Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: studentenStijl

Catalogus van stijlkwesties

In onderstaande catalogus van stijlkwesties komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Naamwoordstijl
  • Passieve stijl
  • Deelwoordstijl
  • Voorzetselstijl
  • Kleurloze-werkwoordstijl
  • 'Engelse ziekte'
  • Gebruik van 'om'
  • Kommaproblemen
  • Lijmstijl
  • Brokkelstijl
  • Attributieve stijl
  • Ontsporende alinea

Naamwoordstijl

Niet: "Voorts houdt de gemeente zich bezig met het verlenen van medewerking aan de uitvoering van talrijke wetten en rijksregelingen."

  • vorm: werkwoord wordt als naamwoord geformuleerd.
  • effect/doel: handelingen worden losgekoppeld van de ‘handelende instantie’, alsof ze ‘uit zichzelf’ gebeuren; abstraherend, complicerend.
  • alternatief: omzetten in de ‘gewone’ werkwoordstijl: de handelende instantie benoemen en tot onderwerp van de zin maken:

Wel: "De gemeente verleent medewerking aan de uitvoering van talrijke wetten en rijksregelingen."

Passieve stijl

Niet: "Op diverse beleidsterreinen van het Ministerie wordt aandacht besteed aan emancipatie, hetgeen in deze nota tot uitdrukking wordt gebracht."

  • vorm: de passieve of lijdende vorm (hulpwerkwoord (worden, zijn) plus voltooid deelwoord) in plaats van de ‘gewone' actieve of bedrijvende vorm.
  • effect/doel: handelingen worden losgekoppeld van de handelende instanties, alsof ze 'uit zichzelf’ gebeuren; abstraherend, complicerend.
  • alternatief: handelende instantie benoemen en in onderwerppositie plaatsen; lijdende in bedrijvende vorm omzetten:

Wel: "Het Ministerie besteedt op diverse beleidsterreinen aandacht aan emancipatie."

Deelwoordstijl

Niet: "Bewegingsarmoede werkt risicovergrotend ten aanzien van de kans op een hartinfarct."

  • vorm: handelingswerkwoord wordt als tegenwoordig deelwoord geformuleerd.
  • effect/doel: abstraherend, complicerend, amplificerend (omhaal van woorden; deze stijl brengt vrijwel altijd een overdaad aan voorzetsels met zich mee). NB: De zin is tevens pleonastisch: ‘risicovergrotend’ en ‘de kans op’ is dubbel.
  • alternatief: deelwoord omzetten in gewone persoonsvorm:

Wel: "Bewegingsarmoede vergroot het risico op een hartinfarct."

Voorzetselstijl

Niet: "Thom verscheen een uur te laat op het toneel in verband met de stakingen van het NS-personeel."

  • vorm: uitdrukkingen die veel voorzetsels met zich meebrengen; treedt vaak op in combinatie met deelwoordstijl en ‘kleurloze werkwoorden’
  • effect/doel: veel woorden maar laag informatiegehalte op: relatief veel ‘lege’ woorden
  • alternatief: zinsconstructie zo actief mogelijk maken:

Wel: "Thom verscheen een uur te laat op het toneel doordat het NS-personeel staakte."

Voorzetseluitdrukkingen en hun vervangers

ten aanzien van

met betrekking tot

ten behoeve van

met behulp van

op het gebied van

als gevolg van

onder invloed van

door middel van

ter zake van

van de zijde van

op, over, jegens, van, voor

over,voor

voor

met

op, voor

door

door

door

over

vanuit, van

  • Alternatief: vervang de voorzetseluitdrukking door de zin te herschrijven.

Kleurloze-werkwoordstijl

"De stijging van de waterspiegel houdt verband met het smelten van het poolijs."

  • vorm: werkwoorden of uitdrukkingen die op zichzelf geen inhoud hebben;
  • effect/doel: veel woorden maar laag informatiegehalte; brengt voorzetselstijl met zich mee; abstraherend;
  • alternatief: formuleringen zo direct mogelijk maken:

"Doordat het poolijs smelt, stijgt de waterspiegel."

  • Let wel: deze laatste zin legt een causaal verband; in de eerste zin wordt dit in het midden gelaten. Directe formuleringen kunnen ‘te kort door de bocht’ gaan.

