Promotie A. Alghamdi

Medication use and cognitive outcomes in older adults
Investigating drug repurposing potential for Alzheimer’s disease prevention
Medicatiegebruik en cognitieve uitkomsten bij oudere volwassenen
In dit proefschrift onderzocht Ali Alghamdi of bestaande geneesmiddelen kunnen worden herbestemd voor de preventie of vertraging van de ziekte van Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie wereldwijd. Omdat de huidige behandelingen alleen symptomen verminderen en het ziekteproces niet stoppen, is er dringend behoefte aan nieuwe preventieve strategieën. De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is duur en tijdrovend. Daarom richtte dit onderzoek zich op “drug repurposing”, het vinden van nieuwe toepassingen voor reeds goedgekeurde geneesmiddelen.Het onderzoek maakte gebruik van grote Nederlandse gezondheidsdatabases, waaronder de IADB.nl-receptendatabase en het Lifelines-cohort. Alghamdi onderzocht verschillende geneesmiddelengroepen, waaronder cardiovasculaire middelen, respiratoire geneesmiddelen en antivirale therapieën. Daarnaast keek hij naar polyfarmacie, het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijk, bij oudere volwassenen voorafgaand aan een Alzheimerdiagnose.
De resultaten toonden aan dat mensen die Alzheimer ontwikkelden vaker meerdere geneesmiddelen gebruikten en vaker werden blootgesteld aan middelen die cognitieve functies mogelijk negatief beïnvloeden. Onderzoeken naar bètablokkers en bèta-agonisten leverden gemengde en niet doorslaggevende resultaten op met betrekking tot cognitieve bescherming. De sterkste aanwijzingen betroffen echter antivirale geneesmiddelen zoals valaciclovir, aciclovir en famciclovir. Deze middelen werden stelselmatig geassocieerd met een lager risico op het starten van Alzheimermedicatie. Ook studies naar gordelroosvaccinatie suggereerden een verlaagd risico op dementie. Over het geheel genomen ondersteunt dit proefschrift het idee dat sommige bestaande geneesmiddelen, met name antivirale therapieën, potentieel hebben voor de preventie van Alzheimer, en verder klinisch onderzocht moeten worden.
Supervisors:prof. dr. E. (Eelko) Hak, prof. dr. B.C. (Barbara) van Munster