Skip to ContentSkip to Navigation
breed in kennis  -  sterk in techniek
Over ons Faculteit Rechtsgeleerdheid Actueel Nieuws Nieuwsarchief

Evaluatie Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

28 oktober 2026

Op 27 oktober is het evaluatieonderzoek naar de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen verschenen. Het onderzoek is in opdracht van het WODC verricht door faculteitsmedewerkers Hylda Boschma, Loes Lennarts, Hanny Schutte-Veenstra, Robin de Vries en Jan Berend Wezeman in samenwerking met Marleen van Uchelen van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam en Yfke Ongena van de Faculteit der Letteren (RUG).

Zij onderzochten de doeltreffendheid en effecten van de nieuwe bepalingen uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) die op 1 juli 2021 in werking is getreden. De WBTR bevat naast governanceregels ter voorkoming van ondermaats bestuur of toezicht ook regels waarmee achteraf tegen ondermaats bestuur of toezicht kan worden opgetreden. De onderzoekers concluderen dat de wet over het geheel genomen goed functioneert. Wel zijn er enige knelpunten die aandacht van de wetgever verdienen.

Achtergrond en reikwijdte WBTR

De WBTR is grotendeels een reactie op incidenten in de semipublieke sector zoals gesignaleerd in het in 2013 verschenen rapport van de Commissie Halsema. Daarnaast beoogt de WBTR uniformering, aanvulling en verduidelijking van de regels met betrekking tot bestuur en toezicht bij verenigingen (waaronder coöperaties) en stichtingen in het algemeen. De maatregelen van de WBTR strekken zich daarom mede uit tot de vrijwilligerssector (denk aan goede doelen-organisaties, sport- en hobbyverenigingen en culturele instellingen).

Verbeterslag gerealiseerd

Hylda Boschma nam een belangrijk deel van het onderzoek naar de werking van  governancebepalingen voor haar rekening. Zij vertelt dat in de semipublieke sector al voor de inwerkingtreding van de WBTR een verbeterslag is gemaakt door middel van sectorregels. Voor met name kleinere goede doelen, culturele instellingen en sportverenigingen valt nog wel winst te behalen op het gebied van bekendheid met de WBTR en educatie van bestuurders en toezichthouders.  

Wenselijke aanpassingen en aanbevelingen

Er is volgens de onderzoekers wel reden voor wijziging, aanvulling en verduidelijking van de wettelijke regeling van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen in het algemeen. De onderzoekers doen daarvoor diverse voorstellen, waaronder enige specifieke aanbevelingen aan de wetgever. Zo wordt aanbevolen de zonder noodzaak ingevoerde uitbreiding van de faillissementsaansprakelijkheidsregels naar bestuurders en commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen te schrappen. De verzekerbaarheid van aansprakelijkheidsrisico’s van bestuurders en commissarissen verdient aandacht, vooral in de vrijwilligerssector.

Andere aanbevelingen zien onder meer op de versterking van de bevoegdheden van de raad van commissarissen bij stichtingen, de WBTR-regels met betrekking tot het bestuursmodel met uitvoerende bestuurders en toezichthoudende niet-uitvoerende bestuurders die nog steeds niet zijn ingevoerd, de verduidelijking van de voorschriften over besluitvorming in situaties waarin een bestuurder of commissarissen een belang heeft tegenstrijdig aan dat van de rechtspersoon en, ten slotte, de mogelijkheden die de rechter heeft bestuurders en commissarissen van stichtingen te verbieden een bestuurs- of toezichtsfunctie te vervullen.

Laatst gewijzigd:28 oktober 2026 14:29
Deel dit Facebook LinkedIn