Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: studenten

Schrijfstrategieën

Onderstaande schrijftechnieken kunnen je helpen om de juiste invalshoek te vinden, ideeën voor je tekst op te doen of vragen over het onderwerp te bedenken. Maar ook in andere fasen van het schrijfproces kan het nuttig zijn om terug te grijpen op dit soort technieken. Ze maken het beeld van je onderwerp concreter, waardoor je ideeën verder kunt uitwerken of verwerpen. Je kunt ze zien als een 'warming up' voor het schrijven: je vocabulaire wordt geactiveerd en de angst voor het 'lege blad' verdwijnt.

Lees bronteksten

Verdieping in vakpublicaties is een vanzelfsprekende en noodzakelijke voorbereiding op de meeste schrijftaken in een universitaire opleiding, maar kan je ook inspiratie geven voor je eigen werk. Lees de teksten die relevant lijken in eerste instantie globaal door, maak daarna een selectie en lees een aantal teksten gedetailleerder. Markeer of noteer alle gedachten en vragen die bij je opkomen. Zie ook Bron- en literatuurgebruik.

Vrij schrijven

Schrijf 10 tot 15 minuten onafgebroken alle gedachten, intuïties en ideeën op die bij je opkomen wanneer je aan het onderwerp denkt. Wees niet terughoudend: beschrijf alles wat in je opkomt, zonder aandacht te besteden aan nuanceringen, argumenten, onderbouwingen.

Deze methode van 'vrij schrijven' is het meest effectief wanneer je werkelijk onafgebroken doorschrijft, ongeacht de richting van je gedachtestromen. Bekommer je niet om grammaticale of spelfouten: niemand anders zal deze tekst lezen.

Schrijf een synopsis

Schrijf binnen een half uur een ‘synopsis’ (verkorte versie of schets) van de tekst die je uiteindelijk zult schrijven. Laat je daarbij niet hinderen door gebrek aan kennis: doe alsof je die kennis wel hebt, verzin feiten en ideeën, laat zaken weg die je nog niet weet. Dat je uiteindelijke tekst helemaal niet lijkt op je synopsis, is niet erg; de synopsis is slechts bedoeld als katalysator van ideeën en gedachten.

Beschrijf je denkproces

Beschrijf stap voor stap je gedachten over het onderwerp. Stel vragen bij alles wat op het eerste gezicht vanzelfsprekend lijkt, spreek jezelf desnoods tegen en ga in discussie met jezelf. Door je gedachtestroom de vrije loop te laten, kun je deze later beter kanaliseren.

Voer een gesprek

Praat met een studiegenoot, huisgenoot, vriend of vriendin over de te schrijven tekst. Vertel waar je mee bezig bent of wat je zou willen gaan doen. Benoem ook eventuele problemen of blokkades die je ervan weerhouden op gang te komen. Vragen en opmerkingen van je gesprekspartner dwingen je je gedachten te ordenen en brengen je op nieuwe gedachten en inzichten.

Voer een gesprek met je buurmeisje

Leg aan je buurmeisje van 10 of aan een oom of tante uit waar je mee bezig bent. Deze verandering in perspectief helpt je je gedachtegangen te verhelderen en de kern van je betoog vast te stellen. Ook kan deze oefening leiden tot nieuwe inzichten.

Verzin leugens, misverstanden en vooroordelen

Bedenk zoveel mogelijk onwaarheden, misverstanden, (voor)oordelen, vooronderstellingen of assumpties over je onderwerp. Je zult jezelf verrassen met de invalshoeken die deze strategie oplevert. Als je niet onmiddellijk onwaarheden, misverstanden, etcetera kunt bedenken, verplaats je dan in een (verzonnen) persoon die een bevooroordeeld of extreem standpunt inneemt.

Schrijf een dialoog

Stel je voor dat 2 al dan niet fictieve personages (George W. Bush, De Paus, Napoleon, de heks uit Sneeuwwitje, auteurs van bestudeerde bronnen, je tante) een gesprek voeren over je onderwerp en daar tegengestelde standpunten over innemen. Schrijf deze dialoog op. Bekommer je niet om zorgvuldige redeneringen, maar praat vanuit de personages op papier, in spreektaal. Deze techniek is geschikt wanneer je het onderwerp al enigszins hebt verkend. De oefening kan tegenstrijdige opinies blootleggen, kan standpunten en argumenten van anderen verhelderen en de basis vormen voor het schrijven van een review of een onderzoeksverslag.

