Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Hoogopgeleiden: liever wonen dan werken in Noorden

05 januari 2009

Het behouden en aantrekken van hoogopgeleiden kan een positieve impuls betekenen voor de arbeidsmarkt en economie van Noord-Nederland. Wat maakt deze regio voor hoogopgeleiden aantrekkelijk? Marketingstudent Elisa van den Berg deed voor de Wetenschapswinkel Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar de aantrekkelijkheid van Noord-Nederland als woon- en werkgebied voor hoogopgeleiden. 

Van den Berg nam een enquête af onder 450 hoogopgeleiden uit heel Nederland. De rust en ruimte van de omgeving, goede werk- en inkomensmogelijkheden en betaalbare huizen maken Noord-Nederland aantrekkelijk voor hoogopgeleiden. De respondenten gaven Noord-Nederland als woongebied een cijfer 6,3 (op een schaal van 1 tot 10) en als werkgebied een 5,1. Daarbij waren grote verschillen in waardering tussen inwoners en niet-inwoners uit de noordelijke regio.

Noorderlingen positief over eigen regio

Inwoners uit Friesland, Groningen en Drenthe gaven hun woongebied een 8,2 en waren daarmee positiever dan niet-inwoners die de regio om te wonen een 5,6 gaven. Hetzelfde was terug te zien in de beoordeling van het Noorden als werkgebied. De regio kreeg van inwoners een 6,0 en van niet-inwoners een 4,7. Noord-Nederland wordt door hoogopgeleiden dus aantrekkelijker gevonden om in te wonen dan om in te werken. Noorderlingen zijn over zowel woon- als werkmogelijkheden positiever over hun regio dan niet-noorderlingen.

Verhuizen

Hoogopgeleiden waren bereid te verhuizen buiten hun huidige regio als er betere werk- en inkomensmogelijkheden waren en als zij familie en vrienden in het toekomstige gebied hadden wonen. De respondenten die naar het Noorden waren verhuisd voor hun werk gaven vooral aan betaalbare huizen doorslaggevend te vinden in die beslissing.

Imago: stoer, oprecht en bekwaam

Van den Berg deed ook onderzoek naar het imago van de regio. De ondervraagde hoogopgeleiden kregen daarvoor een aantal waarden voorgelegd en moesten beoordelen of die van toepassing waren op Noord-Nederland. Het imago van Noord-Nederland was oprecht, bekwaam en stoer. De respondenten die verhuisd waren voor hun werk binnen de drie noordelijke provincies en de respondenten die naar het Noorden waren gekomen voor hun werk, waren het meest positief over het imago van Noord-Nederland. Het beeld van Noord-Nederland werd bij niet-inwoners vooral gevormd en beïnvloed door hun eigen ervaringen tijdens een vakantie of dagje uit. De aantrekkelijkheid van Noord-Nederland als woon- en werkgebied kon gedeeltelijk verklaard worden door het imago van het Noorden.

Informatie

- drs. Martijje Lubbers, coördinator Wetenschapswinkel Economie & Bedrijfskunde, tel. (050) 363 8612, e-mail somar@rug.nl  

- Rapportgegevens: Elisa van den Berg, ‘Liever wonen dan werken in Noord-Nederland’, EC 186, Groningen: Wetenschapswinkel Economie & Bedrijfskunde, Rijksuniversiteit Groningen, 2008. 

Reportage RTV Noord

Laatst gewijzigd:31 januari 2018 11:53
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 14 juni 2018

    Bringing Physical Internet to life

    Van maandag 18 tot vrijdag 22 juni vindt het vijfde internationale Physical Internet congres (#IPIC2018) plaats in Groningen. De Rijksuniversiteit Groningen organiseert dit congres samen met de logistieke sector. Meer dan 250 wetenschappers en vertegenwoordigers...

  • 11 juni 2018

    Een nieuw tijdperk voor organisationele relaties | Oratie David Langley | Dinsdag 19 juni

    Nieuwe, veelbelovende internet-afhankelijke technologieën zoals digital fabrication, internet of things, blockchain en distributed artificial Intelligence worden steeds populairder. Prof. David Langley geeft in zijn oratie een toelichting op zijn ideeën...

  • 08 juni 2018

    Lara Lobschat wint MOA Insights Scientist Award

    Lara Lobschat heeft de MOA Insights Scientist Award gewonnen. De universitair docent Marketing kreeg de prijs voor haar proefschrift over online communicatie. Vanwege de praktische relevantie kreeg ze voor haar onderzoek eerder een ‘early career grant’...