Voorbeelden van kleurloze werkwoorden:

  • betreffen
  • betrekking hebben op
  • zich bezighouden met
  • met zich meebrengen
  • tot doel hebben
  • naar voren komen
  • realiseren
  • sprake zijn van
  • vormen…

Engelse ziekte

Niet zo Maar zo

Werkdruk metingen

Kabouter mutsje

Organisatie structuur

Rode Kruis tenten

Eerste en tweede lijns zorg

Long, blaas en maag tumoren

Werkdrukmetingen

Kaboutermutsje

Organisatiestructuur

Rode-Kruistenten

Eerste- en tweedelijns zorg

Long-, blaas- en maagtumoren

  • vorm: samengestelde woorden worden, zoals dat in het Engels gebruikelijk is, weergegeven als afzonderlijke woorden.
  • effect/doel: is incorrect en levert soms ook verwarring op omtrent de bedoelde betekenis.
  • alternatief: woorden aaneenschrijven of koppelteken aanbrengen conform spellingregels.

Gebruik van "om"

De directie is van plan [om] het bedrijf te verplaatsen. "om" hoeft niet, mag wel.
De directeur besloot [om?] dat najaar [om?] de zaak te verhuizen. "om" kan ambiguïteit van de zin wegnemen.
De directie heeft het bedrijf verplaatst om uitbreidingsplannen te realiseren. "om" moet; geeft doel aan (is te vervangen door "teneinde").
De verhuiswagen gleed het industrieterrein op om in de showroom van de pas-opgeleverde garage tot stilstand te komen. "om" moet, hoewel het hier strikt genomen geen doel aangeeft.
Dit water is niet [om] te drinken. wel/niet "om" heeft consequenties voor de betekenis van de zin.

Kommaproblemen

Niet: "Met zoveel ellende, was het logisch, dat hij aan de drank raakte."

  • probleem: beide komma’s zijn overbodig; de eerste dient geen enkele functie; de tweede zou functioneel kunnen zijn in een veel langere zin, om het onderscheid tussen hoofd- en bijzin te markeren.

Wel: "Hij was erg ongelukkig, steeds vaker greep hij naar de fles."

  • probleem: de komma is een te lichte grensmarkering; er is hier sprake van twee zelfstandige zinnen, die gescheiden moeten worden met een punt of een puntkomma.

"Numerieke superioriteit, die niet in enige vorm van militair vermogen of politieke potentie vertaalbaar is, is zinloos."

"De leerlingen, die te laat kwamen, werden gestraft."

"De bomen, die ziek waren, werden gekapt."

  • Probleem: de eerste komma in deze 3 zinnen heeft als consequentie dat de bijzin als uitbreidend (weglaatbaar) wordt begrepen, terwijl de schrijver de bijzin heeft bedoeld als beperkende bijzin (noodzakelijke inperking van het zelfstandig naamwoord)
  • De tweede komma is wel functioneel, door twee werkwoorden die tot verschillende deelzinnen behoren, van elkaar te scheiden.

Lijmstijl

"De lower-class-kinderen hadden minder schoolsucces dan de kinderen uit de upper- en de middle-class, maar men had die lower-class-kinderen nu eenmaal ook nodig, ze moesten goed opgeleid worden maar hun matige schoolprestaties waren een probleem en onderwijspsychologen wilden deze dus beïnvloeden."

  • vorm: reeks nevengeschikte zinnen achter elkaar geplakt; te zwakke grensmarkeringen (komma’s)
  • effect/doel: oeverloosheid, gebrek aan reliëf/pointe, ontsporende gedachtegangen:
  • alternatief: zinnen knippen (punten zetten waar dat relevant is) en/of structuuraanduiders aanbrengen:

"De lower-class-kinderen hadden minder schoolsucces dan de kinderen uit de upper- en de middle-class. Toch vond men het belangrijk om deze minder succesvolle kinderen goed op te leiden: de maatschappij had hen nodig. Onderwijspsychologen hebben daarom onderzocht hoe de schoolprestaties van de lower-class-kinderen zouden kunnen verbeteren."

Brokkelstijl

"Zink is een noodzakelijk bestanddeel van een aantal enzymen. Pluimveevoer bevat op basis van de grondstoffenkeuze circa 40 mg/kg. Daar wordt nog circa 40 mg/kg aan toegevoegd. In sommige agrarische concentratiegebieden treedt ophoping van zink in de bodem op. De mate waarin dit schadelijk is wordt momenteel onderzocht."

  • vorm: zinnen worden niet aan elkaar ‘gevoegd’ met structuuraanduidende middelen.
  • effect/doel: brokkeligheid, gebrek aan reliëf/pointe, onbegrijpelijkheid.
  • alternatief: verband tussen zinnen expliciet maken met behulp van structuuraanduidende middelen:

"Kippen hebben zink nodig: het is een noodzakelijk bestanddeel van een aantal van hun enzymen. Nu bevat pluimveevoer uit de gebruikte grondstoffen al circa 40 mg Zn/kg; de voerfabrikanten voegen daar nog circa 40 mg/kg aan toe. Het is de vraag of die toevoeging nodig is, en of ze niet zelfs schadelijk is. In sommige agrarische concentratiegebieden blijkt namelijk ophoping van zink in de bodem op te treden. Momenteel wordt onderzocht in welke mate dit schadelijk is."

