Wees niet bang om te vragen
Douwe Wilts, 33 jaar, werkt als medewerker beroepsprofielen bij het team Profielversterking Nederlands van de Rijksuniversiteit Groningen. “Werkgevers zouden eigenlijk meer moeten lijken op Coen Verbraak.”

Door: Saskia Visser
Wie is toch die schrijver van de ruim twintig interessante beroepsprofielen die eerder in deze serie verschenen? Het is mijn collega Douwe, zelf ook alumnus van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur in Groningen. Douwe is een taalliefhebber, een boekenwurm en een positief mens. Hij noemt zichzelf een onverbeterlijke optimist, en zo iemand kan elk team goed gebruiken. Voor één keer draaien we de rollen om, ik interview de interviewer.
Waarom ben je Nederlands gaan studeren?
Ik ben eigenlijk altijd wel bezig geweest met lezen en verhalen. Dat komt ook wel omdat geschreven verhalen, anders dan gesprekken, stilstaan. Je kunt rustig terugbladeren om te kijken hoe het zat. Die controle die je als lezer hebt, vind ik fijn. Dus ik las graag, eerst samen met mijn oma, maar later ook zelf. Dat je daar ook een studie aan kunt koppelen ontdekte ik via de decaan op de havo. Zij was toevallig ook mijn lerares Nederlands en had mijn interesse wel opgemerkt. Ik vond toen taal ook al een magisch fenomeen. Daarom zei ze, maar is Nederlands studeren dan niet iets voor jou?
Jouw route naar de studie was wat anders dan die van de meeste studenten. Hoe kwam dat?
Ik zat eerst in een VMBO-basisklas, maar dat ging helemaal niet goed. Dat niveau paste niet bij mij, ik werd intellectueel ondervraagd, maar dat duurde wel even voor dat duidelijk was. Ik was echt een problematische puber. Ik ben slechthorend en op mijn 14e werd vastgesteld dat ik ook autistisch ben. Die combinatie maakte mijn schooltijd niet altijd gemakkelijk. Lessen volgen kost mij gewoon net wat meer energie. Daarnaast zat ik dagelijks twee à drie uur in de taxi, waardoor ik soms al overprikkeld was voor de les begon. Vooral aan het einde van het schooljaar was het zwaar. Sommige mensen hebben aan het eind van hun geld nog een stuk maand over. Ik had aan het einde van mijn energie altijd nog een stuk jaar over. Maar toen ik wat extra tijd kreeg voor toetsen, klom ik op naar de havo en kon ik door voor een vwo-sprint diploma in het volwassenenonderwijs. Het werd allemaal gemakkelijker. Ik was inmiddels 20 jaar en zat tussen andere oudere leerlingen die ook serieus bezig waren.
Hoe kijk je terug op je studie?
Ik heb het heel erg naar mijn zin gehad. Dat heb ik als interviewer van meer alumni gehoord en dat herken ik. Ik was vanaf het begin geïnteresseerd in zowel letterkunde als taalkunde. Taalbeheersing was misschien iets minder mijn ding, maar ik was eigenlijk zo’n student die alles wel leuk vond. De vakken pragmatiek en gespreksanalyse herinner ik me nog goed. We bespraken er ook alledaagse gesprekken en hoe wonderlijk die soms zijn. In de reader stond bijvoorbeeld:
A: Heb je zin om mee te gaan naar de bioscoop?
B: Ik heb hoofdpijn.
Wat een raar gesprek, toch? B geeft eigenlijk geen antwoord op de vraag, want hij zegt geen ‘ja’ of ‘nee’. Maar toch begrijpen ze elkaar. Ik zag ineens hoe onduidelijk het vaak is wat mensen zeggen en daar had ik ook persoonlijk veel aan. Zo ontdekte ik hoe rommelig gesprekken vaak zijn en hoe ik daarmee om kon gaan. Dus naast dat het academisch interessant was, had het ook als bijeffect dat ik beter leerde communiceren.
