Skip to ContentSkip to Navigation

Opinie: Hoge economische groei maskeert oude en nieuwe problemen

20 februari 2018
Harry Garretsen en Steven Brakman
Harry Garretsen en Steven Brakman

Opinie: Prof. dr. Steven Brakman & Prof. dr. Harry Garretsen

Het CBS maakte deze week bekend dat de Nederlandse economie in 2017 met meer dan 3% is gegroeid. Dit is de hoogste groei sinds 10 jaar en in de afgelopen 20 jaar groeide de economie alleen in 2006 en 2007 harder. In Haagse beleidskringen verkeert men dan ook al enige tijd in een jubelstemming. En ook de particuliere sector heeft weer een groot vertrouwen in de toekomst. Op elk feestje is er echter een ‘zwartkijker’ aanwezig en die rol spelen ondergetekenden bij deze hosannastemming. Het gaat ons land economisch voor de wind, maar de problemen die zich bij het uitbreken van de crisis aandienden in 2008 zijn nog niet echt opgelost en voor nieuwe uitdagingen is te weinig aandacht.

Een grootschalige crisis zoals we die na het uitbreken ervan in 2008 pas net hebben verwerkt, biedt een uitgelegen kans om fundamentele problemen in de economie aan te pakken. Er is echter helaas in de nasleep van de financiële crisis van 2008 te weinig fundamenteel veranderd en de huidige gunstige groeicijfers verbloemen dat de zwakheden in de financiële sfeer die in 2008 en de daaropvolgende recessie aan het licht kwamen nog steeds bestaan.

Vooral de centrale banken hebben met een ongekend ruim monetair beleid bijgedragen aan het herstel. De Europese Centrale Bank en haar Amerikaanse evenknie, de Federal Reserve, hebben sinds het uitbreken van de crisis in 2008 de rente op een historisch laag niveau gehouden. Dit beleid wordt nog steeds voortgezet, maar is inmiddels ook een belangrijke oorzaak van onevenwichtigheden in de economie. De koersstijgingen op de beurzen maar ook de prijsstijgingen op huizenmarkt worden in belangrijke mate gevoed door het goedkoop geld beleid waar wij zo nu eigenlijk snel mogelijk van af moeten. De vergelijking met de hoge groei van vlak voor de vorige crisis dringt zich op; in de jaren voor 2008 was er eveneens een hoge economische groei die gepaard ging, met achteraf gezien, zeepbellen op de huizenmarkt en op de aandelenmarkt. De centrale banken lijken, zelfs in deze hoogconjunctuur, nog geen goede exit-strategie gevonden te hebben voor hun monetair beleid. En elke suggestie dat ze rente gaan verhogen, leidt meteen tot paniek, zie de schrikreactie op de beurzen eerder deze maand.

Belangrijker nog voor onze economie dan het ruime monetaire beleid, is dat voor fundamentele problemen die 10 jaar geleden al aan het licht kwamen nog steeds geen goede oplossing is gevonden. Dit geldt bij uitstek voor de Euro. In 2010 bedreigden de schuldenproblemen met Griekenland het voortbestaan van de Euro. De reden hiervoor was dat men bij de totstandkoming van de Euro onvoldoende heeft nagedacht over vervangende mechanismen om het verlies van het wisselkoersinstrument, dat nu eenmaal de keerzijde is van het invoeren van de euro, op te vangen. Deze mechanismen impliceren meer beleid op EU niveau in de vorm van inkomensoverdrachten tussen Eurolanden, ruimhartiger toestaan van migratie binnen de EU of een flexibeler loon- en prijsbeleid. Hete hangijzers waar de nationale politici en hun kiezers liefst met een boog omheen lopen, daarbij voorbijgaand aan het feit dat een gemeenschappelijke munt ook op andere terrein om meer gemeenschappelijk EU beleid vraagt.

