Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit der LetterenOrganisatieLetteren & Samenleving

Apps voor de klinische praktijk

Prof. Roelien Bastiaanse
Prof. Roelien Bastiaanse

Het Groninger Expertisecentrum voor Taal- en Communicatiestoornissen (GETC) werd in 2011 opgericht om de kennis op het gebied van taal- en communicatiestoornissen te bundelen. Op deze manier kon het onderzoek en onderwijs op dit terrein geoptimaliseerd worden en daarnaast samenwerking met partners in de industrie en in de zorg gezocht worden. Professor Roelien Bastiaanse, hoogleraar Neurolinguïstiek, is de drijvende kracht achter het centrum.

Tal van digitale projecten

Eén van de projecten waaraan Bastiaanse heeft gewerkt is WEBLIA, gefinancierd door Stichting Afasie Nederland. WEBLIA is een web-based computerprogramma om nieuwsteksten te genereren die aansluiten bij het individuele leesniveau van mensen met afasie. Bastiaanse vertelt: “EDIA is een jong internetbedrijf dat een toepassing had gemaakt om krantenberichten toegankelijk te maken voor tweedetaalonderwijs. Een leerling doet dan eerst een taaltest en op basis van zijn/haar woordenschat genereert het systeem dan geschikte teksten. Dat is natuurlijk ook interessant voor mensen met afasie. Ze hebben vaak moeite om de krant te lezen, maar ze willen wel graag op de hoogte blijven. In het voorjaar van 2014 is een versie ontwikkeld die speciaal gericht is op afasiepatiënten. Zo krijgen ze recente teksten (nooit meer dan 24 uur oud) op hun eigen niveau. Ze kunnen thema’s selecteren die ze interessant vinden, teksten laten voorlezen en lettergroottes aanpassen. Een pilotstudy wees uit dat het een zeer waardevolle bijdrage levert aan de dagbesteding van mensen met afasie. Via een samenwerking met Afasienet kan WEBLIA een goede toekomst tegemoet zien.”

Screenshot uit het therapieprogramma ACTIE!
Screenshot uit het therapieprogramma ACTIE!

Andere projecten van Bastiaanse in GETC-verband richten zich op een vernieuwde manier van testen en behandelen van afasie. Dan gaat het bijvoorbeeld om het therapieprogramma ACTIE!, dat gebaseerd is op een programma uit 1997 (Bastiaanse e.a.), maar dat nu geschikt is gemaakt voor gebruik op computers, tablets en smartphones. Bovendien kunnen therapeuten er meer mee, o.a. oefeningen aan patiënten mee naar huis geven. Bastiaanse is enthousiast over de mogelijkheden: “Ik heb op een conferentie in Amerika onlangs ook weer gezien hoe effectief apps zijn, juist voor deze doelgroep. Oefenen wordt gemakkelijk en leuk en heeft daardoor veel meer effect.”

Relevantie en samenwerking

Het is heel duidelijk dat deze projecten maatschappelijk relevant zijn. Vindt Bastiaanse dat ook belangrijk? “Ja zeker! Het zou heel gek zijn als je onderzoek doet naar afasie en je ver wil houden van de praktijk. Ik denk dat ik ¾ van mijn onderzoekstijd besteed aan wetenschappelijk onderzoek en ¼ aan kennisbenutting. Ik vind het mijn taak als onderzoeker om wat we aan kennis vergaren ook beschikbaar te maken om beter te kunnen testen en behandelen. Bovendien is het ook gewoon heel leuk als mensen er iets aan hebben. Als ik iets vertel over mijn onderzoek in een lezing, dan krijg ik altijd vragen over de toepassing van die kennis, en terecht. Ook vanuit het onderwijs zijn deze contacten met het veld van belang. Als je studenten opleidt voor het werkveld, dan moeten ze ook goed materiaal hebben om mee te werken. ” En is het ook wetenschappelijk interessant? “Het bouwen van een app op zichzelf natuurlijk niet. Maar via zo’n project kun je weer veel data verzamelen en aanpalend onderzoek doen. Het hangt allemaal met elkaar samen.”

Om de projecten van de grond te krijgen is er natuurlijk wel samenwerking nodig met externe partners. “Het lastigst is het om goede app-bouwers te vinden en het project gefinancierd te krijgen. Je moet eerst altijd investeren en pas als alles helemaal af is en goed werkt, dan kun je je investering ook terug gaan verdienen. Maar het pad daarheen loopt niet altijd over rozen. Het testen in de praktijk is echter nooit een probleem. Ik werk al lang en met grote wederzijdse tevredenheid samen met revalidatieklinieken.”

Toekomst voor afasie-onderzoek

De mogelijkheden voor apps in de klinische praktijk zullen alleen maar toenemen is de verwachting. Maar Bastiaanse kijkt ook graag vooruit naar het verbeteren van afasie-onderzoek: “Een probleem voor afasiestudies is altijd dat je te kleine groepen proefpersonen hebt. Daardoor is het lastig om aan te tonen dat therapie zinvol is. Maar we hebben nu contact met het grootste afasiecentrum ter wereld in Moskou, waar ze 500 patiënten per jaar behandelen. We hopen daar een groot onderzoeksproject op te kunnen zetten.”

Kijk hier ook naar een kort filmpje over dit onderwerp:

Laatst gewijzigd:20 februari 2018 11:24
printOok beschikbaar in het: English