Justice for peace in Early Modern France

Recht voor vrede in het vroegmoderne Frankrijk
Vrede opbouwen na decennia van burgeroorlog en religieus conflict is een voortdurend proces, blijkt uit het proefschrift van Sherilyn Bouyer. De effectiviteit van vredesinstellingen hangt af van de betrokkenheid van de mensen en gemeenschappen in een samenleving. Deze betrokkenheid is dan weer afhankelijk van veranderende generaties en politieke omstandigheden die deze kunnen versterken, verzwakken of laten verdwijnen.
Bouyer heeft voor haar promotie onderzocht hoe Frankrijk aan het einde van de zestiende eeuw na meer dan dertig jaar godsdienstoorlogen vrede kon opbouwen tussen de katholieken en protestanten. Voormalige vijanden moesten opnieuw leren samenleven. De Chambre de l’Édit van Castres was één poging om dit door middel van rechtspraak te bereiken: een bijzonder hof van beroep, opgericht in 1595 en gelijkelijk samengesteld uit katholieke en protestantse rechters. Het behandelde zaken waarbij protestanten betrokken waren en maakte deel uit van de vredesregeling rond het Edict van Nantes.
Aan de hand van het moderne concept ‘transitional justice’, dat beschrijft hoe samenlevingen rechtspraak inzetten om met de gevolgen van conflicten om te gaan, onderzocht Bouyer in hoeverre het hof bijdroeg aan vrede en verzoening. Het proefschrift volgt het hof gedurende meer dan tachtig jaar en richt zich op de mensen die het lieten functioneren: procespartijen, rechters en lokale gemeenschappen. Daarnaast maakte Bouyer gebruik van bewaard gebleven procesdossiers om inzicht te krijgen in hoe mensen met deze nieuwe naoorlogse instelling omgingen en de effectiviteit ervan mede bepaalden.