Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaKioskNieuwsbrievenWorldwide Newsletter

Goed onderhouden vertrouwensband

Groningen is de tijdelijke thuisstad van duizenden studenten en postdocs uit alle delen van de wereld. In het internationaliseringbeleid van de RUG speelt Azië en in het bijzonder Indonesië een belangrijke rol. De universiteit onderhoudt al decennialang nauwe banden met dit land, waarvandaan jaarlijks tientallen studenten voor een opleiding naar Groningen komen.

Een van de Indonesische RUG-studenten is Titissari Rumbogo (33) uit Jakarta. Samen met haar man Indra Figrachanda (33) en zoontje Dhana kwam ze in 2016 naar Groningen. Hij om de master International Economics and Business te doen, zij voor haar PhD-onderzoek aan de Faculteit Ruimtelijke wetenschappen. Afgelopen voorjaar is Indra afgestudeerd en weer teruggegaan naar Indonesië, waar hij een baan heeft gevonden.

Titis en zoon
Titis en zoon

Terwijl de vierjarige Dhana braaf zit te tekenen, vertelt Titissari over haar onderzoek. Momenteel schrijft ze aan het tweede artikel van de beoogde vier: ‘Ondanks dat het nu zonder Indra best wel druk is, lig ik mooi op schema,’ zegt ze tevreden. ‘Als werkende moeder kom je vaak handen en tijd tekort.’ Dhana wijst naar het papier: ‘Kijk mama, de blauwe pendelbus!’ Titissari lacht: ‘Wij zitten zo vaak in dat kleine pendelbusje dat door het centrum rijdt, dat de chauffeur Dhana herkent en hem zijn eigen kaartje laat stempelen.’

Armere bevolking

Het onderwerp van haar onderzoek is financiële inclusie van de lagere inkomensgroepen in Indonesië, oftewel het bevorderen van financiële kennis en toegang tot financiële voorzieningen. Titissari vertelt over de situatie in haar geboorteland: ‘Indonesië telt ruim 260 miljoen inwoners, verspreid over 14.527 eilanden. Het land heeft het economische tij mee, maar de toenemende welvaart raakt maar een kleine groep mensen. De levensstandaard loopt per regio enorm uiteen, is lager op het platteland dan in de stad en is vaak ook nog genderbepaald. In Indonesië heeft slechts 36% van de volwassenen beschikking over een bankrekening. De meesten van hen zijn mannen met hoge tot gemiddelde inkomens, wonend in een stedelijke omgeving.’

Naast het in kaart brengen van dit probleem, kijkt Titissari ook naar mogelijke oplossingen: ‘Ik wil te weten komen hoe banken de armere bevolking beter kunnen bereiken, maar ook hoe overheden kunnen helpen bij het verstrekken van microkredieten waarmee arme mensen bijvoorbeeld een eigen onderneming kunnen beginnen.’

Engelstalig land

Na haar studie economie aan de University of Indonesia in Jakarta en een master Urban Economics in Parijs, kwam Titissari in 2015 in aanmerking voor een beurs van de Indonesia Ministry of Finance om in het buitenland te promoveren. ‘Wij dachten in eerste instantie aan een Engelstalig land, dat leek ons wel zo praktisch voor Dhana.’ De Indonesian Ministry of National Development Planning bracht haar echter in contact met Tim Zwaagstra, sinds 2003 programma-manager Zuidoost-Azië bij de afdeling International Strategy & Relations van de RUG. ‘Ik vertelde hem dat ik heel graag economisch onderzoek wou doen, gericht op Indonesië. Hij stelde mij vervolgens voor aan de Britse professor Philip McCann, die ik al jarenlang enorm waardeerde en die tot mijn grote verbazing in Groningen bleek te werken. Toen was voor mij de keuze snel gemaakt. McCann is nu een van mijn promotors!’

Makelaar spelen, zoals hij het zelf noemt, is een van Zwaagstra’s taken: contact leggen tussen studenten, promovendi en hoogleraren in beide landen. ‘Het onderwijsniveau in Indonesië is hoog en studenten zijn doorgaans gedreven en ambitieus. De capaciteit van de universiteiten en hogescholen in de archipel is echter te klein en er is weinig diversiteit in opleidingen. Hierdoor wijken steeds meer Indonesische jongeren – veelal dromend van een glansrijke carrière als manager bij een multinational of als succesvol jurist – voor hun studie uit naar het buitenland. Dat de keuze vaak op Nederland valt, is volgens Zwaagstra vanuit de gedeelde geschiedenis te verklaren: ‘Nederlandse know how heeft in Indonesië nog steeds een streepje voor.’

