Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Groot onderzoek naar diarreeveroorzakende bacteriën STEC en EHEC

08 april 2013

In de regio’s Groningen, Drenthe en Rotterdam gaat een groot onderzoek plaatsvinden naar de darmbacteriën STEC en EHEC. Uit het onderzoek moet blijken hoe vaak relatief ongevaarlijke STEC’s gevonden worden bij patiënten, en hoe vaak de veel gevaarlijker variant daarvan, EHEC. Tot op heden bestaat er geen specifieke behandelingsvorm. Op basis van de uitkomsten worden adviezen opgesteld voor preventie, diagnostiek en epidemiologie van deze bacteriën.

STEC-bacteriën (shigatoxineproducerende E. coli-stammen) komen vrij veel voor en zijn verantwoordelijk voor een deel van de bacteriële voedselvergiftigingen met acute klachten van het maag-darmkanaal, zoals diarree en overgeven. Een mens kan ziek worden door voedsel dat met deze bacterie besmet is, of door direct (hand)-contact met iemand die ziek is door STEC-bacteriën. Mensen die ziek worden van STEC-bacteriën herstellen doorgaans binnen een paar dagen, behandeling door een arts is meestal niet nodig. Echter, er bestaat ook een minder onschuldige variant van de STEC-bacterie, de EHEC-bacterie. Deze bacterie kan naast bloederige diarree en dikkedarmontsteking ernstige complicaties veroorzaken waarvoor ziekenhuisopname nodig kan zijn. EHEC is een subtype van de STEC en is vooral bekend van de grote uitbraak in 2011 waarbij in Duitsland ruim 4000 mensen ziek werden en 52 mensen overleden.

EHEC

De uitbraak zoals die zich in Duitsland voordeed, had ook Nederland kunnen treffen. De meeste Nederlandse laboratoria hadden niet de diagnostische tests om deze variant (EHEC E.coli O104) te kunnen vinden. De ontlasting van patiënten wordt wel onderzocht, maar daarbij wordt meestal maar één type EHEC gekweekt: E.coli O157. Sommige laboratoria testen inmiddels met moleculaire testen op alle STEC´s, waaronder veel relatief onschadelijke STEC-varianten. Artsen willen echter graag weten of de patiënt besmet is met een mogelijk gevaarlijke EHEC-variant. Hierin wordt in Nederland nog geen onderscheid gemaakt. Het is dan ook gissen naar hoe vaak besmetting met EHEC in Nederland voorkomt. De verwachting is dat het bij 2 á 3 procent van alle STEC-besmettingen om een EHEC infectie gaat.

STEC-ID-net

In deze studie wordt onderzocht of het mogelijk is om bij een aangetoonde STEC-besmetting met aanvullende testen een betere risico-inschatting te maken voor de openbare gezondheidszorg. Het onderzoek gaat begin april 2013 onder de naam STEC-ID-net van start en zal ongeveer een jaar gaan duren. Daarbij zullen er in laboratoria in de regio’s Groningen en Rotterdam aanvullende tests gedaan worden op de ontlasting van zo’n 25.000 patiënten.

Met gevoelige kweektechnieken wordt naar meerdere varianten van de STEC-bacterie, zoals de EHEC, gezocht. Daarnaast zullen deze STEC’s onderzocht worden op ziekmakende eigenschappen met de meest moderne moleculaire technieken. Door de in de studie gevonden EHEC-bacteriën moleculair te subtyperen kan het ziekteverwekkende vermogen van de bacterie worden ingeschat en kan er beter bepaald worden of gevonden bacteriën tijdens een vermeende uitbraak daadwerkelijk aan elkaar gerelateerd zijn. Naast het uitgebreide laboratoriumonderzoek zullen de GGD’en in de betrokken regio’s vragenlijsten afnemen bij een deel van de patiënten waarvan ontlasting is ingestuurd naar laboratoria voor onderzoek op aanwezigheid van STEC.

Openbare gezondheid

Na analyse van de resultaten van deze studie zullen aanbevelingen geformuleerd worden voor diagnostiek, meldingsplicht en surveillance van STEC en EHEC. Door de bundeling van expertise en het gebruik van zowel kweek als moleculaire laboratoriumtechnieken zullen de uitkomsten van deze studie leiden tot een betere risico-inschatting en prognose van het ziekteverloop en helpen bij het nemen van adequate maatregelen om het risico voor de openbare gezondheidszorg zo veel mogelijk te beperken.

Interregionale samenwerking

Voor deze prospectieve cohort studie bundelen diverse laboratoria en instellingen in de openbare gezondheidszorg hun expertise. Deelnemende instellingen zijn de GGD’en Drenthe, Groningen en Rotterdam-Rijnmond, het Laboratorium voor Infectieziekten (LvI) Groningen, het RIVM, STAR-mdc Rotterdam en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). De STEC-ID-net studie is uniek in zijn soort en nog niet eerder op deze schaal uitgevoerd.

Expertisecentrum

Het UMCG en LvI zijn expertisecentra vanwege de jarenlange ervaring met onderzoek naar EHEC en andere darminfecties en zullen advies, voorlichting en onderwijs geven aan alle betrokken microbiologen, GGD-artsen, infectiepreventiedeskundigen en laboratoriummedewerkers.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:32

Meer nieuws

  • 16 oktober 2018

    Digital Society Conferentie Nederlandse universiteiten

    De digitale informatietechnologie dringt steeds dieper door in onze samenleving. Daarom organiseren de veertien Nederlandse universiteiten, verenigd in de VSNU, op dinsdag 27 november de internationale Digital Society Conference in de Rijtuigenloods...

  • 09 oktober 2018

    Wat de wereld écht moet weten over leiderschap

    ‘Weet jij hoe vaak organisaties een verkeerde leider selecteren?’, vraagt Janka Stoker. ‘Volgens recent onderzoek van Gallup gebeurt dat in maar liefst 82% van de gevallen! Deze leiders werden vaak gekozen omdat ze toevallig uitblonken in hun vorige,...

  • 02 oktober 2018

    Young Academy Groningen verwelkomt acht nieuwe leden

    De Young Academy Groningen (YAG) heeft acht nieuwe leden benoemd uit verschillende vakgebieden van deRijksuniversiteit Groningen.Dr. Laura Bringmann, dr. Jan Willem Bolderdijk, dr. Nanna Hilton, dr. Tina Kretschmer, dr.Jocelien Olivier, dr. Saskia Peels,...