Mantelzorg onder de loep: onderzoek naar draagkracht en eenzaamheid
Miljoenen Nederlanders zorgen voor een naaste. Dat is waardevol, maar kan ook zwaar zijn. Hoe zorgen we ervoor dat mantelzorgers hun zorgtaken kunnen blijven vervullen? En wat betekent langdurige mantelzorg voor hun eigen welzijn? In de aanloop naar de Dag van de Mantelzorg vertellen onderzoekers Jasperina Brouwer en Karsten Knol over twee onderzoeksprojecten die deze vragen vanuit verschillende invalshoeken benaderen.
In haar Vidi-project Gedeelde Netwerken: het verbinden van informele en formele zorg voor houdbare en inclusieve zorg onderzoekt Jasperina Brouwer welke voorwaarden nodig zijn om mantelzorg duurzaam mogelijk te maken. Daarbij kijkt ze niet alleen naar de draagkracht van individuele mantelzorgers, maar ook naar de samenwerking tussen zorgontvangers, naasten en professionele zorgverleners. Ook wet- en regelgeving en maatschappelijke opvattingen over verantwoordelijkheid voor zorg spelen een rol.
De vraag is hoe we voldoende zorg beschikbaar houden, zeker nu de zorgvraag toeneemt. Met vragenlijsten, onderzoek naar sociale netwerken en focusgroepen brengt Brouwer de verschillende factoren in kaart. Vervolgens ontwikkelt ze simulatiemodellen om te onderzoeken wat verschillende keuzes betekenen voor de toekomstige zorgcapaciteit.
Eenzaamheid
In het project Eenzaamheid in Nabijheid: Licht op Mantelzorgers onderzoeken promovendus Karsten Knol en Brouwer binnen een consortium (met RUG collega’s Annette van der Putten, Jorien Luijkx, Annet ten Brug en Amber Vellinga-Dings), hoe eenzaamheid ontstaat bij mensen die langdurig en intensief voor een naaste zorgen. Het gaat onder meer om ouders van kinderen met een intensieve zorgvraag, partners van mensen met een chronische aandoening en jongvolwassen mantelzorgers.
De eerste resultaten zijn opvallend: ongeveer 80 procent van de deelnemers aan een vragenlijst ervaart enige vorm van eenzaamheid. Het gaat daarbij niet zozeer om een gebrek aan sociale contacten, maar vaak om emotionele eenzaamheid: het gevoel dat niemand echt begrijpt wat je doormaakt.
Zo vertelde een jongvolwassen mantelzorger over haar vader, die dementie op jonge leeftijd heeft. Ze heeft veel vrienden, maar kan haar zorgen nauwelijks met hen delen. Terwijl haar vrienden zich druk maken over tentamens, vraagt zij zich af of ze wel genoeg tijd met haar achteruitgaande vader doorbrengt. Ook haar moeder wil ze niet extra belasten. Zo staat ze uiteindelijk alleen met haar zorgen.
De onderzoekers werken momenteel aan de afronding van de eerste onderzoeksfase. In de tweede fase onderzoeken ze hoe mantelzorgers beter ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld met nieuwe of aangepaste interventies.
Concrete hulp maakt het verschil
Wat kunnen we beter doen om Mantelzorgers te ondersteunen? Volgens Knol helpt het om niet alleen te zeggen ‘Laat maar weten als ik iets kan doen’, maar concreet hulp aan te bieden. Denk aan boodschappen doen, oppassen of helpen in de tuin. Ook minder bureaucratie en meer menselijkheid bij het aanvragen van ondersteuning kunnen mantelzorgers veel stress besparen.
Brouwer en Knol vinden de Dag van de Mantelzorg belangrijk, maar benadrukken dat waardering niet bij één dag mag blijven. Mantelzorgers zetten zich het hele jaar in. Goede ondersteuning en aandacht voor hun welzijn zijn dus het hele jaar nodig.
Meer nieuws
-
19 oktober 2026
Van onderzoek naar onderneming: RUG Ventures helpt ideeën verder
-
03 september 2026
Ming Cao herbenoemd tot wetenschappelijk directeur Jantina Tammes School

