Skip to ContentSkip to Navigation
Onderdeel van Rijksuniversiteit Groningen
Science LinXScience LinX nieuws

Wiskundig model kan rechter helpen gedachten te ordenen

20 oktober 2016

In een rechtszaak komen doorgaans verschillende soorten bewijs aan de orde. Maar hoe moet een rechter ‘harde’ cijfers over bijvoorbeeld de kans dat een DNA spoor van de verdachte is afwegen tegen een getuigenverklaring? Wiskundige Charlotte Vlek ontwikkelde een oplossing, die overigens niet zomaar inzetbaar is. Het proefschrift dat zij hierover schreef bij de afdeling Kunstmatige Intelligentie van de RUG verdedigt zij op 28 oktober.

Charlotte Vlek
Charlotte Vlek

Hoe je een misdrijf moet oplossen is elke avond wel ergens op tv te zien. De politie verzamelt bewijs en ontwikkelt scenario’s. Wat als X werd afgeperst door het slachtoffer? Maar het slachtoffer had net zijn relatie met Y verbroken, dus die kan ook de dader zijn. Bewijs moet uitwijzen welk scenario het meest aannemelijk is.

‘De politie werkt doorgaans op deze manier’, weet RUG-wiskundige Charlotte Vlek. Een rechter moet vervolgens een beargumenteerde afweging maken tussen de verschillende scenario’s op basis van het bewijs. Voor het afwegen van verschillende vormen van bewijsmateriaal, van getuigenverklaringen tot statistische informatie over DNA-sporen, is echter geen systematische aanpak.

Vlek heeft zo’n aanpak ontwikkeld, gebaseerd op Bayesiaanse netwerken. Zo’n netwerk laat zien welke gebeurtenissen zich binnen een scenario afspelen, waarna het mogelijk is om uit te rekenen hoe groot de kans is dat dit scenario zich heeft afgespeeld. En, wat ook belangrijk is: wat de bijdrage van de afzonderlijke gebeurtenissen is.

Diagnose

‘Je kunt het vergelijken met de manier waarop een arts een diagnose stelt’, legt Vlek uit. Een patiënt heeft bijvoorbeeld hoofdpijn. Je weet hoe groot de kans is dat hoofdpijn door griep wordt veroorzaakt, of door een hersentumor. Wanneer je dan ook andere symptomen met hun kansen erbij betrekt, zal je uiteindelijk bij de meest waarschijnlijke diagnose uitkomen.

Vertaald naar een rechtszaak brengt de benadering van Vlek verschillende soorten bewijs bij elkaar. ‘Dat is niet eerder gedaan. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft bijvoorbeeld wel een manier ontwikkeld om via een Bayesiaans netwerk het statistische bewijs, over bijvoorbeeld de waarschijnlijkheid dat een DNA-spoor of vingerafdruk van de verdachte is, inzichtelijk te maken. Maar daarin wordt het ‘zachte’ bewijs uit de scenario’s niet meegenomen.’

Vlek ontwikkelde een procedure om op basis van schema’s de verschillende scenario’s in een zaak uit te werken. ‘Je hebt bijvoorbeeld een moordschema, of een inbraakschema. Zo’n schema bestaat uit standaard elementen: bij het moordschema hoort bijvoorbeeld een motief, zoals ‘afpersing’ of ‘verbroken relatie’. Het schema laat zien hoe alle elementen elkaar beïnvloeden.’ Door vervolgens in te voeren welk bewijsmateriaal gevonden is, kan het model berekenen hoe aannemelijk ieder scenario is.

Voorbeeld van een Bayesiaans netwerk | Illustratie proefschrift Vlek
Voorbeeld van een Bayesiaans netwerk | Illustratie proefschrift Vlek

Tunnelvisie

Uniek aan de aanpak van Vlek is dat zij in haar analyse alle vormen van bewijs meeneemt. De stappen die de procedure voorschrijft zorgen voor een zo objectief mogelijke behandeling van de gegevens. ‘Je moet bijvoorbeeld twee of meer scenario’s gebruiken, dat voorkomt tunnelvisie.’

Vlek testte haar methode met informatie uit de geruchtmakende Anjumer moordzaak, waarbij een pensionhoudster werd veroordeeld voor de moord op twee personen, en een minder bekende zaak uit Nijmegen. ‘Wat ik laat zien is dat je op deze manier een complexe zaak kunt modelleren, door systematisch een netwerk te bouwen dat je kunt analyseren.’ Uit de analyse volgt niet alleen de waarschijnlijkheid van een scenario, maar ook de bijdrage die ieder bewijsstuk daar aan levert. ‘En daarnaast zie je waar rare uitkomsten zitten, zoals bewijs dat niet strookt met het meest waarschijnlijke scenario, of bewijs dat je verwacht maar er niet is.’

Toch zal haar model voorlopig niet in de rechtbank worden gebruikt. ‘Een praktisch probleem is dat veel van de kansen die in het model gebruikt worden niet bekend zijn. Die moet je dus schatten, en dat is deels subjectief. Daarnaast is in Nederland iemand onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Maar wanneer je in het model de kans dat de verdachte de dader is op nul stelt, komt er niets uit. Dat is een fundamenteel probleem, waar ik nog geen antwoord op heb.’

Charlotte Vlek: When stories and numbers meet in court.

Laatst gewijzigd:03 november 2016 11:31
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 28 november 2017

    Samenwerking gemeenten bespaart geen geld

    Anders dan gedacht verlaagt samenwerking tussen gemeenten de uitgaven van gemeenten niet. Ook leidt samenwerking niet tot een meetbare verbetering van de gemeentelijke voorzieningen. Dat schrijven Maarten Allers en Tom de Greef van het Centrum voor...

  • 27 november 2017

    #PanoramaRomantica in het Groninger Museum

    Speciaal voor de aanstaande tentoonstelling De Romantiek in het Noorden en de huidige expositie Ook Romantiek in het Groninger Museum, heeft het Reality Center van de Rijksuniversiteit Groningen een virtueel panorama ontwikkeld: #PanoramaRomantica....

  • 25 november 2017

    RUG en Noordelijke Online Ondernemers lanceren Groningen Digital Business Centre

    De Rijksuniversiteit Groningen en de Noordelijke Online Ondernemers (NOO) slaan de handen ineen om de bloeiende digitale sector in Noord-Nederland uit te bouwen en te versterken. Samen lanceren zij het Groningen Digital Business Centre (GDBC), een nieuw...