Skip to ContentSkip to Navigation

University of Groningen Business School

Lifelong learning

Geef ons politici die analyseren voordat ze besluiten: expertbijdrage FD

04 december 2020
Janka en Harry
In het kort
  • Bindend studieadvies afschaffen zoveelste voorbeeld impulsieve politiek.
  • Uitvoerder is hierdoor weer de klos.
  • Evaluatie en analyse moeten in Kamer voorop staan.

Door: Janka Stoker en Harry Garretsen

Tot veler verbazing steunde een meerderheid van de Tweede Kamer recent een motie van GroenLinks voor afschaffing van het bindend studieadvies (bsa). Momenteel krijgen studenten in het hoger onderwijs dit advies aan het einde van het eerste studiejaar. Bij te weinig studiepunten moet een student stoppen met de studie. In een reactie op Twitter verzuchtte de doorgaans goed geluimde (scheidende) rector magnificus en voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Leiden, Carel Stolker: 'Ik maak het gelukkig niet meer mee. Maar het is wel heel erg.'

Hoe zat het ook alweer met dat bsa? Mede vanwege de slechte studierendementen in het hoger onderwijs in Nederland, zeker ook in vergelijking met andere landen, maakte toenmalig onderwijsminister Ronald Plasterk het ruim 10 jaar geleden mogelijk voor universiteiten en hogescholen om studenten na hun eerste jaar een bindend studieadvies te geven. Wij waren in die tijd zelf bestuurders aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen, twee vakgebieden waar studievoortgang al jarenlang een probleem was. Er liepen bij ons talloze langstudeerders rond. Naast dat dit voor die studenten zelf vervelend was, was het voor opleidingen dramatisch, omdat vanuit het ministerie geen vergoeding meer kwam voor deze studenten, terwijl zij wel onderwijs bleven volgen.

Geschokt

De invoering van het bsa leidde tot een significante verbetering van het studiesucces. Bij onze faculteit daalde het aantal langstudeerders spectaculair. Het aantal studenten dat binnen vier jaar de bachelor haalde, steeg bijvoorbeeld bij onze opleiding Bedrijfskunde met zo’n 20%. Dergelijke resultaten werden ook elders geboekt. Maar de Tweede Kamer stelt nu voor om het bsa weer af te schaffen, omdat het zou leiden tot stress bij studenten, en een ultiem voorbeeld zou zijn van het verwerpelijke ‘rendementsdenken’. Minister Ingrid van Engelshoven reageerde via een tweet verheugd op de motie, terwijl bestuurders in het hoger onderwijs geschokt waren. 'De Tweede Kamer kiest voor langstudeerders, worstelende studenten in een verkeerde studie, en voor nog meer werkdruk voor onze docenten: de verkiezingen komen eraan', reageerde bestuurder Stolker.

Dat zou inderdaad wel eens een verklaring kunnen zijn voor dit onverwachte cadeau van de Kamer richting stemgerechtigde studenten. Maar er is meer aan de hand dan alleen makkelijk politiek scoren. De motie is namelijk het zoveelste voorbeeld van de neiging van politici tot impulsief handelen als het om besluiten gaat met een grote impact op de uitvoeringspraktijk. In dit verband levert het parlementaire onderzoek naar waarom er zoveel misgaat bij uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst uiterst relevante inzichten op. Oók voor het hoger onderwijs.

Een cruciale constatering is namelijk dat de meeste problemen hun oorsprong niet vinden bij de uitvoeringsorganisaties, maar bij het kabinet en de Tweede Kamer zelf. Volgens ambtenaren van Financiën wordt de politieke agenda vooral door incidenten gedreven, en de ‘keiharde maatregelen’ die politici vervolgens nemen, lossen niets op. Roel Bekker, oud-secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, stelt dat het de Tweede Kamer simpelweg ontbreekt aan kennis om goed beleid te kunnen maken.

Te korte bochten

Dat gebrek aan kennis betreft niet alleen beleid maken, maar juist ook evalueren. Het voorstel om het bsa af te schaffen, is hier bij uitstek een voorbeeld van. In plaats van grondig te analyseren wat nu echt het probleem is, wordt het hele systeem bij het grofvuil gezet. Dit gedrag is illustratief voor de neiging van bestuurders, niet alleen bij de overheid maar ook in het bedrijfsleven, om strategie en beleidsbepaling belangrijker (en makkelijker) te vinden dan implementatie en evaluatie. Het lijkt daadkrachtig leiderschap, maar betekent helaas vooral beleid met haakse en te korte bochten, onder het motto ‘we gaan het nu helemaal anders doen’. Het is vast moeilijk om de veranderdruk vanuit de buitenwereld te weerstaan met de dooddoener 'ik wil dit eerst goed onderzoeken'. Maar het is, in het geval van het bsa, wél het leiderschap dat verwacht mag worden, bij uitstek van de minister die ‘wetenschap’ in haar portefeuille heeft.

Het goede nieuws is dat de rijksoverheid wel degelijk weet dat het gebrek aan monitoring en evaluatie een groot probleem is. Zo heeft minister Wopke Hoekstra in 2018 de ‘Operatie Inzicht in Kwaliteit’ gelanceerd, om meer inzicht in de impact van beleid te krijgen en daar vervolgens ook naar te handelen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap maakt zelf met grote regelmaat een ‘monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs’. Aan de ambtenaren op de ministeries ligt het dus niet, maar het is dweilen met de kraan open.

We hebben politici nodig die, uiteraard met voldoende inhoudelijke ondersteuning, pas na een goede probleemanalyse én evaluatie tot vergaande beleidsmaatregelen besluiten. Daarom een welgemeend beleidsadvies alvast aan het nieuwe parlement en kabinet: laat je leiden door analyse en evaluaties, en niet door de scoringsdrang om lukraak beleid aan te passen. Als eerste stap vergt dat een investering in capaciteit, om daarmee Tweede Kamerleden inhoudelijk te kunnen faciliteren bij het evalueren van beleid.

Deze column van Janka Stoker en Harry Garretsen is gepubliceerd op fd.nl op 22 november 2020.

Laatst gewijzigd:04 december 2020 16:35

Meer nieuws