Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: studentenTekstsoorten

Onderzoeksverslag


Omschrijving van het genre

Alternatieve benamingen

  • Onderzoeksrapport
  • Onderzoeksartikel/wetenschappelijk artikel (vooral wanneer het verslag bedoeld is voor, of moet voldoen aan de eisen voor publicatie in een vaktijdschrift)
  • Afstudeerverslag of scriptie
  • Paper of werkstuk: hiermee kan je docent een onderzoeksverslag bedoelen, maar eventueel ook een literatuurverslag of een essay (voornamelijk in de alfa- en gammadisciplines). Ga bij je docent na wat de bedoeling is

Doelgroep

Studie- en/of vakgenoten (inclusief de docent).

Tekstdoel

  • Het bekend maken en ter discussie stellen van onderzoeksresultaten en de interpretatie daarvan aan collega- onderzoekers
  • Een bijdrage leveren aan de academische discussie, of in ieder geval een aanvulling geven op wat bekend is over het onderzochte verschijnsel
  • Stimuleren tot nader onderzoek

Bronnen

In verschillende onderzoeksdisciplines kunnen verschillende bronnen worden gebruikt:

  • Experimenteel onderzoek, laboratoriumonderzoek, veldonderzoek en survey-onderzoek leveren vaak data voor onderzoeksverslagen in de natuurwetenschappelijke disciplines. Dit soort onderzoek is erop gericht weer te geven in welke mate een bepaald verschijnsel optreedt en hoe het nauwkeurig kan worden gemeten of gekwantificeerd. Ook geeft het onderzoek inzicht in de overeenkomsten en graduele verschillen tussen elementen van dat verschijnsel.
  • Literatuuronderzoek, observaties, open interviews en documenten-en inhoudsanalyses leveren vooral data op voor onderzoeksverslagen in de sociale wetenschappen, de cultuur-historische wetenschappen en de letterendisciplines. Dit onderzoek is erop gericht de eigenschappen of de aard van een bepaald verschijnsel of een (sub)cultuur weer te geven.

N.B. er is ook een combinatie van verschillende bronnen mogelijk. In een onderzoeksverslag waarbij je je primair baseert op veldonderzoek of laboratoriumonderzoek kunnen bijvoorbeeld ook data uit literatuur en interviews worden verwerkt.


Globale structuur

De structuur van een onderzoeksverslag kan al naar gelang de wetenschapsdiscipline meer of minder rigide zijn. Oriënteer je dus op de conventies die gelden in je vakgebied en op de eisen die de docent stelt. Algemeen geldt dat de volgorde en de invulling van de structuur van een onderzoeksverslag bij de natuurwetenschappelijke disciplines tamelijk vast ligt. In de geesteswetenschappen kan de indeling vrijer zijn.

Onderzoekers schrijven hun verslagen van wetenschappelijk onderzoek doorgaans volgens het zogenaamde IMRD-model. IMRD staat voor een vierledige argumentatiestructuur met als onderdelen Inleiding, Methode en materialen, Resultaten en Discussie. In het onderstaande schema (vrij naar Penrose and Katz 1998) kun je zien welke functie deze delen hebben in het geheel van het verslag:

Onderdelen van het onderzoeksverslag en hun functies

Inleiding

Geeft het kader aan

Hier leg je uit wat je onderzoeksdoel is, waarom je onderzoek belangrijk is en hoe het zich verhoudt tot eerder onderzoek op het betreffende vakgebied.

Gewoonlijk zijn dit de stappen die je daarbij zet:

  1. het onderwerp aankondigen
  2. samenvatten wat er al bekend is uit eerdere studies; de ‘stand van het onderzoek’ aangeven (NB: soms wordt verwacht dat je de stand van het onderzoek in een apart literatuuroverzicht samenvat)
  3. je eigen onderzoek presenteren als (onmisbare) aanvulling, door het ‘gat’ in de kennis aan te geven
  4. het eigenlijke onderzoek inleiden door vraag- en doelstelling te presenteren

Methode en materialen

Beschrijft aanpak en bereidt voor op de presentatie van de onderzoeksresultaten

Hier laat je zien dat je onderzoek op een verstandige wijze is ontworpen en op een zorgvuldige en controleerbare wijze is uitgevoerd. Je geeft aan onder welke omstandigheden je resultaten tot stand zijn gekomen en in welke context ze dus geïnterpreteerd moeten worden; in dit opzicht vormt dit deel het kader voor het deel Resultaten.

Hoewel dit deel primair beschrijvend is, doe je er verstandig aan ook te motiveren waarom je hebt gekozen voor de betreffende onderzoeksobjecten, steekproeven, materialen, locaties, instrumenten, procedures, etcetera.

Resultaten

Beschrijft de onderzoeksresultaten en legt de basis voor de conclusies

Hier presenteer je de gegevens die het in de Inleiding geconstateerde ‘gat’ in het onderzoek invullen. Je doet dit door:

  • de resultaten op een neutrale en overzichtelijke manier samen te vatten door je gegevens samen te vatten, eventueel in figuren en tabellen
  • patronen in de resultaten te signaleren
  • specifieke gevallen te signaleren
  • je laat daarbij de gegevens niet voor zichzelf spreken, maar geeft aan hoe ze geïnterpreteerd moeten worden.