Sinds november 2022 werk je als medewerker beroepsprofielen voor het team Profielversterking Nederlands, dat de opleiding Nederlands zichtbaarder maakt voor verschillende doelgroepen. Hoe pak je het maken van zo’n beroepsprofiel aan?
Ik heb een lijst met alumni en daaruit kies ik interessante mensen en functies. Ik bereid de gesprekken altijd goed voor. Het is als interviewer fijn om ongeveer 60% van het antwoord al te weten, omdat je dan door kunt vragen en iemand net even om het hoekje kunt laten kijken. Dus ik probeer met zoveel mogelijk informatie en goede vragen het interview in te gaan. Maar als het dan zover is laat ik de vragen wel een beetje los, het gesprek moet ook de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Eerst werkte ik daarna het interview chronologisch uit, maar tegenwoordig doe ik dat anders. Nu begin ik bij de vragen over het beroep, dat is immers de kern van het artikel. Ik heb gemerkt dat ik dan sneller de rode draad in het beroepsprofiel kan vinden.
Welke beroepen en antwoorden van alumni hebben jou het meeste verrast?
Vooral de enorme variatie in beroepen! Je denkt zelf het eerst aan een docent Nederlands, een onderzoeker, misschien iemand uit het uitgeversvak. En die heb ik ook wel gesproken. Maar je verwacht minder gauw een logopedist, een beleidsmedewerker bij een ministerie, een adviseur participatie, een bedenker van formats van TV-programma’s. Toch blijken ook die beroepen steeds logisch aan te sluiten bij de studie. Dat zie ik heel vaak gebeuren in de gesprekken, de geïnterviewden worden zich er ineens bewust van hoe hun studie doorwerkt in hun dagelijkse werk.
Wat vind je mooie momenten in de samenwerking in het team Profielversterking tot nu toe?
Ik voel me echt deel van een team. Mijn collega’s helpen mij met feedback op de beroepsprofielen, maar ik help hen ook. We maakten samen het Taalbazenspel voor leerlingen, we doen als team de voorselectie van de verhalen van de Stijlvoltreffer. We gaan ook elk jaar naar de Neerlandistiekdagen en dan bedenken we van te voren wat we daar willen presenteren en op willen halen. Dat vind ik altijd heel mooi om mee te maken.
Welke lessen die je tijdens je studie hebt geleerd, pas jij nu nog toe in de praktijk?
Bij het vak gespreksanalyse leerde ik ‘de continueerder’ kennen. Kleine woordjes, zoals ‘oké’ en ‘hmm’, die een ander uitnodigen om verder te praten. Of je kunt ook na een antwoord een stilte laten vallen en die voort laten duren. Dan vult de ander vanzelf die stilte op. Ook bij het vormgeven van vragen die mogelijk gevoelig liggen, gebruik ik mijn kennis uit gespreksanalyse. Dan kleed ik de vraag net even anders aan, ik laat door mijn woordkeus zien dat ik het begrijp als ze voorzichtig willen antwoorden. Ik gebruik die gesprekstechnieken heel bewust.
Heb je tips voor huidige studenten Nederlands die aan de slag willen als interviewer en schrijver?
Je moet vooral meters maken. Mijn eerste interview had minder diepgang. Begin met mensen die je goed kent, want dan kun je eens een keer struikelen. Iemand die je kent, zal je dat gunnen. En dan bouw je ervaring op voor lastige gesprekken. Kijken naar ervaren interviewers helpt ook. Dan zie je wat bij jou past. Zo is Coen Verbraak een voorbeeld voor mij. Hij laat mensen uitpraten en zorgt dat er echt een gesprek ontstaat. Op een vriendelijke toon, terwijl hij toch echt wel scherp kan zijn en goed doorvraagt. Maar alles met ruimte voor het verhaal van de ander.
Je bent naast medewerker beroepsprofielen ook actief als dichter en als schrijver/redacteur bij Autisme veelzijdig. Hoe passen die verschillende functies bij elkaar?