Attributieve stijl

"Uit de enquête blijkt dat beleggers meer waarde hechten aan een min of meer regelmatige stijging."

  • vorm: belangrijke eigenschappen worden aangegeven in de vorm van een bijvoeglijk naamwoord (attribuut).
  • effect/doel: compactheid, echter met verlies van reliëf: het informatieve gewicht van de eigenschap (in het voorbeeld: ‘min of meer regelmatig’) is niet onmiddellijk herkenbaar.
  • alternatief: predicatieve constructie, waarin het attribuut in een werkwoordelijk gezegde wordt verwerkt, waardoor de informatief belangrijke informatie op een ‘voorkeursplaats’*) komt te staan.

"Uit de enquête blijkt dat beleggers meer waarde hechten aan een stijging die min of meer regelmatig is (dan aan één met grote ups en downs)."

Voorkeursplaats:

  • Nederlandstalige lezers verwachten de elementen met de belangrijkste nieuwwaarde aan het einde van de zin. Het begin van de zin kan, gezien dit verwachtingspatroon, het beste worden gebruikt om al bekende informatie te plaatsen, die daarmee als startpunt kan fungeren van waaruit nieuwe informatie wordt gelanceerd.

Ontsporende alinea

"Maandag 25 november is er weer een hobbyavond die wij graag aan iedereen bekend willen maken. De hobbyavond staat in het teken van zelf aquariumvissen kweken. Voor een hoop aquariumhouders lijkt dit iets magisch, maar niets is minder waar. Tevens kunnen geïnteresseerden kennismaken met een vereniging die als doelstelling heeft om het aquarium-houden op een verantwoorde manier te bedrijven. Het is jammer dat er binnen de aquariumhouderij zoveel verkeerd gaat wat ten koste gaat van een hoop mooi leven. Een hoop ellende kan bespaard blijven als mensen de juiste informatie zouden krijgen. Jammer genoeg krijg je die niet van een winkelier. Die wil alleen maar zijn omzet halen. Buiten kennis om heeft de vereniging nog veel meer te bieden, zoals bijvoorbeeld excursies of kortingen."

  • vorm: alinea behandelt associatief alles wat de schrijver te binnen schoot.
  • effect: brokkelige tekst, geen samenhang en lijn, gaat ten koste van leesbaarheid.
  • alternatief: informatie zodanig herordenen dat de hele alinea over hetzelfde onderwerp gaat; een patroon in de alinea aanbrengen (zie Alinea); zonodig informatie schrappen of spreiden over meerdere alinea’s. Voorbeelden:

In een kettingpatroon zijn zinnen met kop en staart aan elkaar verbonden (a-b, b-c, c-d etcetera):

"Op 25 november organiseert Aquariumvereniging De Guppies weer een hobbyavond. Het thema van deze avond is het zelf kweken van aquariumvissen. Dit wordt door veel liefhebbers als iets magisch beschouwd, maar blijkt eenvoudiger dan menigeen denkt. Dit zal blijken uit de demonstratie die wordt gegeven door Klaas Karper. De heer Karper beschikt over een jarenlange ervaring in het kweken van Roodbandcychliden. Hierover schreef hij het veelgelezen boek Roodbandcychliden kweken: makkelijker dan u denkt."

In een constant patroon worden alle zinnen door 1 zogenaamde topiczin geregeerd (a-b, a-c, a-d etcetera):

"Een lidmaatschap van Aquarium-vereniging De Guppies biedt vele voordelen. Zo kunt u gratis deelnemen aan onze maandelijkse hobbyavond, waarop wij elkaar in ontspannen sfeer ontmoeten, lezingen en demonstraties bijwonen en informatie uitwisselen die u bij de winkelier zelden krijgt. Daarnaast kunt u als verenigingslid deelnemen aan interessante excursies, naar vissenkwekerijen bijvoorbeeld. Ten slotte geeft lidmaatschap van onze vereniging u 10% korting op alle aquariumproducten bij dierenwinkels van Koos Konijn."

Voor meer alineapatronen en voorbeelden, zie Alinea.


Bronnen

  • Burger, P. & de Jong, J. (1997). Handboek stijl. Adviezen voor aantrekkelijk schrijven. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Onrust, M., Verhagen, A. & Doeve, R. (1993).  Formuleren. Houten/Zaventhem: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Nash, W. & Stacey, D. (1997). Creating Texts. London: Longman.

© 2002 | RUG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Laatst gewijzigd:16 februari 2018 09:59