IP & Business Development
We faciliteren onderzoekers op het gebied van intellectueel eigendom (IP).
Kennisbescherming, bijvoorbeeld met een octrooi, is vaak essentieel voor verdere ontwikkeling en benutting van veelbelovend onderzoek van de universiteit. De Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch centrum Groningen voeren een gezamenlijk RUG/UMCG octrooibeleid uit. Het IP & Business Development team faciliteert kennisbescherming, aanvragen van octrooien, commercialisatie van onderzoek van de universiteit (IP-licensering / verkoop) en geeft advies bij het oprichten van start-ups.
Intellectueel Eigendom
Beleid
Gebaseerd op de VSNU/NFU richtlijnen, en tevens de Nederlandse Octrooiwet en CAO van Nederlandse universiteiten, kan het gezamenlijke Intellectueel Eigendomsbeleid van RUG en UMCG worden samengevat in twee hoofdpunten:
-
Publieke erkenning. RUG en UMCG wensen zichtbaar te zijn op octrooipublicaties als (mede-) aanvrager in het geval dat de uitvinding (gedeeltelijk) is gedaan door een medewerker. Dit is relevant voor onze reputatie, PR en ranglijsten.
-
Een redelijke financiële vergoeding. RUG en UMCG verlangen een redelijke financiële vergoeding in het geval dat een (gedeeltelijk) RUG of UMCG octrooi in licentie wordt uitgegeven, of overgedragen, aan een bedrijf of andere derde. Er wordt een marktconforme vergoeding gevraagd, die van geval tot geval zal variëren en die onderhandelbaar is.
Alle onderzoeks-, licentie- en octrooi-overdrachtscontracten worden hierop beoordeeld door de juridische afdeling, voordat ze ter ondertekening worden voorgelegd aan het College van Bestuur van RUG of de Raad van Bestuur van UMCG
Het IE-beleid wordt uitgevoerd door het IP & Business Development team in nauwe samenwerking met de juridische afdeling van RUG (ABJZ) , het UMCG Innovation Center en het Loket Contract Research van het UMCG.
Voor meer informatie neem contact op met ip-info rug.nl of een van leden van het IP & Business Development team
Omgang met intellectuele eigendomsrechten (IER) van medewerkers en studenten
De VSNU en NFU hebben gezamenlijk richtlsnoeren opgesteld over het omgaan met intellectueel eigendom met betrekking tot academische start-ups en de positie van studenten mbt. IER.
IER-Richtlijnen voor start-ups
Het benutten van kennis uit onderzoek bij de kennisinstellingen is belangrijk voor de samenleving, met het oog op de maatschappelijke uitdagingen en economische kansen. Intellectueel eigendom speelt een relevante rol bij het benutten van kennis. Het richtsnoer kan helpen om belemmeringen uit de weg te ruimen bij de omgang met intellectuele eigendomsrechten (IER) richting academische start ups.
IER-richtlijnen voor studenten
Tijdens je studie kan het gebeuren dat je te maken krijgt met intellectuele eigendomsrechten (IER). Maak hier afspraken over, vóór je start met een stage, studieactiviteit of onderzoeksproject. Zo weet je waar je aan toe bent, als een uitvinding, ontwerp of idee een economisch of maatschappelijk gat in de markt blijkt.
De IER-richtlijnen voor universitaire start-ups staan in bovengenoemd 'Richtsnoer IER'. In aanvulling daarop zijn de regels voor studenten nu ook verhelderd, in het 'Addendum Richtsnoer IER en Studenten'.
Onderzoekssamenwerking
Uitgangspunten voor samenwerking met de industrie
Voor onderzoekssamenwerking met het bedrijfsleven hanteren de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) de richtlijnen voor publiek-private partnerschappen (PPP) en andere manieren van technologieoverdracht van de gezamenlijke Nederlandse universiteiten (VSNU) en Medische Centra (NFU). Samengevat zijn deze uitgangspunten:
-
Vrijheid van publicatie van eigen resultaten
-
Vrijheid van vervolgonderzoek
-
Vrijheid van vervolgonderzoek met derden
-
Vrijheid van gebruik van voorgrondkennis in onderwijs
-
Eigendom van voorgrondkennis volgt uitvinderschap/makerschap
-
Geen verplichte overdracht of licentiering van voorgrondkennis
-
Marktconforme vergoeding voor commercieel gebruik van voorgrondkennis
-
Toestemming voor gebruik onder voorwaarde van een anti-ijskast beding
-
Geen verplichting om toegang tot achtergrondkennis te verschaffen buiten het project
-
Geen automatische toegang tot toekomstige resultaten/IE rechten (niet zijnde voorgrondkennis)
Uitvindingen die door RUG medewerkers worden gedaan, worden intern beoordeeld op octrooïeerbaarheid en commerciële waarde. Wanneer beide positief zijn, wordt een octrooiaanvraag ingediend en worden commerciële partijen benaderd voor een licentie of octrooi-overname.
