Ruim baan voor digitale olifantenpaadjes
Mensen met beperkte digitale vaardigheden vinden vaak verrassend creatieve manieren om zich staande te houden in de online wereld. Die vindingrijkheid verdient meer ruimte en aandacht, stelt onderzoeker Alexander Smit, die onlangs promoveerde op zijn onderzoek naar de digitale samenleving. Hij deelde zijn boodschap tijdens de conferentie Informed Citizenship for All, waar onderzoekers, beleidsmakers en professionals samenkwamen om te praten over digitale geletterdheid.
Tot nu toe wordt de verantwoordelijkheid om mee te komen in een steeds verder digitaliserende samenleving vrijwel volledig bij de burger gelegd, stelt Smit. ‘Dat zag je onlangs bij de invoering van de zogenoemde e-tol: een elektronische vorm van tolheffing op de A24. Fysiek betalen is niet meer mogelijk; automobilisten moeten de tol achteraf afhandelen in een digitale omgeving. Voor veel mensen levert dat grote problemen op, omdat zij niet over de benodigde digitale vaardigheden beschikken. De reactie van de minister van Infrastructuur was daarbij veelzeggend: volgens hem moeten mensen maar hulp vragen in de bibliotheek.’
Het probleem zit volgens de onderzoeker in het onderliggende narratief. Dat luidt dat digitalisering voor iedereen goed zou zijn, omdat het processen efficiënter maakt. Voor een groot deel van de Nederlandse bevolking gaat dat ook op, erkent Smit, maar een forse minderheid – naar schatting zeker twintig procent – blijft achter. ‘Zij herkennen zich niet in dat optimistische beeld van digitalisering. Integendeel: zij zien hoe fysieke loketten verdwijnen en ervaren de digitalisering vooral als iets negatiefs.’
Digitale samenleving
Smit voerde zijn promotieonderzoek uit in een buurthuis, bibliotheken en het mbo-onderwijs voor volwassenen. Hij liep mee op locatie en hield talloze interviews met mensen met beperkte basisvaardigheden. Zijn promotieonderzoek vormt het sluitstuk van een vijfjarig NWO-project naar digitale geletterdheid, onder leiding van Marcel Broersma, Joëlle Swart en Anna Van Cauwenberge van het Centre for Media and Journalism Studies.
Het NWO-project bestond uit twee deelonderzoeken. Naast Smits studie onderzocht Denise Mensonides hoe kinderen van acht tot twaalf jaar hun mediagewoontes en digitale geletterdheid ontwikkelen binnen de context van opvang, onderwijs en het gezin. ‘Zes, zeven jaar geleden zagen we al dat zo’n vijf miljoen Nederlanders niet of moeilijk meekomen in de digitale samenleving’, zegt Broersma. ‘Met dit project willen we beter begrijpen wie deze groepen zijn en hoe we die kennis kunnen vertalen naar maatschappelijke impact.’
Die vertaalslag van onderzoek naar impact stond ook centraal tijdens de bijeenkomst Informed Citizenship for All: Digital Literacy as a Prerequisite for an Inclusive Society, die onlangs plaatsvond in House of Connections. Het doel was onder meer om inzichten uit de promotieonderzoeken te delen met beleidsmakers en professionals, vertelt Swart. ‘In Nederland bestaan veel verschillende initiatieven op het gebied van digitale inclusie. Met deze bijeenkomsten willen we partijen samenbrengen en bouwen aan een netwerk. Lokaal zijn er succesvolle projecten. De volgende stap is om die verder op te schalen.’

In Noord-Nederland gebeurt dat binnen de Digital Literacy Coalition waarin zo’n 25 maatschappelijke organisaties, waaronder de RUG, samenwerken om digitale geletterdheid en inclusie te bevorderen. Smit beaamt de meerwaarde in het samenbrengen van uiteenlopende partijen, zowel van binnen als buiten de universiteit. ‘Het is iets heel anders dan een wetenschappelijke conferentie, waar inzichten vooral binnen de academische wereld worden gedeeld. Die uitwisseling is heel belangrijk, maar hier bereiken we ook mensen uit de praktijk. Dat is extra waardevol, omdat onderzoeksresultaten voor hen normaal gesproken moeilijk toegankelijk zijn.’
