Skip to ContentSkip to Navigation
TalencentrumOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Talencentrum

Express yourself <> understand the world
TalencentrumCommunicatietrainingAcademische vaardighedenHandboekSchriftelijk: docentenEindtermen

Eindtermen Letteren

Eindtermen Bachelor

De Bachelor is in staat om in beroepsmatige contexten mondeling en schriftelijk te communiceren over het vak/wetenschapsgebied. Daartoe:

(a) is de Bachelor in staat strategieën toe te passen om individueel en in teamverband mondelinge en schriftelijke presentaties efficiënt en doel- en kwaliteitsbewust voor te bereiden en uit te voeren en

(b) kent de Bachelor de formele en functionele eigenschappen van communicatie en disciplinegebonden communicatieconventies.

De Bachelor beschikt over een taal- en teksttheoretisch begrippenapparaat op basis waarvan hij/zij communicatieproblemen kan diagnosticeren en gemotiveerde adviezen voor verbetering kan geven.

Toelichting op het niveau

De Bachelor is in staat tot communicatie die weergave, analyse, evaluatie of toepassing van kennis en basismethoden uit het vak/wetenschapsgebied behelst. De presentaties van de Bachelor hoeven niet te gelden als nieuwe bijdragen aan het betreffende domein.

Eindtermen Master

Voor de Master gelden de eindtermen voor de Bachelor, met de volgende aanvulling:

De Master beschikt over een communicatieve competentie die maatschappelijk ruim toepasbaar is: de afgestudeerde heeft een contextgevoelige houding en is in staat volledig zelfstandig én in teamverband producten en diensten af te stemmen op de beoogde doelgroep.

Toelichting op het niveau

De Master is in staat tot communicatie die weergave, analyse, evaluatie of toepassing van kennis en methoden uit het vak/wetenschapsgebied behelst. De mondelinge en schriftelijke presentaties van de Master moeten kunnen gelden als nieuwe bijdragen aan het betreffende domein.


Operationalisering Bachelor

De student is in staat om de volgende communicatieve taken te verrichten:

  • Resultaten van onderzoek mondeling of schriftelijk presenteren voor vakgenoten (colloquium, lezing, college, onderzoeksverslag, literatuurverslag, scriptie).
  • In discussies over vakonderwerpen standpunten of visies beargumenteren voor vakgenoten (mondeling of schriftelijk betoog, debat, polemiek, forum, congres).
  • Onderzoeksresultaten toegankelijk maken voor niet-vakgenoten: geïnteresseerde leken of andere belanghebbenden (mondelinge presentatie, beleidstekst of -nota, onderzoeksrapport, persbericht, journalistiek artikel).
  • Voorlichting of adviezen over het vakgebied verzorgen voor niet-vakgenoten; geïnteresseerde leken of andere belanghebbenden (gebruiksaanwijzing, handleiding, advies, begeleiding, brochure, folder, demonstratie, instructie).

De student is in staat om binnen complexe communicatieve taken context, genre, doel en doelgroep te analyseren. Op basis van die analyse kan de student de volgende strategieën en technieken toepassen:

  • Deelactiviteiten plannen en keuzes maken op de niveaus inhoud, structuur en stijl.
  • Anderen adviseren over de uitvoering van communicatieve taken;
  • Reflecteren op (eigen en andermans) ideeën, concept- en eindproducten en op basis daarvan weloverwogen keuzes maken voor het vervolgtraject en adviezen geven voor verbetering.
  • Relevante strategieën en technieken inzetten om ideeën en inhoud te verkennen en te genereren, vocabulaire te activeren en blokkades op te heffen.
  • Relevante zoekmiddelen en -strategieën inzetten.
  • Relevante schriftelijke en elektronische hulpmiddelen voor tekstproductie en visualisatie inzetten.

Vormgeving in het curriculum

De eindtermen krijgen vorm in het curriculum door middel van instructie en oefening in de bovengenoemde componenten. Daarbij geldt:

  • Alle genoemde taken, technieken en strategieën worden op elementair niveau geoefend en expliciet getraind, begeleid en getoetst.
  • Opdrachtinstructies en taakomschrijvingen zijn probleemgestuurd en zodanig gedetailleerd en voorgestructureerd dat ze (met name in het eerste jaar en in afnemende mate in het tweede en derde jaar) als leidraad kunnen fungeren bij de totstandkoming van producten.

Operationalisering Master

Wat betreft taken, strategieën en technieken gelden dezelfde operationalisaties als voor de Bachelor. Het kenmerkende verschil betreft het niveau: de Master werkt autonoom en de mondelinge en schriftelijke presentaties moeten kunnen gelden als nieuwe bijdragen aan de kennis over het betreffende domein.

Vormgeving in het curriculum

In de Masterfase geldt:

  • De taken vormen onderdeel van onderwijscomponenten/-projecten, echter zonder expliciete training; wel is er sprake van toepassing en toetsing van vaardigheden.
  • Opdrachtinstructies en taakomschrijvingen zijn globaal en open; studenten werken zelfstandig en maken eigen keuzes in planning en uitvoering van taken.

Opleidingsspecifieke invulling

Bovenstaande operationalisering biedt de opleidingen een handvat om het curriculum opleidingsspecifiek in te vullen. Een opleiding kan daarbij per studiefase het drempelniveau vaststellen aan de hand van enkele opleidingsspecifieke voorbeeldproducten en -beoordelingen ('benchmarking').

Bovenstaande eindtermen impliceren een programma-invulling met inachtneming van de volgende didactische uitgangspunten:

  • Het curriculum biedt ruimte voor instructie, reguliere oefening, (peer)feedback, reflectie en revisie.
  • Het curriculum plaatst probleemgestuurde mondelinge en schriftelijke opdrachten in een realistische en functionele context, die het studenten mogelijk maakt zich te oriënteren op en motiveren voor de uitvoering van de communicatieve taak.
  • Het curriculum biedt ruimte voor het uitvoeren van communicatieve taken van uiteenlopende aard, waarbij zowel wetenschappelijke als niet-wetenschappelijke genres beoefend worden, en waarbij getraind wordt in communicatie met vakgenoten, geïnteresseerde leken en andere belanghebbenden.

Kanttekeningen

De eindtermen impliceren een hoog niveau van beheersing van lees- en luistervaardigheden. De eindtermen bevatten geen uitspraken over het minimum niveau waarop studenten de Engelse taal/de moderne vreemde talen (actief en passief) moeten beheersen om te kunnen communiceren in een internationale beroepsmatige context. Het ligt voor de hand dat de eindtermen van de bachelor- en masterfase daarover uitspraken zullen bevatten. De bovenstaande eindtermen moeten gezien worden in combinatie met de checklist Opleidingsbeleid communicatieve vaardigheden.

| © 2002 | RUG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden |

Laatst gewijzigd:16 februari 2018 10:03