Cardiac toxicity following radiotherapy in breast cancer patients

Harttoxiciteit na radiotherapie bij borstkankerpatiënten
Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen in Nederland. Steeds meer vrouwen genezen, onder andere doordat bestraling de kans op terugkeer verkleint. Maar bij bestraling van de borst krijgt ook het hart een deel van de straling. Daardoor kunnen jaren later hartproblemen ontstaan. Dit onderzoek van Daan Spoor ging over hoe groot dat risico is, bij wie, en hoe schade vroeg op te sporen is.
We vergeleken ruim 1.300 vrouwen die borstkanker hadden gehad met 5.300 vrouwen van dezelfde leeftijd zonder kanker. Zij waren gezonder op bekende risicofactoren zoals bloeddruk, en tóch kwam hartfalen bij hen vaker voor. Dat wijst erop dat de behandeling zelf meespeelt.
Daarna verbeterden we de meting van hoeveel straling precies op ieder onderdeel van het hart terechtkomt. Daarmee bouwden we rekenmodellen voor het risico op een hartinfarct in de tien jaar na de behandeling. Vooral de combinatie van een hoge stralingsdosis op het hart én verkalking in de kransslagaders bleek dat risico te verhogen.
Met MRI-scans konden we bovendien vroege signalen van hartschade opsporen, nog voordat er klachten waren: bij ongeveer één op de zes pompte het hart twee jaar na bestraling iets minder krachtig, vaker bij een hogere dosis. Zulke metingen laten zien welke delen van het hart het kwetsbaarst zijn.
Zo kan de behandeling persoonlijker: de dosis zo verdelen dat kwetsbare delen van het hart gespaard blijven, protonentherapie voor wie daar het meest bij wint, en gerichte controle na de behandeling voor wie risico loopt, zodat klachten vroeg behandeld of zelfs voorkomen worden.