Pioniers internationalisering

Dat juist Groningen zo in trek is bij Indonesische studenten, is het resultaat van jarenlange inspanningen, vertelt Zwaagstra: ‘Eind vorige eeuw ontstond het besef dat internationalisering van groot belang is om de kwaliteit, innovatie en diversiteit van de RUG te kunnen waarborgen. Vanuit de gedachte dat als Groningen het niet zou doen, een andere universiteit in het gat zou springen, werden toen de eerste voorzichtige contacten gelegd met Indonesië. Pioniers waren eind jaren tachtig onder anderen de toenmalige rector-magnificus en hoogleraar experimentele natuurkunde Folkert van der Woude, hoogleraar scheikundige technologie Ton Beenackers en hoogleraar internationaal recht Wil Verwey.’

‘De kracht van de RUG bleek haar staying power: Groningen heeft een lange adem.’ Zwaagstra illustreert: ‘Tijdens de monetaire crisis die volgde op de val van Soeharto in 1998, lieten sommige Nederlandse universiteiten de banden met Indonesië verslappen. De RUG niet, integendeel. Voor de studenten met een beurs in roepia’s, die opeens niet veel meer waard waren, schakelde Verwey sponsors uit het bedrijfsleven in. Dat was doodgewoon menselijk, maar toont ook een strategisch commitment. Zo, en door regelmatige bezoeken in goede en slechte tijden, ontstaat een vertrouwensband.’ Hoewel Zwaagstra al met tal van cultuurverschillen rekening weet te houden, leert hij daarover in zijn werk nog altijd bij. ‘Ik vertel er wel eens grappend dat het helpt dat mijn moeder half Indonesisch is, en dat ik dat in mijn alledaagse Bahasa Indonesia kan doen, helpt ook. Toch moet ik me altijd blijven afvragen of ik dingen vanuit mijn westerse aard verkeerd interpreteer of over het hoofd zie. Die reflectie maakt vaak het verschil tussen onbegrip en vertrouwen.’

Sprookjesstad

Titissari vult aan dat bij de keuze van een buitenlandse universiteit ook de ranking een grote rol speelt: ‘En Nederlandse universiteiten, en de RUG in het bijzonder, scoren hoog.’ Heeft het feit dat er in Groningen al veel Indonesische studenten zijn ook een aantrekkingskracht? ‘Dat denk ik wel. Zij vormen hier een hechte gemeenschap. Veel van hen zijn, net als ik, betrokken bij de Indonesische studentenvereniging en wonen aan de Planetenlaan in Paddepoel.’ Indra en Titissari hebben juist bewust gekozen voor een woning in het stadscentrum: ‘Wij wilden een volledige 'Nederlandervaring' en daar horen ook Nederlandse buren bij. Die van ons zijn erg aardig, ze hielpen me laatst nog uit de brand toen Dhana mij per ongeluk had buitengesloten.’ Dhana kijkt verlegen op van zijn tekening: ‘Vertel dat maar niet, mama!’

Wennen aan de westerse cultuur hoefde Titissari niet echt: ‘Het scheelt natuurlijk dat ik al een paar jaar in Parijs had gestudeerd. Mijn collega’s hier zijn enorm betrokken en behulpzaam, wat de sfeer op de werkvloer erg prettig maakt.’ En ook de stad zelf bevalt: ‘Groningen is voor ons een sprookjesstad. Al dat water en die ophaalbruggen, hoe iedereen – jong en oud – hier rondfietst. De markt is ook geweldig, Indra liep er op zijn papadag altijd even naartoe voor de boodschappen. En het is hier, in tegenstelling tot Jakarta, erg schoon. Om te ontsnappen aan de vervuilde lucht, brengen veel mensen in Indonesië hun vrije tijd door in shopping malls. Hier zijn we juist heel veel buiten.’

Is er dan niets aan te merken op Groningen? Titissari denkt even na: ‘Nou, één dingetje dan: het eten in de universiteitskantine vind ik wat eentonig. Zou het kunnen dat de Nederlandse keuken niet zo gevarieerd is?’

Tekst: Kirsten Otten
Bron: Broerstraat 5

Goed onderhouden vertrouwensband
Goed onderhouden vertrouwensband
Laatst gewijzigd:04 juli 2018 10:55
printView this page in: English