Skip to ContentSkip to Navigation
About usWho are we?Gedichten van de huisdichter

October 2019

By Willem Wierbos

Dierendag

Ik heb geen huisdieren
En dat geldt volledig andersom
Geen stieren, gieren of kriebelige mieren
Nemen bij mij de proef op de som

Geen hamster laat zich door mij verzorgen
Een paard moppert met onrustig gebries
Zelfs een mijt houdt zich voor mij verborgen
‘Blijf maar uit onze buurt’, luidt hun devies

De vogelkooi gaat onbewust stinken
Als ik aai word ik gebeten door ’t konijn
Een goudvis wil hier nog verdrinken
Nee, al dat gedierte moet hier maar niet zijn

Niettemin ligt er regelmatig een beest
Woest te blazen of zachtjes te spinnen
Languit liggend en onbevreesd
Statig op de bank of onder mijn linnen

Gesloten ramen en dichte deuren
Weten zijn komst nooit te stuiten
Als hij ervoor kiest mijn dag te betreuren
Krijg ik hem voor geen goud naar buiten

Toch bepaal ik zelf wanneer hij komt
Ik heb het volledig in de hand
Als mij de avond overkomt
Gewetenloos in bed beland

Dan word ik wakker, kijkt hij me aan
Dwingt om hem te omarmen
Dwingt mij om zijn komst te doorstaan
En om m’n heil te erbarmen

De kleur van zijn vacht ken ik eigenlijk niet
Al zou zwart hem het best passen
Soms is hij echter grijzig wit
Als mijn gemoed mij weet te verrassen

Ben ik in het nauw, maakt hij rare sprongen
De nacht laat me hem in de zak vinden
Maar liever kijk ik hem rustig uit de boom
Dan dat ik hem op het spek sta te binden

Dit mormel van goud water
Groeit inmiddels uit zijn verblijf
Ik hoefde geen dieren, dus ook geen kater
Ik denk dat ik vanavond maar nuchter blijf

Willem Wierbos

Last modified:02 October 2019 12.10 p.m.
printView this page in: Nederlands