Creatieve oplossingen
Smit had tijdens de bijeenkomst een duidelijke boodschap voor de aanwezigen: naast het ongemak dat digitalisering veroorzaakt, zag hij in zijn onderzoek vooral de veerkracht van mensen met beperkte digitale vaardigheden. ‘Zij gaan vaak op andere manieren met digitale systemen om dan we gewend zijn. Mensen zijn misschien niet digitaal geletterd, maar beschikken wel degelijk over digitale vaardigheden.’ Die alternatieve werkwijzen noemt Smit ‘digitale olifantenpaadjes’. ‘Zo delen mensen hun adres bijvoorbeeld door een printscreen te maken en die digitaal te versturen. Ze waren daar trots op en lieten het ook graag zien, omdat het voor hen werkt.’
Het probleem is dat overheden en instellingen, zoals banken, deze creatieve oplossingen doorgaans niet accepteren. ‘Banken staan bijvoorbeeld alleen een digitaal ondertekende pdf toe. Daarmee worden mensen opnieuw geconfronteerd met hun beperkingen en voelen zij zich in een keurslijf geperst.’
Grote impact
De gevolgen van ontoegankelijke instanties kunnen groot zijn. ‘Het gaat vaak van kwaad tot erger. In de bibliotheek zag ik hoeveel stress mensen ervaren omdat ze bijvoorbeeld niet kunnen inloggen met DigiD. Ze lopen toeslagen mis en dreigen hun woning te verliezen.’ Een belangrijk deel van het probleem wordt momenteel opgevangen door sociale werkers, ziet Smit. ‘Zij fungeren steeds vaker als een soort digitale helpdesk. Maar eigenlijk is hun tijd daar niet voor bedoeld.’
Met zijn onderzoek wil Smit de groep burgers met beperkte digitale vaardigheden beter in kaart brengen, om zo drempels weg te nemen en de digitale norm ter discussie te stellen. Uit eigen ervaring weet hij welke impact een achterstand kan hebben. ‘Mijn moeder is Pools en had soms moeite met bijvoorbeeld Nederlandse formulieren; als kind moest ik haar soms helpen. Wanneer ik dat soort persoonlijke ervaringen deelde tijdens mijn onderzoek, werd dat erg gewaardeerd. Het zorgde ervoor dat mensen zelf ook opener werden.’
De groep met beperkte digitale basisvaardigheden is volgens Smit uiterst divers. ‘Het is een hardnekkige mythe dat het alleen om oudere mensen gaat. Die groep is weliswaar groter, maar we zien de problematiek in alle generaties terug.’ De aard van de problemen verschilt. ‘Jongeren hebben bijvoorbeeld vaker moeite met kritisch reflecteren op online informatie en kampen met een korte aandachtsspanne.’
Bovenal pleit Smit voor een bredere kijk op wat digitale vaardigheden eigenlijk zijn. Als voorbeeld noemt hij burgers voor wie Nederlands niet de eerste taal is. ‘Vooral jongeren in deze groep hebben op andere manieren digitale vaardigheden ontwikkeld. Ik gebruik vaak het voorbeeld van een vriendengroep die op een slimme manier Google Lens koppelde aan Marktplaats en vervolgens alle kringloopwinkels in de regio afging. Zo konden ze inschatten of iets de moeite waard was om door te verkopen. Volgens officiële maatstaven geldt deze groep misschien als digitaal laaggeletterd, terwijl ze in werkelijkheid met een superslim en creatief digitaal idee kwamen.’
Het evenement Informed Citizenship for All: Digital Literacy as a Prerequisite for an Inclusive Society vond plaats op 21 januari en werd medegeorganiseerd door de Jantina Tammes School of Digital Society, Technology and AI. Alexander Smit promoveerde op 29 januari op zijn proefschrift The Digital Mazel Maze. Digital inclusion and exclusion in the everyday lives of low-literate Dutch adults.
