Skip to ContentSkip to Navigation
Over ons Faculteit Rechtsgeleerdheid Actueel Agenda Promoties Rechtsgeleerdheid

Het schuldbeginsel in het Nederlandse strafrecht

Een verkenning aan de hand van de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht, de kentekenaansprakelijkheid en het EVRM
Promotie:Mw. E.H.A. van Luijk
Wanneer:12 november 2015
Aanvang:14:30
Promotor:prof. mr. B.F. (Berend) Keulen
Copromotor:mr. dr. E. Gritter
Waar:Academiegebouw RUG
Faculteit:Rechtsgeleerdheid
Het schuldbeginsel in het Nederlandse strafrecht

Het schuldbeginsel in het Nederlandse strafrecht

In het Nederlandse strafrecht wordt het schuldbeginsel beschouwd als een van de fundamentele beginselen. Dit principe komt onder andere tot uitdrukking in de subjectieve bestanddelen en de strafuitsluitingsgronden, met name in de ongeschreven strafuitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld (avas). De vraag die bij het onderzoek van Van Luijk leidend is geweest is of de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht en de ontwikkelingen in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) aanleiding zouden kunnen zijn voor het aanpassen van de wijze waarop in het Nederlandse strafrecht het schuldbeginsel wordt benaderd. Het onderzoek behelst drie onderdelen: een verkenning vanuit de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht, een beschrijving van ontwikkelingen rond de kentekenaansprakelijkheid en een analyse van de jurisprudentie inzake art. 6 lid 2 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de onschuldpresumptie. Uit een vergelijking tussen de Nederlandse benadering en de benadering van het EHRM blijkt dat minder mogelijkheden voor het voeren van verweer, inclusief het uitsluiten van avas, soms mogelijk zou zijn. Dat biedt mogelijkheden voor efficiënte aansprakelijkheidsconstructies. Bij ernstige delicten zouden in Nederland meer eisen aan de verwerkelijking van het schuldbeginsel moeten worden gesteld, met name wanneer ingrijpende vrijheidsstraffen op het spel staan. Dat sluit aansprakelijkheid op basis van toerekening, zonder dat die gebaseerd is op de vaststelling van opzet, niet uit. Naar aanleiding van de rechtspraak van het EHRM komt (opnieuw) de vraag op of het schuldbeginsel in de wet zou moeten worden vastgelegd om de positie van het schuldbeginsel in het Nederlandse strafrecht te verduidelijken en te beschermen.

Eva van Luijk deed de onderzoeksmaster Functionaliteit van het recht. Ze verrichtte haar promotieonderzoek binnen het programma Effective Criminal Law aan het  Groningen Centre for Law and Governance (GCL), Faculteit Rechtsgeleerdheid.