Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: studenten

Schrijftaken plannen

Schrijven is een complexe handeling. Vaak is het zinvol deze handeling op te splitsen in een aantal deeltaken en tijd te nemen voor voorbereidende handelingen. Voor veel schrijvers biedt het werken volgens een vooropgezet plan hierbij een belangrijk houvast.

Bedenk wel dat een dwingend plan een te nauw keurslijf kan worden, met als gevolg: demotivatie, schrijfblokkades en saaie, onpersoonlijke teksten. Zie Schrijfstrategieën voor een vrijere en minder conventionele aanpak van schrijftaken.

Maak een werkplan

Een goed werkplan maakt je schrijftaak beheersbaar en organiseerbaar. Vooral als je samen met anderen aan een tekst werkt, is het verstandig om vooraf een aantal afspraken te maken over werkwijze, taakverdeling en planning. Breng globaal in kaart aan welke eisen de tekst formeel en inhoudelijk moet voldoen en hoe de uitvoering doelmatig gepland kan worden.

Ga na/stel vast
Wat zijn de formele voorwaarden?
  • omvang (aantal woorden)
  • format (tekstmodel; oriënteer je indien nodig op voorbeeldteksten)
  • deadline
Wat zijn de inhoudelijke voorwaarden?
  • onderwerp, invalshoek
  • soorten bronnen
  • eventueel: onderzoeksmethode
  • tekstsoort, doelgroep
Werkagenda (reken terug vanaf de deadline)
  1. uitloop (ga ervan uit dat je meer tijd nodig hebt dan je in eerste instantie verwacht)
  2. eindredactie (stel de periode vast)
  3. schrijffase: revisie (stel de periode vast)
  4. uitwisselingsmomenten voor commentaar (stel inlever-momenten voor concept- en eindversies en bespreekdata vast)
  5. schrijffase: concepttekst
  6. verkenning, voorbereiding en materiaal verzamelen (stel periode vast)

Maak een logboek

Houd dagelijks of wekelijks een logboek bij om je denk-, lees- en onderzoeksactiviteiten vast te leggen gedurende de uitvoering van een schrijfopdracht. Een logboek biedt de volgende voordelen:

  • Het ontlast je geheugen bij een complexe, veelomvattende schrijftaak
  • Het biedt zicht op de totstandkoming van de eindtekst
  • Het laat zien hoeveel tijd je in de schrijftaak investeert
  • Het maakt controle mogelijk op de uitvoering van groepsopdrachten

Een voorbeeld van een format:

Datum:
Resultaten van denkactiviteiten: ingevingen, ideeën, resultaten van brainstormsessies, mindmaps, topicschema, tekstplan
Resultaten van besprekingen: uitkomsten van besprekingen met je docent en/of met groepsgenoten, genomen beslissingen, reacties op conceptteksten, suggesties van geraadpleegde deskundigen
Resultaten van lees- en onderzoeksactiviteiten: aantekeningen bij bestudeerde literatuur, eigen reacties op de gelezen teksten, aanvullingen op de bibliografie, verslag van zoekacties, vindplaatsen, gedachten over onderzoeksontwerp, voorlopige interpretaties van resultaten, voorlopige conclusies

Maak een topicschema of een mindmap

In een topicschema orden je je gedachten en je kennis over een onderwerp. Door jezelf te dwingen zo'n schema te maken kun je:

  • losse ideeën clusteren en selecteren
  • ontbrekende deelonderwerpen traceren
  • gemakkelijker tot een scherpere invalshoek/probleemstelling komen
  • je zicht op de materie vergroten

Klik hier voor meer informatie en een voorbeeld van een topicschema en een mindmap.

Formuleer de probleemstelling en invalshoek

Een goede tekst behandelt een onderwerp vanuit een bepaalde invalshoek. Bij wetenschappelijke teksten wordt de invalshoek vaak bepaald door de probleemstelling. Een goed geformuleerde en uitgedachte probleemstelling helpt je bij:

  • afbakening van het onderwerp
  • selectie van informatie
  • het maken van een ‘slank tekstontwerp’

Voor aanbevelingen en suggesties bij het formuleren, zie Invalshoek en probleemstelling.

Bepaal de doelgroep

Bedenk op welk lezerspubliek jouw tekst gericht moet zijn: vakgenoten, leerlingen of de geïnteresseerde leek? Stem de inhoud, structuur en toon van je tekst af op hun voorkennis, belangstelling en attitude. Maak voor jezelf notities over:

Kennis: wat weten de lezers over het onderwerp? Welk opleidingsniveau hebben ze?
Belangstelling: in welke informatie zijn ze geïnteresseerd? Hoofdlijnen, achtergronden, feiten, betogen? Hoe wensen ze te worden aangesproken?
Attitude: hoe staan de lezers tegenover het onderwerp? Geïnteresseerd, onverschillig, afkeurend, positief? Wat zijn mogelijke vooroordelen ten aanzien van het onderwerp of ten aanzien van jou?
Vaardigheden: hoeveel abstractie kunnen de lezers aan? Zijn ze gewend aan lange complexe teksten, formules, schema's?

Tip

Je kunt je doelgroep ‘voorstelbaar’ maken door er concrete personen bij te denken, bijvoorbeeld een vriend of vriendin, je ouders of je leraar van de middelbare school; wanneer je bestaande personen als het ware over je schouder mee laat lezen zul je als vanzelf de juiste selectie van informatie maken en gemakkelijk de juiste toon vinden. Pas echter op voor een te eenzijdige keuze van imaginaire meelezers; dat beperkt de werkzaamheid van deze strategie.

Bepaal het tekstdoel

Ga na wat je wilt met je tekst: informeren, een toelichting geven, instrueren, iets beargumenteren, amuseren, bepaalde gevoelens opwekken, etcetera. Vaak wil je meerdere doelen bereiken met een tekst. Het kan je helpen om de doelstelling(en) voor jezelf zo concreet mogelijk te formuleren, bijvoorbeeld volgens het volgende format:

  • Ik schrijf over … [onderwerp a]
  • om duidelijk te maken aan … [doelgroep b]
  • dat … [feit(en) of stelling c]
  • zodat … [doel d]

(Zie ook Invalshoek en probleemstelling)

Houd die doelstellingen zoveel mogelijk voor ogen bij het ontwerpen van het tekstplan en het schrijven en herzien van je conceptversie. Schrap alle onderdelen die niet direct betrekking hebben op jouw doelstellingen.

Maak een tekstplan

Een tekstplan geeft de basisstructuur van de tekst-in-wording weer. Je zult pas een tekstplan kunnen maken als je het nodige denk-, lees- en onderzoekswerk hebt uitgevoerd. Toch kan zo'n plan ook functioneel zijn in eerdere en latere schrijf- of denkfasen. Zo kan het ontbrekende denkstappen in je redenering blootleggen, of helpen bij het formuleren van structuurmiddelen.

Klik hier voor een voorbeeld van een Tekstplan.

Laatst gewijzigd:18 september 2017 09:33