Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Godgeleerdheid en GodsdienstwetenschapNieuwsarchief

Wat bezielt de Nederlandse jihadist?

Godsdienstwetenschappers Nanninga en Zock buigen zich in Alumnimagazine Broerstraat 5 over beweegredenen van Nederlandse jihadstrijders
18 december 2014

(c) Alumnimagazine Broerstraat 5 (Hinke Hamer)

Wat bezielt Nederlandse jihadstrijders om naar Syrië of Irak te vertrekken? Zijn hun motieven invoelbaar? Godsdienstwetenschapper Pieter Nanninga en godsdienstpsycholoog Hetty Zock, beiden bij de RUG, laten hun licht schijnen over een delicaat vraagstuk.

Schuilt in elke mens een jihadstrijder? Dat Hetty Zock en Pieter Nanninga uitgebreid de tijd nemen om een zo genuanceerd mogelijk antwoord te formuleren, toont de gevoeligheidheid van het gespreksonderwerp. Op verzoek van Broerstraat 5 wisselen de beide godsdienstwetenschappers van gedachten over Nederlandse jihadstrijders. Ze staan stil bij vragen als wie deze strijders zijn, wat hen drijft om naar het Midden-Oosten te vertrekken en of hun beweegredenen invoelbaar zijn. Het is complexe materie en ergens halverwege het gesprek zal Zock stellen dat er over jihadstrijders geen algemene uitspraken mogelijk zijn.

Zock is bijzonder hoogleraar levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid. Pieter Nanninga is universitair docent Midden-Oostenstudies. Hij promoveerde afgelopen zomer op onderzoek naar media-uitingen van Al-Qaeda. In het bijzonder onderzocht hij de zeer professionele films van Al-Qaeda’s mediatak, waarin martelaren hun zelfmoordaanslag aankondigen en Al-Qaeda’s strijd op documentaire-achtige wijze in beeld wordt gebracht.

Zijn onderzoek trok veel aandacht. Op verzoek legde hij steeds opnieuw uit dat de drijfveren van martelaren divers zijn. ‘Media bleken erg geïnteresseerd in de 72 maagden die martelaren in het paradijs beloofd worden’, vertelt hij, ‘maar die komen in die video’s nauwelijks naar voren.’ In zijn proefschrift zijn de maagden in een voetnoot beland.

Heilige oorlog

‘We hebben vaak de neiging te denken dat jihadstrijders gestoorde, geïndoctrineerde en geronselde mensen zijn, mensen die “buiten” onze samenleving staan’, zegt Nanninga, ‘maar het ligt genuanceerder.’ Wie zijn het dan wél, die Nederlanders die naar Syrië trekken om deel te nemen aan de heilige oorlog? Nanninga: ‘Er zijn hoger en lager opgeleiden bij, bekeerlingen, wereldverbeteraars en angry young men. We kunnen niet van één groep spreken.

De enige overeenkomst is dat de overgrote meerderheid man is en jong. Dat is niet toevallig. Velen van hen voelen zich in Nederland aan de kant geschoven, gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en afgewezen door samenleving en politiek. Ook bij de in hun ogen meer culturele islam van hun ouders voelen ze zich niet langer thuis.’

‘Maar gek zijn ze niet’, vult Zock aan. ‘Vanuit de veronderstelling dat een weldenkend mens geen religieus gemotiveerd geweld gebruikt, is het gemakkelijk te zeggen dat jihadstrijders of moslimradicalen psychisch gestoord zijn. Maar uit studies naar bijvoorbeeld de mensen achter 9/11, blijkt dat zij verre van gek waren!’

Zock zoekt een deel van de verklaring voor het vertrek van Nederlandse jihadstrijders in de hoek van de sociale en ontwikkelingspsychologie. ‘Nederlandse Syriëgangers zijn vaak jonge mensen die zich nog niet hebben gesetteld en zoeken naar zin- en betekenisgeving. Deze groep voelt zich door de Nederlandse samenleving gestereotypeerd als gevaarlijk en onbetrouwbaar. Wat doet iemand die zich bedreigd voelt in zijn identiteit? Die trekt een muur op en gaat op zoek naar een collectief dat hem wél wil: in dit geval, de lijdende geloofsgenoten in Syrië en Irak.’

Nanninga: ‘Jihad biedt een duidelijk wereldbeeld: “zij zijn slecht en wij zijn goed”. Overzichtelijke opvattingen kunnen aantrekkelijk zijn voor moslims die zich hier niet geliefd voelen en elders iets willen betekenen. Je ziet het terug op Twitter, waar veel strijders zich presenteren als de groep die het opneemt voor de onderdrukte moslims.’

Flames of War

Om de aantrekkingskracht van de heilige oorlog in het Midden-Oosten te illustreren laat Nanninga een YouTube-filmpje zien: het is een trailer die de vlak daarna te verschijnen IS-film Flames of War aankondigt. De zeer professionele, Hollywood-achtige beelden van strijd en spanning getuigen van een krachtige beweging. Nanninga: ‘Sommige jongeren vinden het een aanlokkelijk idee dat zij dáár, in Syrië of Irak, met gelijkgestemden de islam kunnen verdedigen. Dat zij de strijd, die ooit door de profeet Mohammed werd gevoerd, op aarde kunnen voortzetten.’ Zock: ‘Als je deel kunt uitmaken van deze gerespecteerde, bewonderenswaardige mensen, dan geeft dat eigenwaarde. Voor wie zich in Nederland ongewenst voelt is dat aantrekkelijk.’