Doelstelling van het IP & Business Development team is het bevorderen van de maatschappelijke impact van het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en het stimuleren van ondernemerschap.
Contactinformatie
|
Bezoek-postadres
| |
|
Contactgegevens
|
ip-info rug.nl |
We werken nauw samen met het Funding Team, de Faculty Funding officers, de juridische afdeling AJZ van de Rijksuniversiteit Groningen en met het Center for Development and Innovation (CDI) en Loket Contract Research van het UMCG.
Het IP & Business Development team is een samenwerking van het IP team van de RUG en de Business Generator Groningen.
De verhalen
Valorisatie loont. Kennisbescherming helpt bij het vinden van commerciële en maatschappelijke partners om kennis toegepast te krijgen en zo maatschappelijke impact te creëren. Daarnaast mag je als onderzoeker van RUG en UMCG een kwart van de revenuen die vrijkomen uit commerciële toepassing van kennis naar eigen inzicht besteden voor nieuw onderzoek. Prof. dr. Erik Frijlink en prof. dr. Francesco Picchioni bijvoorbeeld financieren onderzoek voor een deel vanuit royalties. Hun verhaal.
Rubber voor de eeuwigheid
Prof. dr. Francesco Picchioni, Chemische Technologie, Rijksuniversiteit Groningen, heeft spreekwoordelijk goud in handen. In 2016 is er een patent aangevraagd op zijn onderzoek dat recycling van autobanden mogelijk maakt voor nieuwe duurzame toepassingen. ‘Recyclen van rubber is echt een maatschappelijk probleem. Het overschot aan gebruikt rubber wordt nu verbrand en dat is slecht voor het milieu. Door onze vinding krijgt rubber uit afgedankte autobanden een nieuwe functie.’
Ongeveer 7 miljoen autobanden worden per jaar in Nederland afgedankt. Het totale gewicht van deze banden is ruim 110.000 ton. Sinds kort geldt de regel dat deze afgedankte autobanden voor 20% moeten worden hergebruikt. Picchioni: ‘We hebben in het lab een toepassing ontwikkeld die van autobandrubber nieuw en elastisch uitgangsmateriaal maakt. Het nieuwe materiaal is duurzaam, geschikt voor groot industrieel gebruik tegen een concurrerende prijs.’

Het werkt!
Een gat in de markt. Uit literatuuronderzoek kwam naar voren dat er wereldwijd weinig interesse was voor het zoeken naar korte termijn oplossingen voor overbodig autobandrubber en er voetstoots van werd uitgegaan dat rubber niet recyclebaar zou zijn. Een constatering die de Groningse onderzoeker en zijn team de eer te na is. Francesco: ‘Een onbegrijpelijk standpunt natuurlijk in een tijd van een circulaire samenleving en voortschrijdende wetenschap.’
Tijd voor actie. Het Groningse team op Zernike Campus dook voor maanden het lab in en ontwikkelde een proof-of-principle dat hergebruik van rubber mogelijk maakt. Een proof-of-principle is een test gericht op het bepalen of de technologie of het principe wat je hebt bedacht daadwerkelijk functioneert en haalbaar is. Een moment van euforie, dat de Groningse onderzoeker op zijn werkkamer aan de Nijenborgh 4 nog een keer beleeft: ‘Een student klopte hier op de deur en riep ‘’Francesco, de PoP werkt!’’ Dan realiseer je als onderzoeker ineens dat je mogelijk een commercieel product in handen hebt waar je patent op kunt aanvragen!’
Screening & Scouting
Voor het haalbaarheidsonderzoek naar het indienen van een mogelijk patent benaderde Picchioni het IP & Business Development team, onderdeel van Northern Knowledge, aan de Kadijk op Zernike Campus. Picchioni: ‘Een belangrijke stap om geen energie te verspillen, want: niet alle kennis is patenteerbaar. Een vinding moet bijvoorbeeld voldoen aan inventiviteit en kennis over de vinding mag nergens ter wereld openbaar gemaakt zijn vóór de datum van de octrooiaanvraag.’ Na enkele weken kreeg Picchioni het verlossende groen licht dat zijn kennis uit het lab ‘uniek’ was en is de patentaanvraag in gang gezet.
