Skip to ContentSkip to Navigation
Science LinXOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen
Science LinX
Science LinX Nieuws & verhalen

Blog Renske de Jonge: Biodiversiteit

Dit jaar is het tien jaar geleden dat Nationaal Park Lauwersmeer de titel ‘Dark Sky Park’ kreeg. Speciaal voor het 10-jarig jubileum vragen we iedere maand iemand om zijn of haar verhaal te delen over het belang van duisternis en het Dark Sky Park. Vandaag het verhaal van Renske de Jonge, hoofd van Science LinX van de Rijksuniversiteit Groningen, waar zij zich inzet voor het beleefbaar maken van donkerte, ook in en rond het Dark Sky Park.

decoratieve afbeelding
decoratieve afbeelding
Renske de Jonge
Renske: verwonderaar, buitenmens en aanmoediger van nieuwsgierigheid

‘’Als kind ging ik ook altijd al sterrenkijken’’, in de tuin met zo’n sterrengids. Soms ook in de tuin slapen. ‘’Dan bouwde ik een hut met zo’n wasrek, dekens eroverheen, mijn konijn dat aan mijn slaapmatje knabbelde, de geluiden van de nacht die je zo om je heen hoort.’’ ‘’Dat is wel een associatie die ik altijd al met donker heb.’’ 

‘’Ik hou gewoon ook van de plantjes en de beestjes buiten. Dat vind ik leuk. Ik ben niet voor niets bioloog geworden.’’ Zeebioloog. En natuurlijk: ‘’onder water is ook niet zoveel licht’’, maar donkerte en lichtvervuiling waren daar niet echt een thema. ‘’Ik was me nooit zo bewust van de schadelijke effecten van lichtvervuiling.’’ Maar wat sterrenkundigen doen en wat biologen doen ‘’hangt zo met elkaar samen.’’ ‘’Daar ben ik me door de samenwerking met het Dark Sky Park en de sterrenkundigen veel bewuster van geworden.’’

De rol van Science LinX? Donkerte beleefbaar en toegankelijk maken, een rol die ogenschijnlijk past als een jas. Een onderzoekende houding stimuleren, nieuwsgierigheid aanwakkeren én, tegelijkertijd, bewustwording creëren. Mensen de andere kant van donkerte weer laten zien: het donker als andere wereld, niet iets om bang voor te zijn, maar iets waar zoveel te ontdekken valt.

De verborgen rijkdom van de nacht

Er is zó’n rijkdom aan biodiversiteit ’s nachts. ‘’Dat er meer dan 2000 soorten nachtvlinders zijn in Nederland, en maar iets van 50 dagvlinders, alleen dat al vind ik iets fascinerends: dat je dat allemaal niét ziet, dat je niet weet dat het er is.’’ Ook bloemen die alleen ’s nachts opengaan, of hoe direct planten reageren. Zoals de teunisbloem: ‘’als die trillingen van een nachtvlinder detecteert, dan gaat hij zijn nectar zoeter maken.’’ Gewoon ‘’al dat leven dat ’s nachts zijn ding doet en waar je je helemaal niet bewust van bent.’’

Donkerte hoort ook bij ons

Er is best wel veel aandacht voor biodiversiteit, insecten en dat het daar niet zo goed mee gaat, ‘’maar dat kunstlicht daar zo’n belangrijke rol in speelt, ja, dat bedenk je niet.’’ Ook omdat duisternis steeds verder van ons af is komen te staan. 

Vroeger was donkerte vanzelfsprekend. Als de zon onderging staken mensen misschien een kaars of een vuurtje aan, daarbuiten was het donker. Sinds we kunstlicht zijn gaan gebruiken, ervaren we donkerte steeds minder. ‘’Mensen hebben toch vaak zoiets van donker is eng en licht is goed.’’ 

‘’We zijn er zo aan gewend dat het licht altijd aan is, dat we het gewoon aanzetten.’’ Daardoor voelen we ons steeds minder verbonden met het natuurlijke dag- en nachtritme, terwijl al het leven daarop aangepast is. En ‘’wij zijn onderdeel van al dat leven, dat zijn we wel eens vergeten.’’ Eigenlijk ‘’zijn we onszelf een beetje los gaan zien van de natuur.’’ 

Échte donkerte ervaren

Daarom is ‘’dat gevoel dat je in een Dark Sky Park kan hebben’’ ook zo belangrijk. Als je ergens bent waar het echt heel donker is, zoveel meer sterren ziet en ziet hoe alles draait, als je voelt dat je daar onderdeel van bent en je plek daarin ervaart. ‘’Zo’n ervaring kan véél sterker zijn dan heel veel flyers over hoe jij je verlichting kan aanpassen.’’ 

Je kunt mensen nog zo vaak vertellen wat ze zouden moeten doen, maar ‘’als jij het niet voelt, dan ga jij het niet doen.’’ ‘’Dat is ook echt de waarde van het Dark Sky Park, dat het een plek is waar je donkerte echt kan ervaren. Dat is volgens mij essentieel. Ook om dat gevoel van onveiligheid te overstijgen.’’

‘’Ik kan hier echt het verschil maken’’

‘’We komen ook veel op scholen’’, kinderen vinden donker vaak ook eng. ‘’Maar als je dan vertelt wat er allemaal leeft in het donker, we de beelden van de wildcamera’s bekijken, of ’s ochtends kijken van wat voor nachtvlinders waren er allemaal vannacht?’’ Dan gaan ze er heel anders naar kijken. Nieuwsgieriger: ‘’Goh ja wat kan je allemaal ontdekken?’’

Of laatst, op een zadenmarkt, waar alleen al het uitdelen van een zadenzakje voor nachtbloeiers ‘’iets aanzet: ja wacht even, dat licht…’’ Zodra dat kwartje valt bekijken mensen hun eigen omgeving anders: ‘’dan zien ze opeens een uil zitten of vragen ze zich af waarom de lamp bij de ingang eigenlijk altijd brandt.’’

Dat is ook het fijne van het hele donkerteverhaal, oplossingen zijn heel concreet en het effect is direct: een lamp kan uit, of op een sensor. Dat is niet heel moeilijk. En juist dát komt bij mensen aan: ‘’ik kan hier echt het verschil maken.’’ 

Die gedachte ‘’heb ik in de afgelopen jaren wel zien toenemen.’’ Ook bij gemeenten, zoals Het Hogeland, ‘’die er ook gewoon trots op zijn dat ze een donkere gemeente zijn.’’ ‘’Ja, dat geeft mij wel hoop voor de toekomst.’’

Geschreven door: Liesanne de Haan

Laatst gewijzigd:13 juli 2026 13:20