Ik ben in al die functies bezig met geschreven teksten, maar wel met verschillende doelen. Creatief schrijven heeft voor mij een bijzondere functie. Het toont me wat me werkelijk bezighoudt. Ik spreek een ander, trager taalproces en denkproces aan, ook omdat ik met de hand schrijf. Ik ontdek dan: Hoe werkt mijn autisme, wat gebeurt er nu in dat hoofd van mij? Veel van wat ik schrijf, schrijf ik om bewust te worden.
Ik las in een van je blogs: “Ik kan heel goed tegen prikkels, ik ben er dol op, maar overprikkeling ontstaat op het moment dat ik de controle verlies.” Wat betekent dit voor je werk?
In het dagelijkse leven zijn heel veel prikkels die allemaal afzonderlijk bij mij binnenkomen. Vergelijk het maar met een drukke verkeerssituatie. Ik zie dan niet alleen alle fietsers, auto’s, voetgangers, maar ook de details, het flesje dat iemand in de hand heeft of een tas achterop. Over al die prikkels heb ik geen controle en dat kan weleens intensief zijn. Maar op het moment dat ik een interview heb, heb ik wel controle. Ik ben immers degene die de vragen stelt. Piet van Dijken (RTV Noord) zei altijd als hij een tegenvraag kreeg: ‘Ik stel hier de vraag’n!’ Zo zou ik het zelf niet zeggen, hoor. Maar het is wel plezierig dat je het initiatief hebt, dat helpt tegen overprikkeling. Mensen met autisme die overprikkeld raken, zie je soms door hun haar strijken of tikken met hun voet. Dat noemen ze ‘stimmen’, zelfstimulerend gedrag. Die prikkels veroorzaak je zelf en dat helpt om de overprikkeling te dempen. Ik schrijf graag eerste versies met de hand en die schrijfbeweging werkt voor mij eigenlijk ook zo, het helpt me de controle terug te krijgen.
Je spreekt je altijd duidelijk uit voor het stimuleren van participatiebanen. Waarom zijn deze banen zo belangrijk? En wat houdt werkgevers tegen om meer plekken te creëren?
Participatiebanen zijn belangrijk voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, om ze een kans te bieden en ook een beetje te beschermen. Want ik kan wel werken, maar geen 40 uur per week en het werk moet wat worden aangepast. Zo ingewikkeld is dat meestal niet. Mensen met een participatiebaan zijn bovendien goedkoper voor een werkgever, risico’s op uitval en extra begeleiding zijn gedekt. Dus koudwatervrees is nergens voor nodig. Een diverser perspectief voegt ook echt iets toe. We komen andere uitdagingen tegen en kunnen dan ook andere oplossingen bieden. Daar probeer ik regelmatig iets van te laten zien. Zo geef ik soms rondleidingen door een gebouw om mensen bewust te maken van de prikkels. Net als iemand in een rolstoel mensen bewust kan maken van opstapjes. Werkgevers zouden eigenlijk meer moeten lijken op Coen Verbraak. Als ze luisteren wat iemand te vertellen heeft en degene gewoon wat ruimte bieden, dan komt het goed.
Heb je tips voor studenten met autisme hoe ze aan een geschikte werkplek kunnen komen?
Ga in gesprek met mensen die jou kennen, bijvoorbeeld je docenten, vraag ze of ze geschikte plekken en functies voor je zouden weten. Wees niet bang om te vragen. Het is soms lastig, dat begrijp ik goed, maar wees gerust. Als jij uitlegt wat je kan en wat je nodig hebt, dan begrijpen heel veel mensen dat en dan zijn ze bereid je te helpen.
Dit is het (voorlopig) het laatste beroepsprofiel in deze serie. Na ruim 3 jaar zoekt Douwe een nieuwe uitdaging. Ik weet zeker dat hij, waar hij ook gaat werken, waardevol zal zijn als een positieve collega met een scherp taalgevoel. Neerlandici zijn gewoon altijd leuke mensen! Althans, dat vinden andere Neerlandici ;)