Hoewel veel Nederlandse Syriëgangers betogen in Syrië de overwinning te zullen halen of als martelaar te zullen sterven, komt een aantal van hen terug naar Nederland. Volgens het overgrote deel van de Nederlandse bevolking keren zij terug als potentiële terroristen. Hoe gaan we om met teruggekeerde strijders? Pakken we ze hard aan of kiezen we voor een zachte benadering, zoals in Denemarken, waar teruggekeerde Syriëgangers liefdevol worden ontvangen en een huis, opleiding en bijstand krijgen aangeboden?

Nanninga: ‘Nederland kiest voor een hardere benadering door paspoorten af te nemen en potentiële of teruggekeerde strijders te laten vervolgen en oppakken, als dat kan. Ik kan niet zeggen dat één van beide benaderingen de beste is. De meest passende aanpak hangt af van de motieven voor terugkeer: is er spijt of teleurstelling, heeft de jihadstrijder andere ideeën gekregen over religieus geweld of schuilt in hem inderdaad een potentiële terrorist?’

Zock vult aan: ‘Ik zou zeggen: hard op de zaak, zacht op de persoon. Een teruggekeerde jihadist moet niet gepamperd worden, maar begrip voor de achtergrond, de persoonlijke motieven en de gevoelens van uitgesloten zijn is onmisbaar als we willen voorkomen dat iemand zich jihadist blijft voelen.’ Jihadstrijders die overduidelijk de wet hebben overtreden, moeten zonder meer gestraft worden, vinden beiden.

Nanninga verwijst naar actualiteitenprogramma Pauw, waar begin november de vaders van twee Syriëgangers aan tafel zaten. ‘Een van hen oordeelde hard. Hij vond dat zijn zoon, als die naar Nederland zou terugkeren, streng gestraft moet worden.’ Hij vervolgt: ‘Maar dan moeten we wel consequent zijn, dus niet alleen jihadstrijders die de wet overtreden aanpakken, maar ook Nederlanders die zich bijvoorbeeld bij Koerdische groeperingen aansluiten. Wat in elk geval niet werkt is het soort symbolische maatregelen als het afnemen van paspoorten. Dat is te simpel.’

Goede opvang

Zijn gedwongen deradicaliseringsprogramma’s een verstandige interventie? Zock refereert aan het verhaal van het Maastrichtse meisje dat in zeer korte tijd radicaliseerde, verliefd werd op een Nederlandse jihadstrijder en naar Syrië vertrok, tot haar moeder haar in Raqqa ophaalde. ‘Het verhaal van dit meisje verschilt fundamenteel van dat van de hoogopgeleide vader die in Nederland zijn goede baan opgeeft om naar Syrië te gaan. Er is niet één interventie die voor alle strijders werkt.

Goede opvang van teruggekeerde strijders is essentieel, maar de begeleiding moet aansluiten bij het individu.’ Ze benadrukt nog eens: ‘Er is geen simpel antwoord op de vraag hoe om te gaan met teruggekeerde jihadstrijders. Het grote gevaar schuilt erin dat we zeggen: het maakt allemaal niet uit, we doen maar wat. Want dat doen mensen die niet weten wat ze ergens mee aan moeten – die dóén maar wat, en bij dit soort ingewikkelde vraagstukken bestaat dat “maar wat doen” bijna altijd uit stevig aanpakken. En dat is niet zonder meer de beste optie.’

Terug naar de vraag of in elk mens een Syriëganger schuilt.
Zij: ‘Dat hangt zeer sterk van de context af.’
Hij: ‘Ik zou misschien zeggen van wel.’
Zij: ‘Daar sluit ik me bij aan.’

Dr. Pieter Nanninga
Dr. Pieter Nanninga

Pieter Nanninga

Pieter Nanninga (1980) is universiteit docent Midden-Oostenstudies aan de Faculteit der Letteren. Hij rondde zijn studies geschiedenis en godsdienstwetenschap cum laude af en promoveerde in juni 2014 op een onderzoek naar jihadisme en martelarenvideo’s. Momenteel onderzoekt hij het mediagebruik van de Islamitische Staat

Prof.dr. Hetty Zock
Prof.dr. Hetty Zock

Hetty Zock

Hetty Zock (1957) is bijzonder hoogleraar levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid aan de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap. Ze studeerde Frans en theologie in Leiden en promoveerde in 1990. Zock publiceert veelvuldig over thema’s op het snijvlak van godsdienstwetenschap en psychologie.

Laatst gewijzigd:12 februari 2015 10:08

Meer nieuws

  • 07 december 2017

    Bijzonder Hoogleraar Henk van den Belt benoemd tot UHD Theologiegeschiedenis

    Het bestuur van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft bijzonder hoogleraar Henk van den Belt met ingang van 1 september 2017 benoemd tot Universitair hoofddocent Theologiegeschiedenis (Associate...

  • 28 november 2017

    Ridderlijke orden in Nederland: van kruisvaart naar weldadigheid

    Ridderlijke orden spreken al eeuwen tot de verbeelding. Deze eens machtige organisaties, die tijdens de kruistochten streden tegen de overheersing van het Heilige Land door de moslims, bestaan nog altijd. Toch trekken deze ridders en dames nu niet meer...

  • 20 november 2017

    Video: Religie en geweld

    In dit tweede deel van de videoreeks Mythbusting Religion & Conflict spreekt dr. Joram Tarusarira met Naomi O’Leary over religie, geweld en vrede. Joram Tarusarira werkt bij de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap als assistent professor...