Kennisvalorisatie die leidt naar verrassende nieuwe toepassingen: ‘Een van mijn studenten wil de gevolgen van vallen van de fiets verminderen door op de mouw van een jas een patch of lap van elastisch rubber aan te brengen waarbij de rubberen lap de eventuele aanraking met de grond na een val verzacht.’ Een creatieve toepassing waarvoor het hergebruik van rubber zich prima leent: ‘En minder breuken na een fietsval betekent ook minder zorgkosten. Een octrooi op kennis betaalt zich op alle niveaus uit,’ ontsluit de Groningse onderzoeker zijn maatschappelijke drive.
Publiceren én patenteren leiden naar innovatie
Het aanvragen van patenten zit Picchioni inmiddels in de genen. Zo is ook een octrooiaanvraag gedaan op het ontwikkelen van op koolhydraat gebaseerde lineaire polyesters. Een innovatieve methode voor nieuwe toepassingen bijvoorbeeld als water-gebaseerde lijm. Nieuwe uitdagingen binnen de groene chemie die op termijn leiden naar nieuwe publicaties en van daaruit nieuw onderzoek. Een cyclus van kennisvalorisatie die elkaar versterkt: ‘Je moet voor een patentaanvraag even geduld hebben met publiceren, omdat moet worden onderzocht of een vinding ook een vinding is volgens de (Internationale) octrooiwetgeving.’
Maar geduld wordt hier beloond, besluit de flamboyante in Italië geboren Picchionni: ‘’Voor de hoogleraar geeft octrooi op een vinding de erkenning dat je iets nieuws hebt uitgevonden. Publiceren op die kennis versterkt je reputatie als wetenschapper. Voor de universiteit draagt patentering en publicatie van onderzoek bij aan de reputatie die de Groningse universiteit wil uitstralen van maatschappelijk relevant kennisinstituut. Iedereen gelukkig.’
IP-méé met RUG & UMCG! Voor ondersteuning neem contact op: ip-info@rug.nl
De onderzoek-vrijheid van professor Erik Frijlink
In Nederland wordt inmiddels bijna al het onderzoek gestuurd door financiers. De vrijheid van de onderzoeker is daarbij begrensd door de kaders van de goedgekeurde onderzoeksvoorstellen. Prof. dr. Erik Frijlink, van de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie aan de RUG, bevindt zich wat dat betreft in een luxe positie: hij kan een deel van zijn onderzoek financieren uit de royalties van zijn vindingen, de Genuair en Twincer.
Erik: ‘Vaak is onderzoek gebonden aan allerlei voorwaarden. Door mijn onderzoek te financieren uit de royalties van patenten kan ik vrij en onafhankelijk projecten opzetten. Een geweldige luxe,’ beseft Frijlink op zijn werkkamer op het UMCG.
Jaren geleden verkocht de RUG de rechten van Frijlinks gepatenteerde Genuair, een poederinhalator tegen astma en COPD, aan een biofarmaceutische reus. Recentelijk werd de Twincer, een wegwerp-inhalator, uitgelicenseerd. En 1 april 2019 introduceerde Circassia Pharmaceuticals, wereldleider in medicatie tegen longziektes, de inhalator Pressair® in de Verenigde Staten. Pressair is ontwikkeld vanuit het patent van de Genuair in Groningen. Frijlink: ‘Onze Groningse vinding neemt echt een hoge vlucht. Wereldwijd.’

Miljoenen euro’s extra voor onderzoek
De licentieovereenkomsten leveren de Groningse universiteit inmiddels tientallen miljoenen euro’s aan royalties op en zorgt voor een constante stroom aan inkomsten de komende jaren. Frijlink: ‘Het patentrecht geldt voor 20 jaar. 10 jaar heb je nodig om een geneesmiddel te ontwikkelen en in de markt te zetten, de andere 10 jaar kun je de kosten terugverdienen met een leuke winstmarge.’
De inkomsten uit royalties voor RUG en UMCG-onderzoekers worden via een vaste sleutel verdeeld: een kwart gaat terug in het octrooifonds van RUG en UMCG, een kwart gaat naar de faculteit, een deel gaat naar de uitvinders en tenslotte gaat een deel naar de afdeling van de onderzoeker, die daarmee het onderzoek kan doen wat hij of zij graag wil doen. Het IP & Business Development team, onderdeel van Northern Knowledge, monitort royalties en ondersteunt onderzoekers in het gehele proces.