Schrijf een flaptekst voor je eigen werk

Stel je voor dat je je tekst af hebt, en dat deze als boek wordt gepubliceerd. Welke tekst laat de uitgever door zijn redacteuren op de achterflap van jouw boek schrijven? Schrijf deze tekst, waarin je kernachtig beschrijft wat je onderzocht hebt, en wat er belangwekkend aan is. Fantaseer en speculeer erop los.

Lees je concepttekst hardop voor

Door hardop te lezen kom je op nieuwe gedachten, ontdek je onuitgewerkte of juist overbodige passages en onhandige formuleringen. Is er een luisteraar, dan krijg je meteen feedback.

Maak een mindmap

Een mindmap is een soort brainstorm op papier, waarmee je een vaag onderwerp kunt specificeren. Je kunt een mindmap maken aan het begin van je schrijftaak, maar het helpt ook als je op een dood spoor bent beland. Zet je onderwerp in het midden van een stuk papier en noteer al associërend daaromheen de ideeën en gedachten die het onderwerp bij je oproept. Bekijk een 'voorbeeld-mindmap'.

Denk in metaforen

Denken in metaforen kan je helpen om op gang te komen, op ideeën te komen en een eigen kleur en invulling aan je tekst te geven. Enkele onconventionele vragen en suggesties:

Vragen die je helpen om tot gedachtevorming over abstract concept X te komen

  • Als concept X een concreet object zou zijn, welke kleur en vorm zou het dan hebben? Wat zou je ermee kunnen doen? Hoe zou het voelen, smaken?
  • Als het een levend wezen zou zijn, hoe zou het handelen? Wat zouden de karaktertrekken zijn? Welke gevoelens zou het hebben?
  • Welk dier zou het kunnen zijn?
  • Welke personen zijn voor jou verbonden met X?
  • Wat zouden de drie belangrijkste momenten zijn in de geschiedenis van X?
  • Beschrijf X als een vergif: Wat zijn de gevolgen en wat is het tegengif?
  • Beschrijf X als een medicijn: Welke kwaal kun je ermee bestrijden?
  • Stel je voor dat jij X gemaakt hebt: waarom heb je het gemaakt? Wat waren je gevoelens toen je het maakte? Wat het moeilijk, leuk, vervelend, gemakkelijk om X te maken? Waarom? Als je X cadeau zou geven, aan wie dan en waarom? Hoe reageert de ontvanger?

Vragen die helpen om tot gedachtevorming over persoon Y te komen

  • Wat zou je opvallen als je Y nog nooit eerder had gezien?
  • Beschrijf Y als een normaal persoon, of als een uniek persoon.
  • Beschrijf Y als iemand van de andere sekse; beschrijf zijn/haar leven.
  • Beschrijf een steeds terugkerende droom van Y.
  • Beschrijf Y als staatshoofd: welke belangrijke maatregelen zou hij/zij treffen?
  • Bedenk een scène waarin Y de hoofdrol speelt: welke momenten, plaatsen, geluiden of stemmingen passen in de scène?

Vragen die je kunnen helpen als je een een verslag over een bepaald tijdsbestek moet schrijven

  • Verdeel de periode in fasen en geef deze hoofdstuktitels en ondertitels.
  • Bedenk weersomstandigheden die passen bij fasen: welke veranderingen in het weer traden er op?
  • Stel je deze periode voor als een reis. Waar begon die en waar is die geëindigd?

Neem afstand van je tekst

Als je ondanks alles toch vastzit, houd dan even op met (niet) schrijven en ga iets anders doen: een taart bakken, 5 kilometer hardlopen, of "We are the Champions"’(of een andere opbeurende hymne) zingen.


Bronnen

  • Bean, J.C. ( 1998). Schrijvend leren en andere didactische werkvormen voor actief leren. Leiden: Spruyt, van Mantgem & de Does BV.
  • Burger, P. & de Jong, J. (1997). Handboek stijl. Adviezen voor aantrekkelijk schrijven. Groningen: Martinus Nijhoff.
  • Elbow, P. (1998). Writing with Power. Techniques for Mastering the Writing Process. New York/Oxford: Oxford University Press.

© 2002 | RUG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Laatst gewijzigd:15 september 2017 21:01