Discussie

Plaatst de gegevens in het kader dat in de Inleiding is geconstrueerd

Hier leg je uit op welke manier het onderzoek een antwoord geeft op de vraag die in de Inleiding is geformuleerd, en laat je zien hoe de stand van het onderzoek is gewijzigd door deze toevoeging van nieuwe kennis en inzichten.

Je geeft daarnaast commentaar op:

  • de reikwijdte van je observaties
  • de voordelen en beperkingen van de gebruikte methode
  • de implicaties van je bevindingen voor het onderzoek of de theorie in het vakgebied
  • de resterende of nieuw opgeroepen onderzoeksvragen

Opbouw van inleiding en discussie

De kaderbepalende onderdelen Inleiding en Discussie zijn in opbouw elkaars spiegelbeeld:

  • de Inleiding voert de lezer van ‘buiten’ naar ‘binnen’ in een specifiek onderdeel van het vakgebied en presenteert hem dan met een tot nu toe onbeantwoorde vraag
  • de Discussie geeft eerst het antwoord op de vraag en voert de lezer daarna weer naar de bredere context van het vakgebied waarin het onderzoek wijzigingen heeft aangebracht

Werkwoordstijden

De kaderbepalende onderdelen Inleiding en Discussie zijn gewoonlijk geschreven in de tegenwoordige tijd om de huidige stand van het onderzoek weer te geven; de ‘beschrijvende’ onderdelen Methoden en materialen en Resultaten zijn gewoonlijk in de verleden tijd geschreven om de tijd- en contextgebondenheid van het uitgevoerde onderzoek aan te geven.

Samenvatting of abstract

Let op: wanneer je een samenvatting (of abstract) aan je artikel toevoegt (voorafgaand aan de Inleiding), zorg er dan voor dat deze het volledige artikel afdekt (dus I, M, R en D), in een uiterst gecondenseerde vorm. Meestal beslaat een samenvatting of abstract ongeveer 5% van de volledige tekstomvang.

Omringende tekstdelen

De globale IMRD-structuur wordt omsloten door omringende tekstdelen. Vooraan:

  • omslag/titelblad met een functionele titel/ondertitel; auteur(s)naam/namen; instituut, opleiding/cursus, naam begeleider(s) en eventuele assistenten, plaats en jaar
  • eventueel een 'woord vooraf' met korte schets van de context van het onderzoek en dankwoord aan mensen die het onderzoek mede mogelijk hebben gemaakt
  • eventueel een inhoudsopgave

En achteraan

  • bibliografie: overzicht van alle gebruikte literatuur volgens het in jouw vakgebied gangbare notatiesysteem; zie Bron- en literatuurgebruik
  • eventueel bijlagen: informatie die voor het direct begrijpen van het verslag niet noodzakelijk is, maar er wel aan ten grondslag ligt (bijvoorbeeld weergave van interviews, ruwe data, tabellen die de basis vormen voor de grafieken in het verslag)

Aandachtspunten

Als een eigen, vrijere (maar uiteraard wel heldere, logische) indeling toegestaan is, zul je wellicht houvast hebben aan het volgende:

  • introduceer en legitimeer je onderwerp: schets hoe je onderzoek zich verhoudt tot overige onderzoeken op hetzelfde terrein en geef eventueel de leemte aan waarvoor jouw onderzoek de invulling biedt
  • formuleer altijd een heldere probleem-/vraagstelling met bijbehorende deelvragen
  • licht de gebruikte onderzoeksmethode toe, verantwoord de keuze en de selectie van materiaal en/of onderzoeksgroep
  • zorg dat je in de conclusie daadwerkelijk antwoord geeft op de gestelde vragen en verwerk hierbij alleen de resultaten die in het voorgaande aan bod zijn gekomen. Kom in je conclusie niet met volledig nieuwe informatie op de proppen
  • welke vorm je ook kiest, voor elke verslaglegging van onderzoek geldt dat deze aan een aantal wetenschappelijke eisen moet voldoen: streef altijd naar volledigheid, nauwkeurigheid en controleerbaarheid
  • verwijs op een correcte manier naar geraadpleegde literatuur (zie Bron- en literatuurgebruik)

Stijl

De stijl die je kiest of eigen maakt, hangt af van je doel en je publiek. Zie Stijl voor onze tips over opening en aflsuiting van je tekst, signaalwoorden die je kunt gebruiken en welke stijlmiddelen je juist moet vermijden.


Bronnen

  • Babby, E. (2001). The Practice of Social Research. Belmont: Wadsworth/Thomson Learning.
  • Berkel, A., & Redeker, G. (2000). Technische verzorging van werkstukken. Groningen: Afdeling Taal en Communicatie, Faculteit der Letteren. RuG.
  • Penrose, Ann M. and Stephen B. Katz (1998). Writing in the Sciences. Exploring Conventions of Scientific Discourse . New York: St Martin’s
  • Swart, J.A.A. & Windt, H.J. van der. (2001). Oriëntatie op biologie en samenleving: vaardigheden. Haren: Sectie Wetenschap en Samenleving, Biologisch Centrum, RuG.
  • Practicummap Scheikunde. Groningen: Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, Opleiding Scheikunde, RuG.
  • Communicatieve vaardigheden voor informatici. (2001). Groningen: Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, Opleiding informatica, RuG.

© 2002 | RuG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Laatst gewijzigd:15 september 2017 21:01