TBC bestrijden vanuit Groningen
Vanuit de royalties van de Genuair en Twincer wordt vernieuwend tuberculose (TBC) en luchtweginfectie-onderzoek gefinancierd. TBC is wereldwijd een van de meest dodelijke infectieziekten. Per jaar sterven er 1,8 miljoen mensen aan deze besmettelijke ziekte. In Frijlinks lab in Groningen worden nieuwe antibiotica ontwikkeld die via inhalatie aan patiënten met TBC kunnen worden toegediend. Ook overlijden jaarlijks zo’n 115.000 kinderen wereldwijd aan de luchtweginfectie Respiratory Syncytial Virus (RSV). ‘Sterftecijfers die te voorkomen zijn,’ vindt Frijlink: ’Mits er extra geld is om nieuw onderzoek naar betere geneesmiddelen of stabiele vaccins te financieren. De inkomsten uit royalties bieden mij die mogelijkheid.’
Ziekte van Parkinson
De succesvolle hoogleraar droomt realistisch verder. ‘Onze gepatenteerde inhalatortechnieken zijn ook prima geschikt voor vaccinaties tegen ziektes zoals influenza (griep), of kinkhoest en voor medicatie-toediening bij mensen die lijden aan de ziekte van Parkinson.’
Grote verwachtingen heeft Frijlink van de klinische trials die binnenkort vanuit zijn onderzoeksafdeling starten naar een inhaleringstechniek, de Cyclops, die de EpiPen moet vervangen. De EpiPen (adrenaline) auto-injectoren zijn bedoeld voor de noodbehandeling van ernstige allergische reacties (anafylaxie) veroorzaakt door allergenen in voedsel (bijvoorbeeld pinda’s), geneesmiddelen, insectensteken of een allergische reactie in gang gezet door grote inspanning. Frijlink: ‘Mensen hebben vaak een grote weerstand zichzelf te injecteren. Die angst voor prikken maakt dat ze soms te laat prikken waardoor de werking van het geneesmiddel niet meer optimaal is. De Cyclops-inhalator moet het toedienen van de medicatie via injecties vervangen.’
Een vinding die naast een medisch meerwaarde ook een logistieke marktwaarde vertegenwoordigt. Frijlink: ‘Het geneesmiddel wordt als een droog poeder aangeboden waardoor het stabiel en dus lang houdbaar is, het is veel goedkoper, en de patiënt kan de Cyclops makkelijker op zak dragen. De EpiPen is een groot en onhandig ding om mee te nemen.’
Moeders helpen in Afrika
Geld uit royalties wordt ook gebruikt in nieuw onderzoek naar drug delivery: het gecontroleerd afgeven van vaccins in het lichaam in tijd. ‘Dat betekent dat je maar één keer hoeft te injecteren voor twee behandelingen,’ vertelt de hoogleraar en directeur van het Groningen Research Institute of Pharmacy (GRIP).
Efficiënte en kostenbesparende gezondheidszorg, maar vooral ook patiëntvriendelijk. ‘In Afrika moeten moeders met hun baby’s soms tientallen kilometers lopen van huis naar het consultatiebureau om hun vaccinaties tegen infectieziektes te krijgen. Via de nieuwe toedieningstechniek hoeven ze veel minder vaak op consultatie en het product is ook nog stabieler dan een gewone injectie.’
Goed doen voor de samenleving
Baanbrekend onderzoek met maatschappelijke impact gefinancierd vanuit royalties van RUG-patenten. Bescherming van kennis die leidt naar nieuw onderzoek en nieuwe innovatie.
Een manier van werken die in de genen van iedere onderzoeker moet zitten, vindt Frijlink: ‘Als onderzoeker op een universiteit wil je tot innovaties komen. Inherent aan die missie is dat je de waarde van je kennis beschermt. Het patent is geen doel op zich. Patent aanvragen op kennis is een uitvloeisel van het werk dat je doet. Patenten zorgen ervoor dat je controle over je kennis hebt en dat je daarmee als onderzoeker de kwaliteit van leven en de gezondheid van mensen kunt verbeteren. Dat geeft een goed gevoel.’
IP-méé met RUG & UMCG! Voor ondersteuning neem contact op: ip-info@rug.nl.
Het IP & Business Development team richt zich op het versterken van de maatschappelijke impact van het onderzoek van de universiteit (UG) en het medisch centrum (UMCG). Het team ondersteunt:
-
Bescherming van de intellectuele eigendom (IP)
-
Octrooieren
-
Business Development
-
Licentiëring en overdracht van technologie en kennis