Beleving en Belang van Bereikbaarheid in het Landelijk Gebied
Waar gaat dit onderzoek over?
In de meeste landelijke gebieden kost het meer tijd om ergens te komen, en voor mensen zonder auto is het nog best lastig om belangrijke bestemmingen te bereiken. Dit wordt moeilijker omdat op het platteland steeds meer voorzieningen (zoals winkels, scholen, zorg en openbaar vervoer) verdwijnen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar bereikbaarheid, maar hoe ziet dit er eigenlijk uit?
In dit onderzoek kijken we naar hoe mensen op het platteland de bereikbaarheid van verschillende bestemmingen ervaren. Het gaat dan niet alleen om plekken in het eigen dorp, maar ook om bestemmingen verder weg, zoals werk, onderwijs, zorg, sociale activiteiten en familie of vrienden. Hoe goed deze plekken bereikbaar zijn, verschilt per persoon en per vervoermiddel. Ook kunnen bestemmingen een bepaalde sociale, emotionele of symbolische betekenissen hebben.
In dit onderzoek kijken we hoe bereikbaarheid wordt ervaren in het dagelijks leven, welke veranderingen mensen ervaren (zoals verbetering of verlies) en wat bereikbaarheid voor hen betekent, nu en in de toekomst. Door tekst en beeld te combineren, kunnen we laten zien hoe bereikbaarheid op het platteland er in de praktijk uitziet voor verschillende mensen.
We besteden extra aandacht aan mensen die minder mobiel zijn, zoals mensen zonder auto, jongeren en ouderen. Door cijfers te combineren met het filmen van ervaringen van inwoners krijgen we een beter beeld van wat bereikbaarheid in de praktijk betekent voor mensen op het platteland. Met deze inzichten willen we beleidsmakers helpen om keuzes te maken die beter aansluiten bij het dagelijks leven van mensen in landelijke gebieden.
Hoe pakken we het aan?
Om de ervaring van bereikbaarheid in landelijke gebieden goed te onderzoeken, gebruiken we meerdere onderzoeksmethoden. We combineren cijfers met verhalen uit het dagelijks leven. Zo krijgen we een compleet beeld van ervaren bereikbaarheid op het platteland. Dit geeft handvaten voor lokaal en nationaal beleid.
De aanpak bestaat uit drie onderdelen:
1. Vragenlijst
We verspreiden een vragenlijst onder een brede groep Nederlanders. Zo kunnen we verschillen zien tussen stedelijke en landelijke gebieden en patronen herkennen. Dit noemen we het ‘kwantitatieve’ deel.
2. Verdiepend onderzoek
Daarna doen we verdiepend onderzoek door gesprekken met inwoners in een specifieke regio. Dit noemen we het ‘kwalitatieve’ deel. Door te kiezen voor een specifieke regio kunnen we genoeg tijd nemen om mensen beter te leren kennen en hun ervaringen beter te begrijpen. We richten ons vooral op mensen die minder makkelijk kunnen reizen, zoals jongeren zonder rijbewijs, ouderen en mensen met een laag inkomen.
3. Samenwerking met beleidsmakers
We organiseren ook workshops met lokale, regionale en landelijke beleidsmakers. Samen bespreken we de resultaten en kijken we hoe de ervaringen van inwoners kunnen worden meegenomen in beleid en plannen voor de toekomst.
We doen voor het verdiepende deel van het onderzoek ‘visueel veldwerk’. Dat betekent dat we met mensen praten, soms met hen meereizen en gebruikmaken van foto’s en korte video’s voor observaties. Deze kunnen door de onderzoeker of door de deelnemers zelf worden gemaakt. Het is ook mogelijk om op een kaart te tekenen hoe men zich verplaatst en welke plekken belangrijk zijn. Maar liever gebruiken we foto en film om samen de ervaring van bereikbaarheid te observeren en onderzoeken.
Door middel van visueel veldwerk kunnen we de ruimtelijke omgeving bestuderen en krijgen we beter inzicht in het onderwerp. Bijkomend voordeel is dat de beelden ook kunnen gebruiken om de resultaten beter te communiceren naar beleidsmakers. We kunnen niet alleen vertellen, maar ook laten zien hoe bereikbaarheid wordt ervaren!
Wat is de planning?
In de periode van maart 2026 tot november 2026 doen we kwalitatief veldwerk in Noord Nederland. De vragenlijst wordt uitgezet in 2026 en het voorjaar van 2027 organiseren we een workshop waarin we de resultaten presenteren en bespreken met beleidsmakers. We werken toe naar verschillende soorten output:
-
Wetenschappelijke publicaties in Engelse vakbladen
-
Een Nederlandstalig rapport
-
Een presentatie van de visuele output op deze projectpagina of website. Dit kan een verzameling zijn van korte video’s, geschreven verhalen, foto’s en kaarten