Taal en Maatschappij
Het eerstejaarscurriculum voor alle studenten van het programma Europese Talen en Culturen bevat een inleidende cursus Taalkunde (Introduction to European Language & Society). In dit vak maken studenten kennis met basisconcepten over taalstructuur en -verandering met name van de talen die in het programma worden aangeboden, hoe taal deel uitmaakt van onze sociale identiteit en samenleving en hoe taal wordt geleerd en verwerkt. Dit is een verplicht vak voor alle eerstejaarsstudenten Europese Talen en Culturen.
Als je Taal & Maatschappij als profiel kiest, volg je een reeks cursussen waarin je kennis maakt met veel gebieden van de taalkunde. De cursussen in dit profiel zijn:
Profielvak 1 - Plurilingualism and multilingualism: Dit vak is een van de drie opties voor de studenten binne het vak Academic Skills and perspectives en biedt een inleiding in onderwerpen uit de taalkunde die vooral relevant zijn voor meertalige sprekers en gemeenschappen. Onderwerpen als minderheidstaalpolitiek, codeswitching, etnolinguïstische vitaliteit, communicatie tussen sprekers van Europese talen en taalattitudes komen uitgebreid aan bod. Je leert ook over verschillende benaderingen van taalplanning en bestudeert vragen met betrekking tot taalbeleid, met name gericht op meertalige gemeenschappen.
Profielvak 2 - Structure and Variation: Deze cursus laat je kennismaken met de basisprincipes van taalstructuur. Hoe werken (Europese) talen? Wat hebben ze gemeen en waar verschillen ze? We bespreken hun klanksystemen, hun morfologie (d.w.z. hoe woorden uit kleinere betekenisdragende elementen worden gevormd) en hun syntaxis (hoe zinnen uit woorden worden gevormd). Aan het einde van deze cursus begrijp je waarom Engelssprekenden key, ski, car en scar allemaal met verschillende "k"-klanken uitspreken, of hoe Nederlandstaligen belachelijk lange woorden kunnen vormen, zoals kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden.
Profielvak 3 - Language Learning: Wij zijn allemaal taalstudenten! Of het nu of als kind is als we onze eerste taal of talen leren, of als we daarna een andere taal leren. Maar hoe werkt dat? Wat zijn de mechanismen achter dit proces, en hoe verschilt ons leerproces van dat van dieren? We zullen ook bespreken hoe dit verband houdt met wat je taaldocenten in de klas doen, en je zult leren wat taalleerlingen beter maakt.
Profielvak 4 - Research Methods: Je maakt kennis met de verschillen en overeenkomsten van kwalitatief en kwantitatief onderzoek en alles daartussenin; je leert betere onderzoeksvragen en hypothesen te formuleren en krijgt een introductie in corpuslinguïstiek en enquête-ontwerp, waardoor je vragen kunt beantwoorden als: hoe wordt er over mannen en vrouwen gesproken in huidige Amerikaanse tv-shows? Hoe meet je betrouwbaar iemands houding? En ten slotte: hoe evalueren we kwantitatieve resultaten met behulp van eenvoudige statistiek?
Profielvak 5 - Language in the Mind: In deze cursus maak je kennis met de wereld van de psycholinguïstiek. Psycholinguïstisch onderzoek houdt zich bezig met de vraag hoe onze brein taal verwerkt. We zullen recente theorieën bespreken over hoe taal in de hersenen is georganiseerd, wleke breingebieden een rol spelen bij taalverwerking, welke taalstoornissen er zijn en waarom, en we zullen ons vertrouwd maken met een paar van de methoden die vaak worden gebruikt om language in the mind te onderzoeken.
Bij de vakken 1-4 worden de hoorcolleges in het Engels gegeven en is er keuze tussen de werkgroep in het Engels of in het Nederlands. Vak 5 heeft geen hoorcolleges maar bestaat alleen uit werkcolleges (Nederlands en Engels).
Er is ook een keuzeruimte in het programma, en als je ervoor kiest om deze in te vullen met het Taal & Maatschappij Profiel Plus-vak, dan zul je onderwerpen in het veld Taal en macht bespreken, zoals:
Zijn dialecten echt slechte versies van talen? Praten vrouwen werkelijk meer dan mannen? Verslechteren jongeren werkelijk de taal? Zijn er echt grammatica-nazi’s en snowflakes? Waarom gebruiken we die termen? Wat zeggen zij over onze samenleving? Deze cursus behandelt en ontkracht een reeks algemeen aanvaarde stereotypen over minderheidsgroepen en onderzoekt het discours in de media dat onze ideologieën vormgeeft en machtsverhoudingen weerspiegelt.
Als student in het ELC-programma volg je in het tweede semester van je tweede en derde jaar ook vakken binnen het profiel van je hoofdtaal. Deze cursussen behandelen onderwerpen uit de taalkunde die specifiek zijn voor de taal, waarbij gekeken wordt naar lokale dialecten en mondiale talenvariëteiten, inclusief hun geschiedenis en hun hedendaagse ontwikkelingen.
Aan het einde van het programma schrijven studenten ook een bachelorscriptie over het onderwerp van hun keuze; enkele voorbeelden uit eerdere onderwerpen zijn:
-
“Gendered and Genderless Languages: Differences in Identity Formation in Bilingual Non-Binary Individuals”
-
“Language Attitudes Towards and Use of Frisian by Native Frisian Youth”
-
“Un análisis comparativo de los procesos de revitalización lingüística del euskera y del catalán”
-
Samiskans vitalitet: attityder, medier, och internet
-
Könsneutrala pronomina i Sverige och Nederländerna: användning och attityder
-
De hijo de puta a klootzak. Un estudio comparativo sobre las connotaciones culturales de las palabrotas en español y neerlandés
-
Analyzing the death of the subjunctive. The emergence of neo-standard Italian
-
„Begriepst mi?“ - Die gegenseitige Verständlichkeit zwischen Gronings und Ostfriesisch
-
Cross-Linguistic Influence on Lexical Retrieval in Dutch-Spanish Multilinguals: a tip-of-the-tongue study
-
Assoziationen im Bilingualismus: Über das konzeptionelle Denkvermögen von bilingualen Sprechern
Wil je weten wie er lesgeeft in dit profiel? Lees hier meer over de medewerkers van Taal en Maatschappij:
Terug naar Europese talen en culturen.