed away. In 1977 he was appointed as the first full professor and he became the first dean of the Faculty of Management and Organization.

Read the In Memoriam by FEB dean Elmer Sterken in his FEBlog




In Memoriam

1936 MAARTEN VAN GILS 2010

 

Maarten van Gils stond aan de wieg van de vormgeving van de interfaculteit bedrijfskunde. Na zijn studie sociologie in Groningen promoveerde Maarten drie jaar later in Leiden. Vervolgens werkte hij bij het Nederlands Instituut voor Preventieve Geneeskunde, bij de Marine en bij Hoogovens. Toen de sollicitatiecommissie, bestaande uit sociologen, psychologen, economen en juristen, voor de eerste hoogleraar van de nieuwe interfaculteit er niet uit kwam -na vele kandidaten te hebben gezien - belde de voorzitter, hoogleraar sociologie Lulofs, Maarten met de vraag of hij geen belangstelling had. Maarten stemde toe in de overstap. Hij vertelde me later wel eens hoe hij soms het gevoel had gehad dat hij als socioloog bij de economen spitsroeden had moeten lopen.


Op 22 februari 1978 sprak Maarten het officiële openingswoord van de interfaculteit Bedrijfskunde uit in de aula van het Academiegebouw in het bijzijn van de Minister van onderwijs, de heer Pais. De interfaculteit ontwikkelde zich voorspoedig en er ontstond een bijzondere sfeer met een eigen dynamiek. Interdisciplinariteit en een sterke brug naar het bedrijfsleven werden de levensaderen die het succes van de nieuwe instelling zouden gaan bepalen. Maarten bracht het bedrijfsleven de faculteit binnen door leidinggevenden van Philips en Berenschot aan de faculteit te binden. Zelf was hij ook actief in het bedrijfsleven. Zo zat hij als bestuurder jarenlang in de Raad van Advies van de ANWB.

Op bijeenkomsten met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven mocht hij nog al eens beschouwend uit de hoek komen. Hij citeerde dan uit Alice in Wonderland om de toehoorders tot nadenken te stemmen. Hij was er niet op uit om iemand door te hebben, of iemands zwakke kant te ontdekken. Maar tijdens bedrijfsbezoeken waar hij moest beoordelen of zijn studenten hun best deden, mocht hij graag de vraag stellen wat het grootste taboe bij dat bedrijf was. Hij lette daarna meer op het proces dat zich ontvouwde dan dat hij uit was op een bepaald resultaat. Hij was gefascineerd door het boek van Maturana & Varela De boom van de kennis. Vaak haalde hij daaruit naar voren dat de plattegrond van een gebied niet hetzelfde is als het gebied dat men tracht te representeren.

Maarten leefde voor zijn faculteit. Dat bleek bijvoorbeeld uit zijn jaarlijkse betrokkenheid bij de introductie van de nieuwe studenten in de faculteit. Hij sloeg nooit een introductiekamp over. Daar mengde hij zich tussen de nieuwkomers nadat hij een bezielend betoog had gehouden over de faculteit en over de kansen zij hierbinnen voor henzelf en voor elkaar zouden kunnen creëren. Daar liggen de wortels van het respect en de diepe waardering die zoveel afgestudeerden voor Maarten voelen.

Maarten is tot twee keer toe decaan geweest en heeft tussendoor ook nog een tijd de rol van rector magnificus vervuld. Hij was nauw betrokken bij de werkzaamheden van de studentenvereniging BIG en de alumnivereniging BRUG. Hij ging als decaan mee met het internationale studie project ISP naar Chili om te laten zien dat hem de internationalisering na aan het hart lag. Oud decaan Jacob Wijngaard noemde hem onlangs nog het geweten van het instituut.

Dat Maarten genoot van topprestaties die zijn studenten landelijk leverden, daarvan vormt het jaarlijks plaats vindende BIG-congres een treffend voorbeeld. Steeds had dit een boeiend en actueel thema. Aan het congres zelf was een jaar van hard werken door de congrescommissie vooraf gegaan. Maarten was voor de studenten het vanzelfsprekende eerste aanspreekpunt, of het nu ging om inhoudelijke zaken of om het geven van cruciale introducties in de wereld van de politiek of het bedrijfsleven.

