Skip to ContentSkip to Navigation

Gerine Lodder over eenzaamheid bij jongeren

14 maart 2018
Gerine Lodder, foto door Rita Smaniotto
Gerine Lodder, foto door Rita Smaniotto

Al iets meer dan twee jaar werkt Gerine Lodder in misschien wel het mooiste kantoor van het Gadourekgebouw. Ze doet onderzoek naar de sociale gezondheid van kinderen en jongeren, waaronder gevoelige onderwerpen als eenzaamheid bij jongeren. Wereldwijd is ze een van de weinige deskundigen op dat gebied. ‘Eenzaamheid kun je vergelijken met honger, het is een signaal dat je behoefte hebt aan contact.’

Tekst: Fardau Bamberger / Communicatie

Vernieuwend onderzoek

Als postdoc-onderzoeker houdt Gerine zich bezig met de sociale gezondheid van kinderen en jongeren. ‘Sociale relaties heb ik altijd interessant gevonden; ik heb veel onderzoek gedaan naar eenzaamheid bij jongeren. Naast dat ik het persoonlijk interessant vind, is het ook een leuke niche om in te zitten. Omdat eenzaamheid bij jongeren weinig onderzocht is, ben je al snel vernieuwend.’ En dat is te merken. Wereldwijd is ze één van de weinige deskundigen op het gebied van eenzaamheid, wat haar onder andere een uitnodiging voor TEDx Groningen opleverde. Ook treedt ze regelmatig op in de media, onder andere bij Jacobine op Zondag. ‘Hoe het komt dat er zo weinig onderzoek naar gedaan wordt? Ik denk dat dat iets pragmatisch is; als je collega’s en promotoren er niet mee bezig zijn, is het lastig erin te rollen. Aan de andere kant is het ook zo dat iedereen het thema eenzaamheid wel herkent. Misschien dat het daarom niet direct voelt als een onderwerp dat de aandacht van de onderzoeker verdient, terwijl dat zeker wel het geval is.’

De academische wereld en daarbuiten

Direct contact met haar doelgroep heeft ze vooral ‘in het wild’. Binnen het onderzoek gebeurt dit vrijwel nooit, al is dat vooral uit praktische overwegingen. ‘Je neemt een hele groep, zoals een schoolklas, en aan de hand van vragenlijsten kom je erachter wie er gepest wordt, of eenzaam is. Ik maak dan gebruik van sociometrie, een manier om sociale relaties te meten. Een mogelijke vraag is bijvoorbeeld “Wie uit je klas wordt gepest?”, dus als diegene het zelf moeilijk vindt om toe te geven, hoor je het toch via klasgenoten.’ Ook bij het geven van lezingen en workshops spreekt Gerine vooral professionals, zoals gemeenteraadsleden, politici en mensen uit de zorgsector. Momenteel adviseert ze buiten de academische setting partijen die werken aan interventies tegen eenzaamheid bij jongeren. ‘Voor je daadwerkelijk een interventie aan jongeren aanbiedt, moet je goed weten waar je mee bezig bent. Je moet de hulp wel waar kunnen maken, anders bestaat de kans dat het een averechts effect heeft. De voorbereiding van zo’n interventie vergt veel tijd en onderzoek, maar ik sluit het niet uit voor later.’

De honger naar contact

‘Fysieke, mentale en sociale gezondheid zijn in mijn opinie even belangrijk, en ik hoop dan ook dat meer onderzoekers zich in de toekomst gaan richten op sociale gezondheid. Het zou geweldig zijn om daar met een groep onderzoekers aan te werken, want het is echt nodig. Eerder heb ik eenzaamheid vergeleken met honger: net als dat honger een signaal is dat je lichaam voedsel nodig heeft, is eenzaamheid in feite een signaal dat je behoefte hebt aan contact. Ongeveer 3 tot 10 procent van onze jeugd blijkt chronisch eenzaam te zijn, en dat is een probleem. Want wat vinden we belangrijk in de ontwikkeling van onze kinderen? Hun mentale gezondheid, lichamelijke gezondheid, en hoe ze het doen in de maatschappij. Eenzaamheid heeft invloed op alle drie. Mijn doel is dat het normaal wordt om aan jongeren te vragen hoe het is met hun sociale gezondheid, en dit serieus te nemen. Misschien bereik je dat niet als je één keer aan je neefje vraagt hoe zijn sociale leven eruitziet, maar hoe meer er naar gevraagd wordt, en hoe meer mensen de vraag stellen, of ze nu professional zijn of niet, hoe eerder je merkt dat er soms misschien meer aan de hand is.’

Discussiëren onder een boom

Vanachter haar bureau kijkt Lodder uit over de voormalige Hortus, nu de fraaie binnentuin van de GMW-faculteit. Het mag duidelijk zijn dat Gerine goed op haar plek zit. Toch was het geen vooropgezet plan de onderzoekskant op te gaan. ‘Het is eigenlijk meer gewoon zo gelopen,’ lacht ze. ‘Ik was geen heel goede bachelorstudent; mijn cijfers waren prima, maar ik ben zeker niet naar alle colleges geweest. Ik studeerde Pedagogiek in Nijmegen en wist niet eens van het bestaan van de research master af. Pas tijdens de klinische master deed vertelde mijn scriptiedocent over de research master. Toen ik daaraan begon viel alles op zijn plek. Ik had altijd een heel romantisch beeld gehad van studeren: met zijn allen discussiëren, zittend in het gras onder een boom, weet je wel? Dát gevoel kreeg ik eigenlijk pas tijdens die master en dat motiveerde me enorm. Vanaf dat moment wilde ik niet anders dan onderzoek doen’. Nadat er onverwacht financiering kwam voor een promotietraject volgde er een PhD in Nijmegen, en nu een postdoctorale onderzoeksplek in Groningen. ‘Om eerlijk te zijn denk ik niet dat ik iets anders had kúnnen zijn of doen. Soms als ik druk aan het werk ben, bedenk ik me opeens hoe geweldig het is dat ik gewoon betaald word om te doen wat ik leuk vind: dingetjes uitzoeken, puzzelen. Dat blijf ik heel bijzonder vinden. Echt, als ik drie keer zoveel kon verdienen met een andere baan, zou ik nog steeds voor dit pad kiezen.’

Meer informatie

Laatst gewijzigd:15 maart 2018 10:41
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws