Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: studentenStijl

Concreet of abstract

De mate waarin je abstract of concreet kunt of moet zijn hangt af van publiek en genre. Vakgenoten onder elkaar kunnen zich in hun teksten meer abstracties veroorloven dan schrijvers die voor een breed publiek werken. Let wel: vaak wordt concreetheid aanbevolen als schrijfdeugd, maar abstract is niet altijd verkeerd; soms wil of moet je juist abstract zijn! In onderstaande voorbeelden kun je goed zien dat abstractie vaak een bewuste keuze is.

Voorbeelden van abstracte en concrete woordkeuze

Abstract: De variatie in het taalgebruik wordt bepaald door persoonlijke, situationele en groepsgebonden factoren. (manuscript van wetenschappelijke tekst).
Concreet: Niet iedereen spreekt hetzelfde Nederlands. Groningers spreken anders dan Gentenaars, niet alleen als ze hun eigen dialect gebruiken, maar ook als ze zich van het ABN bedienen. De voorzitter van een vakvereniging spreekt stakers anders toe dan de directieleden met wie hij onderhandelt. Jongeren gebruiken woorden die ouderen niet kennen. (gepopulariseerde versie in Jan de Vries, Rob Willemijns en Peter Burger, Het verhaal van een taal. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam: Prometheus, 1993.
Toelichting: De ‘wetenschappelijke’ versie laat zien hoe je in weinig, precies geformuleerde woorden een grote hoeveelheid verschijnselen onder één noemer kunt brengen. Voor de gepopulariseerde versie zijn juist de verschijnselen in de vorm van voorbeelden concreet gemaakt; ook heeft de schrijver hiervan de lijdende vorm omgezet in actieve vormen, wat bijdraagt aan de concreetheid van de tekst.

Abstract: We hebben het hier heel erg leuk en het weer is prachtig.
Concreet: Vanmorgen hebben we een gletsjerwandeling gemaakt en een grot bezocht met rotstekeningen van 5.000 jaar oud. Omdat het steeds zonnig is en ongeveer 25 graden, kunnen we ‘s middags altijd nog even zwemmen in de oceaan. Morgen hebben we een excursie in het wildpark. Met een beetje geluk kunnen we parende olifanten zien!
Toelichting: De abstracte versie geeft vooral aan hoe de schrijver zijn niet nader benoemde belevenissen evalueert; de concrete versie laat de feiten voor zichzelf spreken. Concreet is dus niet altijd minder objectief!

Abstract: Hoewel kinderen geen positieve evidentie krijgen voor bijvoorbeeld /pw/- en /tl/-clusters, komen ze in kindertaaldata veel voor. Het is een taalspecifieke eigenschap van het Nederlands dat twee medeklinkers in een onsetcluster niet dezelfde articulatieplaats mogen hebben. Kinderen hebben juist een voorkeur voor clusters met één articulatieplaats. Op basis van negatieve evidentie, dat wil zeggen, het ontbreken van /tl/- en /pw/-clusters in het taalaanbod, moet het kind leren dat /tl/- en /pw/-clusters uitgesloten zijn in het Nederlands. (Paula Fikkert, On the acquisition of prosodic structure [S.l.: s.n.] Diss. Ru Leiden 1994)
Concreet: Kinderen gaan nu ook woorden produceren die met pw- en tl- beginnen. Dat dat in het Nederlands onmogelijke combinaties zijn, leren ze doordat ze hun ouders zulke woorden nooit horen gebruiken. Behalve wat wel mag, moeten kinderen dus ook leren wat niet mag. (Peter Burger, ‘Honftelang. Het proefschrift van Paula Fikkert.’ Onze Taal september 1994)
Toelichting: De schrijfster van de wetenschappelijke versie gaat uit van een publiek dat het jargon kent, terwijl de schrijver van het Onze Taal-artikel de wetenschappelijke woorden en formuleringen omzet naar minder precieze, maar wel begrijpelijker taal.

Technieken

Stijltechnieken die een abstraherend effect hebben, doordat zij een zin minder ‘voorstelbaar’ maken, zijn onder meer:

  • deelwoordstijl (deelwoordvorm in plaats van actieve vorm)
  • naamwoordstijl (naamwoord in plaats van werkwoord)
  • lijdende vorm (passieve constructie met hulpwerkwoord ‘worden’ of ‘zijn’)
  • voorzetselstijl (gebruik van uitdrukkingen die veel voorzetsels met zich meebrengen)
  • ‘kleurloze’ woorden (werkwoorden of uitdrukkingen die op zichzelf geen inhoud hebben)

Voorbeelden van abstracte en concrete stijltechnieken

Abstraheren Concretiseren

"Bewegingsarmoede werkt risicovergrotend ten aanzien van de kans op een hartinfarct."

deelwoordstijl; voorzetselstijl 'ten aanzien van'

"Gebrek aan beweging vergroot de kans op een hartinfarct." of "Wie te weinig beweegt, krijgt eerder een hartinfarct."

"De gemeente houdt zich bezig met het verlenen van medewerking aan de uitvoering van wetten en regelingen."

naamwoordstijl; kleurloos werkwoord ‘houdt zich bezig met'; voorzetselstijl

"De gemeente werkt mee aan de uitvoering van wetten en regelingen."

"De stijging van de waterspiegel houdt verband met het smelten van het poolijs."

kleurloos werkwoord ‘verband houden met’

"Doordat het poolijs smelt, stijgt de waterspiegel."

"Op diverse beleidsterreinen van het Ministerie wordt aandacht besteed aan emancipatie, hetgeen in deze nota tot uitdrukking wordt gebracht."

passieve of lijdende vorm (hulpwerkwoord (worden, zijn) plus voltooid deelwoord) in plaats van de actieve of bedrijvende vorm.

"Het Ministerie besteedt op diverse beleidsterreinen aandacht aan emancipatie."

"Rian verscheen een uur later op het toneel in verband met de stakingen van het NS-personeel."

Kleurloze uitdrukking 'in verband met'; onnodig voorzetselgebruik

"Rian verscheen een uur later op het toneel omdat het NS-personeel staakte."

© 2002 | RUG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Laatst gewijzigd:16 februari 2018 10:00