Maarten smeedde zijn cluster ‘Organisatiekunde’ tot een organisch geheel. Aan de aanstelling van elke medewerk(st)er ging een persoonlijke, kritische selectie vooraf. Hierbij vergewiste Maarten zich van de aanwezigheid bij de sollicitant van zodanige attituden en competenties dat deze zich na enige tijd in het cluster thuis zou gaan voelen. Maarten was er op gebrand om te weten welke toegevoegde waarde een ieder aan de faculteit meende te kunnen leveren.

Een scherpe antenne had Maarten voor het waarnemen van dynamische processen die zich afspelen onder hetgeen dat zich als de dagelijkse werkelijkheid in organisaties voordoet. Vanwege de combinatie van zijn sterke analytische - en intuïtieve vermogens hebben vele organisaties, zowel ‘for profit’ als ‘not for profit’, hem om advies gevraagd. Met de nodige relativering bracht hij zijn reflecties te berde, steeds benieuwd naar de beelden die zijn reflecties bij zijn gesprekspartners opriepen. Maarten was een meester in het tot stand brengen van – en voeren van een dialoog: het proces waarin de deelnemers de in - en tussen hen ontstaande stroom van betekenisgeving toelaten en met elkaar nader exploreren. Zijn relativering bracht hij vaak tot uitdrukking wanneer hij de Deense filosoof Soren Kierkegaard als volgt citeerde: “Het leven wordt vooruit geleefd, maar pas achteraf begrepen”.  

Maarten was een aimabel mens. Bedachtzaamheid was zijn stijl. Zijn bescheidenheid had niets geposeerds. Hij stond altijd open voor iedereen en had een onvoorwaardelijk vertrouwen in mensen en hun verhalen. Hij was steeds geïntrigeerd door de vraag wat mensen drijft. Zelf was hij ook een gedreven man. Samen met enkele clusterleden bracht hij in 1994 bij Kluwer een eigen inleidend studieboek op de markt om te laten zien hoe verschillende vakgebieden met elkaar konden worden geïntegreerd. Maarten’s wetenschappelijke grondhouding was te vergelijken met het werk van de eerste socioloog in het westerse denken: Ibn Khaldun. Deze schrijver bracht geen expliciete scheiding aan tussen wetenschappelijke theorie en een empirische waarneming. Zijn inleiding –De Muqaddima- bestond uit een aantal ‘lessen’ die samen een uitnodiging vormden om na te denken over universele thema’s in organisaties.

Tijdens zijn laatste periode als vakgroepvoorzitter wilden we aanvankelijk niet accepteren dat er met de spreekwoordelijk ‘verstrooide professor’ iets aan de hand was. In gesprekken met hem ging het steeds vaker over wat hij “de onbepaaldheid van woorden” noemden. We hadden toen nog niet in de gaten dat deze filosofische gedachte eigenlijk alles te maken had met zijn geestelijke achteruitgang. Langzamerhand namen we zijn bestuurstaken, zijn onderwijs- en zijn promotiebegeleidingen over. Voor Maarten moet het acceptatieproces van die beginnende ziekte moeilijk zijn geweest.

Op 6 november 1998 nam de faculteit afscheid van Maarten. Tussen de openingsrede van 1978 en zijn afscheidsrede zaten twintig bewogen jaren. Tien jaar na zijn afscheid werd in 2008 de faculteit Bedrijfskunde opgeheven en werd zij met de faculteit Economie samengebracht tot een nieuwe faculteit Economie en Bedrijfskunde. Hier toont zich een andere opmerkelijke overeenkomst tussen Maarten van Gils en Ibn Khaldun. Ibn Khaldun had uitgebreid studie gemaakt van de processen die ten grondslag liggen aan de opkomst, de bloei en het verval van grote organisaties zoals dynastieën. Maarten heeft een nieuwe zelfstandige instelling tot bloei gebracht, maar moest van de zijlijn toezien hoe deze ook weer verdween.

Maarten zal in onze herinnering de begaafde, inspirerende en aardige man blijven, die de faculteit Bedrijfskunde een groot, warm hart heeft toegedragen.

 

Groningen, 27 mei 2010

Luchien Karsten

 

 

 

Laatst gewijzigd:31 januari 2018 11:54

Meer nieuws