Het kernprobleem is dat Duitsland, Italië en Griekenland eigenlijk te verschillend zijn om samen deel uit te maken van een muntunie en dat op termijn alleen stand kan houden als er op EU niveau voldoende onderlinge aanpassingsmechanismen zijn om deze verschillen op te vangen. Doen we dit niet dan komen de zwakke Eurolanden zoals Griekenland, en wellicht Italië, vroeger of later in de problemen. Als de huidige economische hoogconjunctuur voorbij is, zullen deze oude Europroblemen helaas weer opduiken en is een volgende Eurocrisis zomaar nabij.

Om nog even door te somberen, hoe stabiel zijn onze banken 10 jaar na het uitbreken van de crisis? De nationalisaties van onze eigen banken staan nog in het geheugen gegrift. Hier is vooruitgang geboekt, maar onvoldoende. Na de crisis zijn banken gedwongen meer eigen kapitaal aan te houden, maar volgens veel economen zijn deze extra buffers nog steeds onvoldoende om een volgende grote klap te kunnen opvangen. Maar sommige banken voldoen zelfs niet aan de huidige minimum kapitaalvereisten. Vorig jaar nog bleken Italiaanse banken grootschalige staatssteun nodig te hebben om overeind te blijven, en eind 2017 bleek dat onze eigen banken nog 14 miljard tekort kwamen om aan de nieuwe (schrale) kapitaalvereisten te voldoen. Men krijgt nu tot maar liefst 2027 de tijd om hier iets aan te doen.

Het meest uitdagende fundamentele probleem waarvoor wij staan, betreft niet de erfenis van de euro en een nog steeds onevenwichtige financiële sector, maar de toekomstige arbeidsmarkt. Het CBS wijst op snel oplopende krapte op de arbeidsmarkt en schat dat er bijvoorbeeld 55.000 bouwvakkers nodig zijn. Het echte probleem voor de arbeidsmarkt van overmorgen is echter fundamenteler dan simpelweg krapte op de arbeidsmarkt. Het wordt steeds duidelijker dat globalisering en automatisering de arbeidsmarkt op een disruptieve manier aan het veranderen zijn. Voor de verliezers van globalisering wordt het lastiger om elders werk te vinden omdat de productie naar het buitenland wordt verplaatst. En door automatisering zijn veel banen verdwenen. Een blik in een moderne autofabriek zegt genoeg; overal robots. Lerende algoritmes kunnen steeds meer, steeds beter en steeds sneller. Uit statistieken over de arbeidsmarkt blijkt dat vooral een specifieke groep hier last van heeft: de middenklasse. De huidige middenklasse heeft het veel moeilijker dan die in de vorige eeuw; deels omdat bepaalde taken en banen verdwijnen en deels omdat het sociale vangnet deze groep onvoldoende steunt. De explosie van flexibele contracten vergroot de onzekerheid voor deze groep nog eens extra. Bij de huidige hoogconjunctuur heeft het beleid een uitgelezen kans hier grote stappen te zetten en de arbeidsmarkt te hervormen, maar veel verder dan een werkgroep is men nog niet gekomen.

Alles bij elkaar maskeren de gunstige economische groeicijfers niet alleen helaas dat er de afgelopen jaren te weinig is gedaan om de financiële oorzaken van de vorige crisis aan te pakken, maar ook dat nu het economisch tij meezit we meer zouden moeten doen om de toekomstige veranderingen beter de baas te kunnen zijn.    

Prof. dr. Steven Brakman & Prof. dr. Harry Garretsen, beiden als hoogleraar economie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Laatst gewijzigd:22 februari 2018 15:52
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.

  • 04 september 2018

    Weg met die systeemplafonds

    Als Zuidlarens jongetje vond hij al die oude gebouwen in de stad Groningen maar niks. De interesse in historische panden kwam pas later, tijdens zijn studie Bouwkunde. Als bouwkundige is René Bosscher nu verantwoordelijk voor de buitenkant van de gebouwen...